zondag 14 juni 2015

Dagboek maandag

Als ik om drie uur samen met de huisarts naar binnen ga ligt de oude man weggekropen onder de dekens en steekt enkel zijn grote neus onder de vette lappen vandaan.
 
Ik besluit om de dokter even alleen te laten met hem en naar buiten te gaan om daar even af te wachten. Na een kwartiertje komt hij naar buiten en overhandigt me een recept met de mededeling dat het er niet zo mooi uitziet en dat hij eigenlijk zou moeten worden opgenomen in het ziekenhuis, maar dat wil hij absoluut niet.
Hij heeft een dubbele longontsteking en ik beloof hem goed in de gaten te houden.
Als ik binnenkom met het recept staat Old Shat in een grote witte bloemenvaas te pissen en ik vraag hem wat dit nu weer voorstelt. Zonder me te antwoorden piest hij gewoon door en kruipt in bed met de mededeling dat hij even de bloemen water heeft gegeven en nu wil roken.
Op mijn advies dat hij dat nu beter even niet kan doen fronst hij zijn wenkbrauwen en roept: “Maar daar gaan mijn longen juist van open”. Heb het maar zo gelaten en ben het recept gaan halen en het nodige appelmoes, want daar had hij enkel nog trek in.
“Hier dit heb je van de dokter, slik maar even in met wat appelmoes lukt dat wel.” “Heb je misschien wat bona voor me want ik heb zo’n droge neus?” “Maar beste man, dan ram je er toch geen margarine in! 
Neem dan van mijn part een plantenspuit maar geen boter.” Old Shat deed terecht of hij boter op zijn (en in) zijn neus had en ramde enorme klodders margarine die ijskoud de zachtste zeggen te zijn, in zijn neusgaten. “ Zo dat is beter, “zucht hij...