donderdag 20 juli 2017

De euromisleiding

Munten en bankbiljetten werden op 1 januari 2002 gelijktijdig ingevoerd in twaalf landen die deel uitmaken van de Europese Unie.


We zitten momenteel dus 15 jaar met die pisbak-stalen munt. Mist u het gezellige hoofd van ons lands-hoofd ook zo? Die lekker herkenbare munten! Nooit behoefde je de leesbril op om te zien wat er in de knip zat wat bij die rotzooi van euro-pisbak-staal altijd een gok blijft. Het blijven hoe dan ook vreemde munten.

Jammer, heel jammer maar na het bitter/zuur zou het zoet komen en hoe zoet is dat nu eigenlijk? Wel, dat een appel nu meer kost dan toen in guldens een lekker brood. Zo zoet is dat dus niet. Een tamelijk zure appel voor de dorst, me dunkt.

Van ons spaarvermogen is ook geen reet meer over want je krijgt geen rente meer. Betalen moet je en veel, want de belasting denkt er niet over u en mij minder te belasten nu we geen rente meer krijgen op eventueel spaartegoed. Betalen moet je en veel ook.
Een appeltje voor ruim een gulden vijftig. Wie had dat kunnen bedenken! Je moet niet terugkijken en niet omrekenen zegt het klootjesvolk. Nee, je mot je hoofd als een struisvogel in de grond prakken, nou lekker!

De Bijbel beschreef al dat er ooit een systeem zou komen waarin niemand kan handelen, kopen en verkopen zonder het teken van het beest. De computer die alle geldzaken over heel de wereld beheerst heeft overigens de bijnaam: het beest.
Maar daar kijkt u toch niet van op!

Nog een korte, korte, korte tijd dan komt Hij die alles omver zal werpen. Goddank….

Heeft bidden eigenlijk wel zin?



De Here Jezus gaf u en mij de opdracht voor elkander te bidden. Ten tijden van leed, ziekte en moeiten al helemaal. Ook in het groot ligt er de vraag om voor de vrede te bidden. Zeker ook die van Jerusalem.
Het bijzondere is deze is dat Jerusalem nimmer vrede heeft gekend sinds
het vertrek van de Here Jezus. Ook het leed dat daarna over de wereld kwam kent zijn weerga niet. En ook dat voorspelde de Meester.

Waarom dan toch dat (voor je gevoel) zo zinloze bidden? Als toch al vaststond dat der rampen van leed over deze wereld zouden komen? Dat Jerusalem vertreden zou worden door heidense volkeren tot de maat van Gods toorn volkomen is.
Dat ziekten, rampen, noden en dood onze aarde en alles wat er op leeft gruwelijk getroffen zouden worden door al deze ellende.
Opdat deze profetieën niet door zouden gaan? Opdat aardbevingen zouden stoppen? Men in oorlogen plotseling geen granaten meer zouden werpen naar elkander? Mensen niet langer ziek zouden worden en sterven?

Maar iedereen gaat dood. De vrede voor Jerusalem is nimmer zo ver af geweest als nu en er zijn zo verschrikkelijk veel ongelukkige, zieke, mankerende, gebrek lijdende mensen nu.
De charismatische gemeenten menen dat bidden altijd (vaak) tot wonderen (verhoring)zal verworden. Wonderen in de zin van genezing. Maar we zijn inmiddels toch ook wel tot een stukje gezonde toetsing gekomen mag ik aannemen waartoe de Bijbel u en mij ook oproept. Dan heeft u toch ook wel ontdekt dat van die redenering geen snars klopt! Of bent u nu als die struisvogel die zijn kop diep in het zand van de onwetendheid stopt?
Nee, als er een ding duidelijk is, dan is dat wel dat de Here Jezus niet bedoelde dat Hij op grond van al die gebeden de boel wel eens op orde zou trekken. Vrede op aarde, geen ziekte nog dood. Wel, kijk eens om je heen en leer.

Nimmer zo vreselijk veel leed op aarde dan nu. Nimmer zo weinig vrede voor Jerusalem als vanaf het moment dat er gebeden werd door u en mij.
Wat is er dan voor fundament onder die oproep om te bidden? Ik denk een diepere dan wij zouden vermoeden. Ten eerste laten wij daarmee zien betrokken te zijn bij het leed van die ander. We laten zien dat het ons kan schelen of er vrede is (ook ver weg). We mogen in deze meestrijden in de geloofsstrijd want God bewaard al deze gebeden in zijn schalen en straks zal Hij ze stuk voor stuk vervullen. Wat dacht je dan! Dat Hij ze bij het vuilnis zou zetten? Welnee. De vervulling komt wel zeker.

Maar nu nog even niet. Nou ja, misschien straks dan……

woensdag 19 juli 2017

Kalverliefde


Als kind de hemel op aarde. Herinner mij nog al te goed de lieflijke sfeer, het gevoel
in je buik als de grote vakantie aanbrak. Zes a zeven weken niet naar school. Bestond er iets zaligers? Ik meen van niet. Nooit is dát gevoel overtroffen. De blijdschap, de wetenschap dat je anderhalve maand vrij was van je leerplicht.

En dan maar vliegers bouwen, knikkeren, rolschaatsen, belletje trekken, fikkie stoken, in de oude afbraakpanden lood en koper slopen en naar de lompenboer brengen voor een paar knaken. Zalig allemaal. Ik zie die glinsterende sterren in de ogen van de kinderen van nu. Gelijk hebben ze. Achter ons huis net voorbij de koeien kamperen groepjes jongeren. Ze hebben tweepersoons tentjes opgezet en zitten in de kring te kletsen. Jongens, meisjes, wel een stuk of vijfien.

Het opent luikjes in mijn verdroogde hersencellen en voorziet ze van vers sap. Logeren bij de boer, ach ja. En verlieft, vreselijk verliefd op al die mooie meiden en boerendochters. Het was een pure verliefdheid dacht ik. Veel intenser dan wat je deel wordt als je volwassen bent. Kalverliefde, sterke pure liefde. Maar ik was verlegen toen. Nu niet meer. Dat wist u al. Ik wilde wel zoenen maar durfde niet. Nu durf ik wel maar het hoeft niet meer. Hoewel dat ook weer niet waar is, maar goed.


Geniet er maar van jongens en meiden want de dagen van je jeugd gaan even snel voorbij als de damp die in de vroege morgen op het veld ligt en als de zon opkomt verdwijnt. Maar nu nog even niet. Nu is het nog volop vakantie en genieten geblazen. Dat het maar heeeeeeeeel lang mag duren…..

dinsdag 18 juli 2017

Tandarts

Twee tanden

“Ik heb nog maar twee tanden,” sprak een oude vrouw. “eentje onder en eentje boven, maar prijst de Here, elke dag als ik eet, ontmoeten ze elkander.”


Moeder lijdt in stilte. Nou ja, lijdt? Haar overgebleven stompjes tanden onderop moeten eruit want die zijn dus echt slecht en geven problemen. Dat kan weer een hoop gedoe geven want hoe leg je een zwaar demente vrouw uit dat haar verrotte ondertanden eruit moeten?
Lastig, lastig, lastig allemaal. 

Deze week wordt er gekeken naar wat mogelijk is, want we leven wel eens waar in een moderne tijd, doch een tandarts die langskomt in een verzorgingstehuis blijkt waar moeder woont niet mogelijk. Dus we moeten met haar op pad en moeder is angstig voor alles wat buiten de muren van het tehuis gebeurt, dus dat kan nog wat worden. Ze begint al te bléren als ze naar buiten moet in de rolstoel dus een lekker klusje.


Ouder worden is een zegen, maar soms valt een en ander wat bij het ouder worden schijnt te horen nogal tegen. Zoals je tanden die beginnen te bederven. Geen idee wie dat bedacht heeft. De duivel misschien! Heer, ontferm U….

Kindermoord

Het is een hele zit, maar als u dit gezien heeft weet u alles wat er te weten valt over kinderziekten en waarom de farmaceutische er zo op gebrand is onze kinderen te enten met alle gevolgen van dien.
Mis dit niet!

maandag 17 juli 2017

Leven in een wonder...

De wieven zijn weer in het land

De dampige wezen der nacht hangen laag boven de naar verrotting geurende boerensloten. Nog even en de morgenzon kust ze voor een dag vaarwel.
Dan trekken de witte wieven zich terug in de krochten der duisternis om opnieuw uit de as van hun herinnering te verrijzen dra de nacht valt. Langzaam, heel langzaam strekken ze hun nevelige armen en hullen zich in witte bruidssluiers. Elke vrijgezel is dan in groot gevaar. Slechts één enkele kus en je bent verloren. De dames der nacht trekken je onder in het welriekende veenwater waaruit geen opstanding mogelijk is.

Menig dominee heeft al gewaarschuwd tegen dit kwaad, maar wie luistert nog heden ten dage? Het is preken tegen de bierkaai. Vorige week is er nog een boerenzoon verslonden. Men vond enkel zijn houten schoeisel, ook wel klompen, bloken, hoolen, klumpkes, kloppers of houten schuiten. genaamd, terug. Ze dreven op het water samen met de bijbehorende geitensokken. 

Van de boerenzoon is nimmer iets teruggevonden. Sommigen menen dat er op de bodem van de sloten een heel nieuwe wereld aanwezig is. Anderen dat slechts de dood ons wacht zodra we in de armen van de witte wieven verstrengeld geraken.
Enige remedie is een struikje blaartrekkende peterselie in het rechteroor. Tis maar dat u het weet.
Tot zover de volks legenden. Waar het werkelijk om gaat bij het zien van de schepping is: zien wij de hand van God hier nog in? Of zijn we ook zo verblind dat we tasten naar wonderen terwijl wij er midden in leven?


zondag 16 juli 2017

Luizenmoeders

Allemaal beestjes

Een vriend van me die op zee voer kwam thuis met schaamluis. Zoiets wekt schaamte op en aangezien hij dat weekeind jarig was, kocht ik een extra grote fles bou-bou
hondenshampoo. Dat zal um leren naar de dames van lichte zeden te gaan!

Over beestjes gesproken: ik was 11 jaar en werkelijk iedereen zat onder de luis in die dagen. Er heerste een plaag. Om zulks te voorkomen heb je in onze tijd zogenaamde luizenmoeders. Niet dat die een luizenleven hebben , doch het is hun taak de kinderen op scholen regelmatig na te kijken op het eventueel aanwezig zijn van dit ongedierte. Moeder vertelde dat in haar jeugd er twee oplossingen waren. 

Je hele hoofd werd kaalgeschoren of een nacht in de peterolie met je hoofd. Dan wond men een doek gedrenkt in peterolie om je hoofd en slapen maar. Dat meurde als een gek en je moest ook niet boven een kaars gaan staan want dan was je wel van je luizen af maar ook van je haar.
In mijn jeugd ontdekte pa dat je hoofd insmeren met groene zeep en een nacht laten trekken een zelfde effect had als de peterolie-kuur, enkel stonk het niet.
Dus mocht het u overkomen dat uw kind thuiskomt met luis, dan niet die dure op alcoholbasis zijnde middelen kopen maar gewoon het kinderkopje in de groene zeep en dan maar slapen.

En denk nu niet dat luis bij vieze mensen voorkomt. Luis houdt het meest van schone koppetjes. Dus wees nu ook weer niet te schoon. De Bijbel heeft er een aardige variant op in het boek Prediker: Wees daarom niet al te rechtvaardig en meet jezelf geen overdreven wijsheid. M.a.w. doe je best maar probeer nu niet het vroomste jongetje uit de klas te zijn en gebruik geen al te dure woorden die niemand snapt, want ook dat lijkt spiritueler dan het eigenlijk is. Op zijn Hollands: doe maar gewoon, dat is al zot genoeg….

Op de foto overigens geen luis maar een snuitkever….

vrijdag 14 juli 2017

De rust

Vrouwen in reusachtige konten trimmen voorbij ons raam. Mag
het graag zien al dat geweld. Kom, kom, dames die kont is de reden dat uw man op u viel. Loop hem er nu niet geheel en al af want een vrouw is geschapen met rondingen en behoeft zich er niet voor te schamen.

Er heeft een hond voor de deur gescheten wat ik eerst weg moet halen voordat ik ga maaien zo anders zitten de vlokken in mijn overgebleven haar.
Het heeft er alle schijn van een mooie dag te worden dus dat is meegenomen. In de verte loeien wat koeien en de eerste meiden die graag paardje rijden fietsen alweer druk converserende voorbij.

Vanuit de hoge bomen bij verder woonachtige buren roept een Torenvalk .De geit tegenover ons huis, perst er keuteltjes uit die gelijken op pottertjes die pa altijd vrat tegen zijn keelpijntjes.


De rust valt op. Heerlijke stilte. Genieten dus. De rust is ondergewaardeerd in onze dagen. Overal is drukte. Jongeren fietsen door de prachtige stilte van de natuur met oordopjes in om vooral de rust buiten te sluiten. De rust wordt in onze tijd niet meer gezien als fijn maar als saai. En dat terwijl God zelf de rust als hoogste goed ziet….

Kus aan de melaatse



Doen we dat nog wel eens? Bedoel niet een lekkere meid kussen, want dat
spreekt voor zichzelf, nee ik bedoel die andere, die minder mooie mens. Kan een man of vrouw zijn hoor. Die kus moet je overdrachtelijk beschouwen. Veel mensen gaan liefst om met personen die hun status ophalen. Ze sorteren je op komaf, geld, macht, positie of misschien wel omdat je in hun ogen begeerlijk bent.

Goed, dat laatste valt op mijn leeftijd wel weg, maar zonder dollen even nu. Gaan we ook wel eens met mensen om die wij een beetje zouden kunnen ophalen? Ze de hand reiken in het leven? Of zoeken we ze slechts uit op grond van een bijoogmerk als ze wat kunnen betekenen voor ons?

Iemand te eten vragen of voor een kopje koffie die niet in een dure auto rijdt? Die geen vooraanstaande positie heeft? Kijk, van de Here Jezus houden, dat kunnen we allemaal. Hij is tenslotte God. Maar hoe zit het met die vrouw waar niemand naar omkijkt? Lastig, vinden we dat.

Zelfs in de kerk zie je mensen soms denken: als hij/zij maar niet naast mij gaat zitten? Niets menselijks is ons vreemd, ook als gelovigen niet. Soms keuren mensen je al af op grond van de manier waarom je kijkt. Je komaf. Je vermogen. Je auto. Je……


Zou Jezus ook zo in het leven staan, dan had er nooit iemand gered geworden. Hij gaf een kus aan de melaatse wereld. En wij? Wij zoeken maar al te vaak in een geheel andere hoek. Geen wonder dat we het zicht op Hem een beetje verloren zijn. Misschien vinden we Hem wel niet zo snel in de kerk omdat Hij in die oude smerige boerderij zit, soep te eten bij die eenzame vrouw…..

Het allermooiste instrument

En God gaf de mens een stem, het mooiste instrument op aarde. Daar kan geen pijporgel tegenop geloof mij nou maar...

Thuis voelen

Samen op weg

Ik houd ervan om regelmatig eens een andere dienst te
bezoeken. Het verbreed je horizon en denken. Overal kom ik fijne en tja, soms ook wat minder fijne mensen tegen, niets menselijks is ons immers vreemd. 
We willen de kerk in Nieuwpoort eens bezoeken op een zondag en misschien wel een paar keer, want van één keer kun je zo weinig zeggen. We waren er al eens op een open monumentendag en het contact met de mensen voelde toen heel goed. 
Dus als u ons een paar diensten mist, weet dan dat we een kerkmuurtje verder de dienst beleven.
De gemeente van Christus is immers wereldwijd en het is heel fijn om eens ergens anders je licht op te steken. Soms vind je zo ineens een thuis.

We zullen zien…..

donderdag 13 juli 2017

Titanic


Moeder zat op de tweede verdieping te midden van meer ouderen liedjes te zingen.
De meesten keken waterig voor zich uit en vertoefden in de krochten van hun geest op plaatsen waar het leven je nog toelacht, meen ik. Ze zaten wat voor zichzelf uit te staren en te lachen zonder tanden. 

Er waren er ook die zongen en het stijfselkissie werd wederom ten gehore gebracht. Er waren duiven op de dam en Willie Albertie schoof aan met de glimlach van een kind. Er was een scheel wijfje bij dat de hele tijd :’lik me reet, lik me reet,” dwars door alles heen riep. Een zuster zei dat het woordje reet niet netjes was. 
Het oude wijfje liet het woordje reet nu weg en brulde enkel: ”lik me, lik me.” Niet echt een verbetering, dacht ik!
Oude mensen op stoelen en wat muzikanten. Er waren oude dames die de leiding (nog) hadden en met piepende peteroliestemmen meezongen in microfoons om de boel gaande te houden. Nog even en ze zaten ook in een rolstoel mee te zingen. De zon scheen door de hoge ramen van het tehuis en het geheel deed me om de een of andere vreemde reden denken aan de Titanic die net was geraakt door een ijsschots en opengereten. Het schip zou ten onder gaan, het was slechts een kwestie van een korte tijd.

De muziek speelde ook daar gewoon maar door, alsof alles oké was, doch de dood stond voor de deur. Elke week als ik bij moeder komt is er weer één schielijk weggenomen door de man met de zeis. Sommigen zeggen door God, alsof Hij denkt: wie zal ik vandaag eens weghalen? Meen dat dit toch anders ligt dan dat het de Here behaagt om naar huis te halen. Dat is pure inlegkunde en komt voort uit de beperktheid van ons denkvermogen. Het behaagt de Here in het geheel niet dat mensen verdriet hebben me dunkt. En nog minder om mensen te laten sterven. Of heb ik iets gemist?

Enfin, de liederen gingen verder en de gelijkenis met de Titanic bleef mijn deel, ook toen ik weer op huis aan ging en nog één keer omhoog keek en al die op champignons gelijkende witte kopjes van de ouderen voor het raam zag terwijl ze: ”de glimlach van een kind, doet je beseffen dat je leeft,” zongen.

Vandaag in ieder geval nog wel, morgen zien we wel weer…..

woensdag 12 juli 2017

Uit balans


In een kano zitten geeft mij altijd een gevoel van “nog even en ik kletter om”. Een beetje wat ik ervaar bij het leven van alle dag. Je denkt wel alles in balans te hebben, maar voor je het weet lig je op je kant. De mens meent dat hij controle heeft in zijn leven, doch laten we maar heel eerlijk zijn, dat is slechts schijn.


Controle is bedrog. Onder de schijnbare beheersing brandt de vlam van de passie, de drift, de heerszucht, ach de beschaving is niet veel meer dan een heel dun laagje, daaronder heerst de eigen ik.
Een oude buurman van mij met een scheel oog en een houten been, riep altijd:” Wat je ook doet, nooit is het goed!” En hoe waar is dit! Je kunt het nooit iedereen naar de zin maken en proberen een balans te vinden is iets waar u en ik ons hele leven mee bezig zijn.

Voorbeeldje: Ben je vriendelijk in de kerk en schud je een paar mensen de hand, dan vinden die mensen dat fijn, want ik kies graag mensen uit die eenzaam zijn. Doch, er zijn er altijd die zich daar weer aan ergeren, want men dient in de kerk de nodige gepaste zwijgzame ingetogenheid te handhaven. Je zit dus fout of niet? Wat zou Jezus nou doen?

Het is een aanname dat het in de kerk voor de dienst ijzig stil moet zijn, geloof mij. Enkel dat pijporgel schreeuwt zijn longen leeg langs het plafond. Dat vindt de Heer blijkbaar wel fijn.
Ik ben ik kerken geweest waar men na de dienst (de bevindelijke onder ons kunnen nu even beter niet verder lezen) zakjes patat, kroketten, broodjes bal en tomatensoep ging eten met elkaar, elke zondag opnieuw. En geloof mij, tijdens die momenten was er intenser, geestelijker en liefdevoller contact dan tijdens het zwijgen wat in veel samenkomsten ons deel gewordt.

Ja, zelfs de preek kon niet bewerkstelligen wat er aan moois gebeurt als mensen samen eten. Misschien moeten we daar in al de samenkomsten eens een voorbeeld aan nemen. Het is maar een idee. En begrijp mij goed, niet mijn idee. Het komt tenslotte van Hem!
Bedoel dat onze avondmaalsviering een 99% uitgemolken viering is als we het vergelijken met wat Hij bedoelde. Dat piepkleine (ook nog gezuurde) brood en nipje wijn. Ik bedoel het niet lelijk en met respect, maar waar is de maaltijd des Heren gebleven? Wie heeft u en mij dat ontnomen? De kerk? Uzelf? De anderen? Hoogste tijd om terug te nemen me dunkt.
Een Jood zei me ooit:” Als mensen met elkaar eten kunnen ze nooit meer elkanders vijanden worden.

Toe, probeer nu eens verder te kijken dan je kerkelijke neus lang is en merk op dat geloven meer is dan de beperkingen die de kerk of jij jezelf en anderen wenst op te leggen…

dinsdag 11 juli 2017

Mollengevecht


Nou ja, eigenlijk is het geen dansen maar vechten. Op het eerste oog lijkt het of ze aan een wals beginnen maar het gegrom en de rare pasjes verraden
heel snel dat het om een gevecht gaat. Hoewel sommige mensen tijdens het spel der liefde ook zouden grommen heb ik er geen ervaring me dus blijf er wijselijk buiten. 

Ze doen maar “an”. Ze verdragen geen anderen mollen in hun territorium en zullen deze maar al te vaak aanvallen. Behalve in de paringstijd want er moet nu eenmaal voortgeplant worden.

Derhalve zie je wel eens een mol liggen langs de weg en vraag je jezelf wellicht af, wat er aan de hand is dat het beestje zo schielijk de pijp aan Maarten heeft gegeven?
Soms is dat een gevecht met een rivaal. Bij ons in de tuin is favoriet geloof ik. Gangenstelsels waar Jacoba van Beieren bij in het niet valt. 

De enige manier om de mollen te verjagen is een cd opzetten vlak bij een hoop en Andre Hazes of Marco Borsato.

Dus als u deze laxerende muziek bij ons hoort klinken, weet dan dat de mollen weer bezig zijn en dat het niet mijn persoonlijke smaak is maar nood breekt wet. Ze doen me overigens denken in deze houding aan twee predikanten die de gemeente wensen te zegenen maar ze hebben mot over wiens beurt het is en zijn slaags geraakt. 

Ach, niets menselijks is ons vreemd…..

Moderne Luthers



Bij ons thuis werd nooit gedaan aan geloof. Niet
dat men de hele dag liep te vloeken of dingen deed die eigenlijk niet konden, want dat is een fout beeld dat kerkmensen soms hebben van personen die niet aan godsdienst doen. We waren gewoon een heel normaal gezin waarin alles wat met geloof te maken had aan ons voorbij ging. 
Oké, we zagen zondag aan zondag wel mensen gaan die ter kerke gingen, doch dat was hun zaak.
Ikzelf meende wel dat er meer moest zijn dan het huisje, boompje, beestje van mijn ouders en kocht een Bijbel waar ik in begon te lezen en van het een kwam het ander. Derhalve ben ik in de gelegenheid geweest (en nog) om het kerkelijk stof te omzeilen. Velen doen de dingen en geloven de dingen omdat die nu eenmaal jarenlang erin gepompt zijn. Dan neem je zulks als vanzelfsprekend aan, en dat is zelden goed. (onderzoek alle dingen) Zegt de Bijbel…

Voor mij was het een echte zoektocht zonder weerga en derhalve gingen tradities, dogma’s etc. aan mijn deurtje voorbij en kijk ik zonder enig kerkelijk ballast naar godsdienst. Mensen (vooraanstaanden in de kerk) vinden dat lastig. Iemand die vragen stelt bij datgene wat de kerk leert. De zondagsrust, de kinderdoop, het avondmaal, de vrouw op de preekstoel, enfin de lijst is ellenlang. Zolang je overal ja op knikt gaat het goed. Doch iemand die over al ja op knikt is de dood in de pot voor een goed gesprek.

Mensen als Luther worden juist omdat ze vragen durfden stellen door de kerk heden ten dagen als geloofshelden gezien. Stel jij vragen of trek je eeuwenoude gedachten in de discussiesfeer dan wordt het dikwijls als lastig, tegendraads, of erger, rebels en ongeestelijk gezien.

Dat is jammer want de waarheid is geen kerkelijke leerstelling. Het is ook geen dogma of een catechese het is een Persoon. En die persoon laat zich echt niet vangen binnen een zeker kerkelijk denken.


Weest derhalve zuinig op dwarsligger, mensen die een (eigen) mening durven hebben, want soms (hoewel ze geen 99 stellingen op de kerkdeur spijkeren) kunnen ze ons aan het denken zetten en bevestigen waarom wij geloven wat we geloven….

maandag 10 juli 2017

Oom sperzieboon


Wij hadden een lievelingsoom die eigenlijk een bastaard-oom was.
Ooit gehuwd met een zus van vader die ik nooit meemaakte omdat ze erg jong stierf. Oom bleef alleen over in Hoogeveen waar hij zijn leven sleet als sluiswachter. Elk jaar logeerden wij er een week en dat was feest. We waren niet verwend en al blij met de avonduren die je rond en in het heel oude sluiswachtershuis kon beleven.

Er waren kippen, drie soorten bessenstruiken, een hond (Herta), een royale volkstuin waar oom eigen groenten verbouwde. De Wc was in het oude schuurtje waar je ook kon knutselen. Dan was er de sluis die indruk maakte en nog met de hand (met van die lange stokken met een soort haak) moest worden open gedrukt en zwaar werk was. Oom was een grote sterke vrolijke man met een daverende lach. Je kon als kind ook kleine aaltjes vangen bij een watervalletje. Je behoefde je netje maar in de stroom te houden en tientallen aaltjes keken je aan met ogen die leken te zeggen: wat is dit voor gemieter in dat net!

Wij siepen in een heuse bedstede waar deurtjes voor zaten en in de reusachtige oude slaapkamer stond een enorme diepvrieskist vol ijsjes, want die verkocht oom ook aan passanten. Favoriete was een chokoblok, waarbij twee wafeltjes behoorde waar je je ijsje tussen stopte en opvrat. Lekker!

De naam “oom sperzieboon” kreeg oom Jan omdat hij het presteerde in één week vier maal sperziebonen te serveren en wij kinderen in koor riepen: ”Oh nee, niet weer die sperziekakkers.”

Maar toch was het elke dag feest en hoewel oom al jaren naar de eeuwige jachtvelden is vertrokken, denk ik regelmatig aan de leukste oom. Zeker als ik sperziekakkers eet.

Ik vraag mij dan altijd hardop af: waar is oom nou? In de hel? In de hemel? Geloofde oom? Wat weten wij op de keper beschouwd toch weinig van de roerselen in de ziel van mensen waar we van houden. Ik wens het hem toe dat hij nu de hemelse sluizen mag bedienen maar…..ik ga er niet over.

Je bordje leegeten



Ik stam uit de tijd dat dit een kreet was die dagelijks over tafel ging. Kinderen moesten alles (leren) eten en verder geen gedonder in de glazen. Van spruitjes tot
(in mijn kindsjaren) nog bittere andijvie en witlof. Men heeft inmiddels wel in de gaten dat de smaakpapillen van een kind veel gevoeliger zijn dan van grote mensen die van alles in hun waffel stoppen en derhalve deels hun smaak verloren hebben. 

Toch heeft men de bitterheid uit de twee bovengenoemde groenten weten telen waardoor het kindvriendelijker is geworden. In mijn tijd bestond er nog geen ADHD en al helemaal geen Pdd Nos dus tegenstribbelen werd niet opgelost met een pilletje maar met een draai om je hersens en een trap onder je kinderbillen, hup naar je nest.
Niet eten, oké dan hup naar je nest. En denk maar niet dat je daar uitkwam voor de volgende morgen ook al biggelden de tranen over je bolle wangen. 

Ik hoor het leger moderne opvoeders al schreeuwen dat zoiets misdadig is, ik blijf er verder buiten. Wat ik wel weet is dat ik alles heb leren eten en dus nergens mijn neus voor op behoef te halen. 
Als ik eerlijk ben vind ik mensen die dit en dat en zus en zo, niet lusten typisch welvaartskinderen want honger maakt rauwe bonen zoet. Toe was er vaak niets, dus aten we aardappels met melk. Ach, het was een andere tijd. De McDonald’s had zijn intrede nog niet gedaan en ons voedsel zat nog niet vol met smaakversterkers, conserveermiddelen en E nummers dus weinigen gingen dood aan kanker. Dat heeft de voedingsindustrie mooi voor elkaar gekregen dat nu ongeveer 99% van wat wij eten vol zit met onnatuurlijke stoffen.
Niets aan de hand, de farmaceutische industrie (ja dat zijn ook die jongens die E nummers maken en meer rotzooi wat in ons voedsel zit) heeft ook chemotherapie gemaakt, dus gaat het mis, dan snijdt het mes weer aan twee kanten. Een waar spreekwoord zegt het al: de een zijn dood is de ander zijn brood.

zondag 9 juli 2017

Verjaardagen

Altijd leuk een feestje maar, het geeft zo’n rommel.

Ik houd niet van verjaardagen. Enkel bij het woord verjaardag begin ik al te geeuwen en te braken. Bij ons thuis werden de glazen gevuld met sigaren en sigaretten en op tafel gezet. Toen was roken nog gezond, maar alles gaat voorbij als je maar lang genoeg wacht.
Pa en al mijn ooms zaten aan de Cola tik en de tantes aan de glaasjes advocaat waar ze kraaierig van werden. 

De huiskamer zag blauw van de rook en tussendoor werden de stukjes paardenworst en boerenkaas geserveerd. De mannen begonnen flauwe moppen te tappen die een pietsje vulgair waren en de vrouwen kraaien van plezier en regelmatig pieste er een in haar directoire. Onderbroeken waren in die tijd van gesteven katoen en konden met gemak een kwart liever pis opvangen.

Iets wat de moderne string niet gelukt omdat hij te kort komt aan absorptievermogen. Bovendien zaten er pijpjes aan dat ondergoed zodat ook daarin het nodige kon te hoop lopen. Het waren de kuise tijden. De kuisheidsgordel was zojuist afgeschaft en de seksuele revolutie stond nog in de kinderschoenen. Als je nu achter een vrouw loopt met een helderwitte broek en ze trekt er (per ongeluk zogenaamd) een zwarte string onder aan, krijg je het gevoel dat je het in Keulen hoort donderen.  De runderrollades van de Emté zijn meer gekleed me dunkt. Wat dát betreft is het geen gemakkelijke tijd voor het celibaat. Maar er zijn bijna geen Papen meer dus dat is een tref.


Op het einde van het feest werden de gesprekken meest verhitter zodat ome Koos meestal met een andere oom over het heuga-velt tapijt rolde en er her en der flinke kleunen werden uitgedeeld dus u begrijpt mijn afkeer van feestjes. Het is een soort trauma me dunkt maar dan zonder helikopter.….

zaterdag 8 juli 2017

Harige borst

Paula is dol op ezels. Zodoende huwde ze mij, dat spreekt voor zichzelf.
Overal zoekt ze ezels en wil er dan mee op de foto. Een vorm van verkapt overspel, maar wel een heel sublieme en veilige waar je, meen ik niemand mee kwaad doet. Ze valt voor hun eigenwijsheid en daarom heeft ze ook mij wellicht uitgekozen. 

Daarnaast vindt ze het gebalk, dat een ezel nu eenmaal meent moeten maken aan geluid, een redelijk overeenkomstige vorm van communicatie welke ik als man ook meent voort te brengen. Toen de Schepper aller dingen geheel klaar was, nou ja bijna dan; had Hij wat restjes over en daarmede bouwde Hij de ezel. Een pluisharig beest dat je kunt kruisen met een paard waardoor je: net naar gelang de vader een ezels is of de moeder, een muilezel of een muildier verkrijgt. Koppige steriele schepselen die nergens echt bij horen. Niet bij de paarden en niet bij de ezels.

Nu ik er wat dieper over nadenk, heb ik de indruk dat muilezel wellicht nog dichter bij mijn persoon komt.  Ik kan verder niet in details treden, doch dat gevoel van nergens echt bij te horen is mijn hele leven al mijn deel. Ik behoef er (nog) niet voor opgenomen te worden hoor. Ik had gehoopt dat toen ik gelovig werd kerkmensen met open armen zouden klaarstaan om mij aan hun al dan niet weelderige borst te drukken. Weer een illusie minder. Maar er zijn gelukkig wel heel sociale mensen ook. 

Een handje vol. Ach, tis voldoende. Je kunt niet de hele wereld aan je harige borst drukken.

En toch klinkt een waar woord: ”Laat uw vriendelijkheid bij alle mensen bekend zijn.” Misschien leren we het met de tijd….

Gedoopte koeien

Bij ons op het platteland worden de pinken met de zegen na op het land gezet.
Voor het allereerst buiten geeft reden tot uitzinnige vreugde en het komt derhalve vaak voor dat de jonge dieren hals over kop de sloot inrennen.
Het heeft wel iets weg van een doopfeest waar ze met veel vreugde ondergaan in het nat.
De boer heeft het er maar druk mee want meestal staan die koeien dan midden in de sloot een beetje te kijken van: wat hebben we nu aan onze kar hangen.
Altijd een erg leuk moment om mee te maken, dacht ik...

vrijdag 7 juli 2017

Kerkmuurtjes


Ik mag er gaarne op zitten en mij één met de voorvaderen gevoelen.
Waarom hebben wij eigenlijk geen voormoederen? Je ziet ze in gedachten voorbij komen die lange stoet gelovigen. Behoedt of zonder. Bebaard of glad geschoren. Aan het begin van het leven aan moeders handje of meer naar het einde toe met de rollator.

Kleine kinderkontjes, oude van dagen achterwerken, wulpse meidenbillen en het knokig reetwerk van de mannen, ze kwamen en komen allen hierlangs het muurtje om binnen te gaan. 
Zwaar donker berokt of bebroekt want in deze moderne tijd is goddank ook die dwaling vervallen dat het nobele kledingvoorschrift de kerkhanger verloren deed gaan. Nee, ook in een broek mogen wij heden ten dage naar de hemel. Maar nu nog even niet, want de country trailband zong het al: everybody want to go to heaven but nobody wants to die.


Over dat kledingvoorschrift het volgende: Koning Salomo schreef het al in zijn boek Prediker dat dergelijke voorschriften slechts dienen om de eigen waarde te verhogen doch spiritueel gezien geen enkel gewicht in de schaal plaatsen. Want heus, een zwarte rok maakt een mens niet geestelijker. Was het maar zo eenvoudig….

donderdag 6 juli 2017

De liefde en de ezel


Stapte net vanonder de douche toen de telefoon begon te jammeren.
Ik keek vluchtig op de klok die halfelf aangaf. Ik houd niet van telefoneren op dit uur, want je neemt zo’n gesprek vaak mee naar bed en het gaat soms ten koste van je slaap. Een kittig oud wijfje aan de lijn, dat stokdoof bleek.

“Ja, meneer pastoor sorry dat ik u zo laat nog opbel maar ik moet dit even kwijt. Ik ben verliefd op onze ezel.”
Wat zeg je als zojuist aangestelde pastoor op een bekentenis als dit? Riep in de hoorn dat ze verkeerd verbonden was en dat ik mij wel spiritueel begaafd meende doch niet genoeg om de biecht af te nemen. Doch ze begon te schreeuwen dat ik haar echt moest helpen omdat ze er anders weer een hele nacht niet kon slapen.
 Stelde haar gerust met de woorden: ”De meeste vrouwen zijn verliefd op ezels en heel dikwijls huwen ze er ook nog mee. Pas daarna begint het gebalk.”

Maar het oude wijfje hoorde mij niet, de verbinding was slecht of ze was gewoon stokdoof want ze ratelde gewoon door over pikante dromen en de ezel en meer dat ik dacht: mijn hemel, mijn verkeerde zondige verlangens vallen volgens mij behoorlijk mee, als ik dit zo hoor.

“Geef mij toch alstublieft de absolutie want ik kan niet slapen zo. Bovendien staat die ezel de hele nacht onder mijn slaapkamerraam te balken want ik meen dat hij ook een oogje op mij heeft en van alles wil.”

Daar heb je het gemieter al, typisch iets wat in je dromen terug komt, dergelijke belijdenissen hoor je zo zelden in de kerk heden ten dage. Ik moest van haar af, voordat het nog intiemer en pikanter werd.

Heb haar de opdracht gegeven om 12 spellen ezeltje prikje te kopen en deze weg te schenken aan een goed doel ten behoeve van kinderen of zo. En 200 wees ge groetjes, er bovenop. Voor de ezel een vrouwtje en verder geen gedonder in de glazen.

Of ze er notie van nam, weet ik niet. Ze ratelde maar door en klonk steeds opgewondener. Heb maar neergelegd en ben naar bed gegaan. Paula vroeg wie dat was aan de lijn? Och, een vrouw die gek is op een ezel, mompelde ik. Maar Paula sliep al…

woensdag 5 juli 2017

Fietsen en dikke sigaren



In de vroege morgen de fietsen in het bakkie van de auto en eerst maar eens naar een mooi plekje rijden van waaruit we starten. Warme dag, erg benauwd
ook maar we hebben broodjes mee en flesjes fris dus niet lullig doen maar lekker rijden. Het is al 30 graden in de auto en we komen aan op de plaats van bestemming. 

Fietsen losmaken auto op slot en hup. De eerste tien kilometer lekker op de fiets langs de rivier de Linge. Hoge bomen, veel schaduw, lekker windje in de rug. Ja lekker. Dan op zoek naar het eerste bankje om even een flesje fris op te drinken maar de bankjes zijn schaars. Heel schaars, dus je fietst maar door en een lichte pijn tussen de zweterige bilnaad word je deel.
Eindelijk een vlondertje aan het water. Brood, ja lekker. Maar ligt nog op het aanrecht. Shit vergeten. Nou ja, dan maar fris. Hoewel, fris! Lauw is een betere noemer. Het lest wel maar niet lekker. Dan op zoek naar een uitspanning om koffie te drinken met het bekende appelgebak. Komt uit de vriezer want is bevroren van binnen dus je vullingen in tanden en kiezen geven alarm af. Dan maar twee broodjes. Eentje per persoon blijkt genoeg de andere nemen we mee in de fietstas. Er lopen veel te dikke vrouwen in Ameide. Die niet dik zijn van het vet, blijken zwanger. It wasn’t me!

We lopen een Ammerse tegen het vege lijf die wel op de foto wil met Paula. Nico met de dikke sigaar. Even kletsen en dan weer verder op de fiets. Onderweg een ezel die met zijn snikkel naar ons zwaait. Wat wil zo’n beest er nu eigenlijk mee duidelijk maken? We werpen hem een overgebleven broodje toe waar hij slechts op urineert en daarna luidkeels balkt, wat te denken geeft.


Inmiddels 50 km gereden en mijn kont voelt aan als een biefstuk waar een zalige slagersdochter een uur vergeefs op heeft staan meppen om hem mals te krijgen. Nog maar een flesjes lauwe limonade dan. Tegenwind als we verder rijden en warm, heel warm. Kont is nu op kookpunt aangekomen en benen voelen als gesmolten was. Dan weer richting de auto die in Hoornaar staat bij de kerk in de buurt. 

Wat een roteind nog. Gesloopt komen we aan bij de auto. Wat was er ook weer zo fijn aan dat fietsen? Oh ja, dat je, als het achter de rug is, lekker in de auto met het raampje open weer naar huis kan en niet meer op die rotfiets behoeft te zitten. Heerlijk gewoon!

dinsdag 4 juli 2017

Bolle kontjes



In het water bij de Lek dreven twee bolle kontje.
Eentje was omspant met een veter waardoor het geleek of er twee blanke kadetten in het water dobberden. De zon liet ze lief schitteren als waren ze overdekt met een laagje glazuur. De ander had een geel broekje aan die haar bildelen de look van twee rijpe Galia-meloenen gaf. Het veer kwam langszij en een vrouw van reformatorische komaf keek er afkeurend naar. Ze was zwartgerokt en op haar achterhoofd prijkte een forse bevindelijke knot.

De meiden liepen nu het lage gedeelte in en zwaaiden naar twee jongens die op een feloranje scooter aankwamen blèren.
Ik dacht terug aan mijn eigen jeugdjaren. Met de meiden zwemmen, wat leek dat lang geleden en toch kon ik alles tot in detail terughalen. Het stoeien in het nat. De kussen die vanzelf kwamen. 

Ach, nog een geluk dat het water in de Lek tamelijk lang koud blijft zodat eventuele “opstandigheden” door de frisheid van wilde waterstromen onder de maat bleven.
De jongens renden nu met veel kabaal de Lek in en een van hen dook met een daverende knal het water in. 

Het gekke was dat hij zonder boxershorts weer bovenkwam. Die dreef als een corpus delicti over de woeste baren en voorbij de pont. Helaas zette de pont zich in beweging zodat ik bijna een extra keer wilde laten knippen om te zien hoe dit afliep. Op de mooiste momenten heb je helaas nooit een goede camera bij je.

De dame van reformatorische komaf, vouwde haar handen en leek in gebed te gaan bij het zien van het langsdrijvend ondergoed. Maar wel met de ogen open, want ze wilde er net als ik, niets van missen…..

maandag 3 juli 2017

Zinloos gezeur

De barones reed haar oprijlaan af en keek mij aan met ogen
die leken te zeggen: ”James, haal dat gepeupel op zijn smerige Harley Davidson voor mijn koetshuis vandaan met spoed.”
De adel, bestaat ze eigenlijk nog wel? Ooit waren de verschillen direct zichtbaar. Jan met de pet en meneer met de hoed. Jan op de fiets en meneer in de bolide. Jan achter zijn prak, en mevrouw aan een langgerekte tafel met een broodje pauwentongetjes. Jan leste zijn dorst met een slok water uit de Lek, en mevrouw aan de Châteauneuf-du-Pape. Mevrouw onder de satijnen lakens en Jan met de pet onder de klamme vette lappen.

Maar de tijden zijn veranderd. Nu rijdt Jan ook in een Mercedes Benz en van mij mag hij, welja! Van Kooten en de Bie als de tegenpartij, zongen het al: geen gezeik, iedereen rijk. Hoewel dit een Utopia is, want als iedereen rijk is en voor zich kan laten werken, dan doet niemand meer wat en ligt de economie volkomen op zijn harige kont.

Het is overigens nog niet zo heel lang geleden dat mensen thuis geen kraanwater hadden om te drinken. Langs de rivieren, langs kanalen en singels stonden houten vaten die werden vol geschept met het (noem het even voor het gemak) slootwater. Middels een toevoeging werd het tot drinkwater gebombardeerd, maar gezond was het duidelijk niet. Ik heb dat zelf niet meegemaakt, doch wel dat zwembaden werden volgepompt met water uit de rivieren.

Derhalve zie je nu nog veel zwembaden (oude zwembaden) aan de rand van de rivier gestationeerd, zodat men toen (ik praat nu over mijn kinds jaren) het water uit de rivier zo het bassin in kon pompen. Goed, er zat wel eens een kikker bij of een vis, maar dat drukte onze pret niet.


De barones baadde in ezelinnen melk voor een zachte huid. Jan met de pet zwom in het water waar ook rioleringen in uitkwamen en derhalve de “oelen” dreven. Zo was dat in die tijd. Wij hadden helemaal geen tijd om ons druk te maken over of zwarte Piet, Jodenkoeken, of negerzoenen wel door de beugel konden. Wat dát betreft heeft de moderne tijd, ook veel zinloos gezeur met zich meegebracht. Vechtpartijen om een negerzoen, jodenkoek of een kinderfeestje. Voor dergelijke zeurkousen had men pek en veren in die tijd en een trap na…..

Lekkend dak


Het is beter te wonen in een huis met een lekkend dak, dan met een
ruziemakende vrouw.
Zomaar een gedachte uit de Bijbel. Met ruziemakende vrouwen heb ik eigenlijk weinig ervaring. 
De mijne is wat dat betreft zeker geen lastige ruziemakende vrouw. Met lekkende daken hadden we in ons vorige huis wel van doen en dat is lastig. Want zoek maar eens waar het lek zit. Zeker op een bitumen dak kan dat een tot gek wordende zaak van gezoek verworden.

Dit huis heeft daar geen last van goddank. Want een lekkend dak is echt ellende. Dan liever een kijvende huisvrouw. Daar heb je gelukkig van die gele oordopjes voor. Diep in je oren en je merkt er niets meer van me dunkt.

zaterdag 1 juli 2017

Een vriend



Heb een vriend die gaarne mensen bezoekt als ze ziek zijn en met ze wenst
te bidden voor hoop, misschien genezing. Hij struint ze stuk voor stuk af week in week uit al jarenlang. Nobel, me dunkt. Hij doet het uit liefde voor de mens, zegt hij en ik geloof dat. Hoewel er een kleine kink in de kabel ontstond toen hij zelf ziek werd en niemand wilde zien. Wilde ook niet dat mensen voor hem baden of langskwamen en voor hem de Heer zochten. Ik denk over zulke dingen na en vraag mij af hoe ik zoiets moet zien?

Zou ik zelf biddende mensen aan mijn ziekbed wensen? Ik dacht het niet. Sorry, lief bedoelt maar niet mijn ding. Hij ook niet dus. Waarom hij dan wel graag die anderen bezoekt als ze ziek zijn, blijft als een onbeantwoorde vraag in de lucht hangen. Het gevoel dubbel. Wel als heelmeester en bidder aan het bed van een ander willen komen maar als men zelf is, dan bidden ze zelf wel.

Heb een andere kennis die een enorme ruimte bezit waar hij mensen ontvangt die hij verwend met koffie thee en broodjes. Hij zegt blij te zijn dat God hem zo gezegend heeft dat hij mensen kan verwennen (lees zegenen), die anders zijn (lees een beetje ontspoort) zegt hij.
Ik bewonder dergelijke en toch zit er een jeukend plekje in mijn geest als ik ze hoor praten. Raar. Ze doen niets dan goed en toch lijkt er iets niet te kloppen. Maar wat?

De vraag dient zich steeds aan of er een bijoogmerk zit aan hun nederige diende houding? Moelijker is het naar jezelf toe te verplaatsen. Waarom doe ik de (goede) dingen die ik doe? Waarom ontvang ik mensen in mijn (ons) huis? Omdat dit nu eenmaal verwacht mag worden van een christen? Omdat we in dezelfde kerk zitten? Om een zekere plek in de hemel te verkrijgen? Om mijzelf het idee te geven dat ik door God gebruikt word? Om mijzelf een positie in Christus te geven misschien? Omdat…..Of doe ik het in oprechtheid omdat ik het zelf ook fijn vind?
Ik blijf verder buiten een slotsom maar het blijft jeuken…..

Hier rust


De tranen van de Schepper kleven nog aan de ramen, maar ze waren hard
nodig om moeder aarde vruchtbaar te houden. Nog even een bakkie dan naar de samenkomst. Ik mag ze graag zien en er onderdeel van uitmaken die lange stoet mensen. Het heeft iets tijdloos bijna. Berokt en behoedt, ik houd ervan. Alsof je in een lang en diep uitgesleten pad wandelt waar generaties mensen over gegaan zijn. En dat is ook zo.

In de Krimpenerwaard ligt een karrespoor dat het Beierse verbindt met de Tiendweg die naar Gouda en Gouderak loopt. Generaties kerkgangers gingen er kilometers te voet, want dat moest in die dagen van God, naar de samenkomsten. Maar de Schepper gaat blijkbaar met de tijd mee, want nu komen zelfs dominees en ouderlingen met de auto. Iets waar men vroeger (zelfs al kwam je op de fiets) voor de kerk uitgezet werd. Het geeft te denken, deze waardeloze regels van mensen. Want neem maar van mij aan dat er nergens in de Bijbel een tekst te vinden is die luidt: gij zult op de zondag niet fietsen.

Sterker nog, de zondag is de rustdag niet leert de Bijbel. Dat was en is nog altijd de zaterdag. Nimmer wordt de zondag door de Bijbel tot nieuwe sabbat verheven.
Dat geintje hebben we te danken aan een Romein.  De invoering van de zondag als rustdag in plaats van de zaterdag vond plaats onder de Romeinse keizer Constantijn de Grote (Constantinus). Door Constantijn werd in een edict in 321 n. Chr. zowel aan zijn heidense als aan zijn christelijke onderdanen de zondag aanbevolen als de ’eerbiedwaardige dag voor de verering van de Zon.

Vandaar de “ZONdag” begrijpt u wel. Hoezeer een kerk kan dwalen en vasthouden aan een regel die geen enkel Bijbels papier heeft, is wel duidelijk. Blijft jammer dat men deze onzuiverheid niet weg durft poetsen.

De zondag als dag der samenkomst is op zich wel Bijbels, zo lezen wij. Doch het is niet de sabbat doch de dag der opstanding. En die vieren wij. Maar noem het geen sabbat en ook geen rustdag want Hijzelf stond juist Goddank op uit het graf.