maandag 21 november 2016

Gods snackbar


In mijn jeugdjaren had je van die snackbars met ontelbaar veel luikjes. Daarachter scharrelde een grote man met een donkere snor die de vakjes achter
de luikjes vulde met allerhande lekkers. Kroketjes, kaassoufflés, nasiballen, bamiballen of frikandellen. Je kon middels een kwartje of twee kwartjes naar gelang welk luikje en welke inhoud je koos, zo een warme snack trekken. Het was ons wekelijkse uitje, aan moeders hand op mollige beentjes naar de markt op zaterdagmorgen en dan even langs de snackbar met al die luikjes waar wij dan als kind een kroketje mochten trekken. Er bevonden zich vaak dezelfde personages. Een heel dikke jonge meid met haar moeder die het ene luikje na het andere opentrokken en alles opschrokten. Het was hun persoonlijke feestdag die zaterdag volgens mij. Meen dat de dikke meid de naam Elly droeg, maar het is al vijftig jaar geleden dus ik kan mij vergissen.

Soms als ik christenen hoor praten over God en Zijn zegeningen, overvalt mij enige gelijkenis met (noem haar) Dikke Elly types. Ze hangen de hele dag rond in een soort spirituele snackbar in de verwachting God achter het luikje van hun keus, zaken uit te zien serveren. Zegeningen, gezondheid, spirituele gaven, kennis, macht misschien. Betalen doet men met geloof, gebed, kerkgang, getuigen etc.  Gaat het luikje van hun keus een keer niet open dan zitten ze in zak en as. Ze hadden toch met de juiste munt betaald en op het juiste ogenblik gekozen voor dat ene hokje. Maar het blijft gesloten.

God is gelukkig geen snackbarhouder. Hij is niet de hele dag bezig het ons naar de zin te maken met allerhande snacks en geestelijke lekkernijen. Wie God op deze wijze meent te moeten beleven maakt een karikatuur van Hem. Laten we de zaak nu eens omdraaien! Meen dat we dan veel dichter bij de waarheid zouden kunnen komen. Bedoel dat u en ik druk bezig gaan om het Hem eens naar de zin te maken. Dat Hij (met respect) een snack kan komen halen in onze levenszaak.  Betaalt heeft Hij immers al. U weet wel waarmee. Op onze levenszaak zou dan komen te staan: Het is volbracht…

vrijdag 18 november 2016

1969


 Petertje was acht jaar oud. Het leven verschilde enorm met heden ten dage.
We sliepen in die tijd op slaapkamertjes die zo klein waren dat je met recht je kont niet keren kon. In de winter stonden de ijsbloemen op de ramen en je kreeg een koperen kruik mee naar bed met een oude geitensok erom tegen het verbranden van je voetzolen. Dekbedden kenden we niet. Wel veel dunne dekens en spiralen bo...dems waar je als een kroket in zakte.

Een wc boven bestond niet. Moest je in de nacht een plas doen dan door de koude slaapkamer de overloop over met jabo tapijt (van kokos) dat prikte aan je voetzolen. De trap af de gang door de kleine wc in waar je dikwijls je kont moest vegen met een oude krant omdat het wc papier (Popla) opla was.

Moeder was elke ochtend bezig middels oude kranten en een scheutje peterolie om de kachel aan te krijgen en het was dus de eerste uren koud in de huiskamer maar je wist niet beter.

Je poetste je tanden aan het gescheurde granieten aanrecht, moeder deed een schepje Buisman bij de koffie en goot de boel op in een pruttelpot die stond te knorren op een peteroliestel.
Sinterklaas was feest want dan mochten de schoenen gezet worden. Vooral mijn jonger zusjes maakten er werk van met een wortel voor het paard en wat stro. Moeder deed een chocolade kikker in je schoen en hoewel je wist dat de sint niet bestond bleef het toch spannend.

De televisie kwam pas veel later. Overdag nauwelijks uitzendingen enkel testbeeld. En als het ging beginnen een aantal minuten een foto van een mooie vrouw met bruin haar en een bos bloemen in beeld. Ik droom nog wel eens van haar en word dan verhit wakker.

Andere dingen dan aardappels werden niet gegeten. Nou ja moeder was modern en kookte wel eens macaroni. Eerst gesnipperde ui langzaam glazig en zoet laten worden op het gasstel en dan aan blokjes gesneden bus worst of smack erin en een blikje tomatenpuree. Vader was een echte aardappeleter en vrat de macaroni zonder saus of vlees om zijn ongenoegen over het vreemde eten (vreten door hem genoemd) te uiten. Ik ruik nog zijn transpiratiegeur want van deodorant hadden we nooit gehoord in die dagen….

Winden zonder geur


Het bewijs dat Loe de palingboer God in het vlees was, werd gevonden in het feit dat hij winden kon laten zonder te stinken. Volgens Mien dan, een van
de eerste aanhangers van deze sekte die Nederland overviel in de jaren vijftig zestig en had 500/600 aanhangers.
U vindt dat terecht kolder en dat is ook zo, en toch moet mij van het hart dat ook wij dikwijls bekrompen vreemde denkbeelden hebben over mensen die een taak vervullen in de gemeente.
Nog niet zo
heel lang geleden was het ondenkbaar dat de dominee zich in zijn korte broek vertoonde. Nog erger was een zwembroek, dat was gewoon not done. De beste man moest zich immer in een keurslijf bevinden die de goedkeuring van de leden beviel.
Lastig, lijkt mij. Ik zou het niet kunnen. Die zwembroek zou nog wel gelukken om hem in de kast te laten, want ik zwem zo zelden. Maar het rijden op een oude harley Davidson (waar de naam van de Zoon van David zo mooi in terugkomt) zal ook wel te wuft zijn. Lijkt mij een zware baan want je doet het nooit geheel en al goed.
Dat hebben overigens alle mensen die hun nek boven het maaiveld durven uitsteken.
Er zijn altijd wel "zwakke" personen die menen hun van alles voor de voeten te werpen omdat ze zelf zo weinig presteren.....

Wijsheid


In de binnenstad van Bergambacht
liep een man met een oranje gordijn om zijn vege lijf geslagen. Op zijn achterhoofd prijkte een lang staartje en onder zijn arm zat een boek geklemd. Als een magneet trek ik dergelijke figuranten aan en zo ook deze man in oranje gordijn. Hij keek mij hoopvol aan en begon in het Engels/Nederlands:  Mineer zou u perhaps een boek willen lezen over wisdom?” This is een boek waarin the secrets staan voor echte wisdom.”

Wat zeg je op een aanbod als dit? Ik citeerde col 2:3: al de schatten van kennis en wijsheid zijn in Christus geborgen, en liep verder. Zijn oranje gordijn wapperde in de herfstwind.

Zou u niet wijs willen zijn? Meer wijsheid bezitten dan menigeen? Ik bedoel niet eigenwijsheid, daar hebben we reeds voldoende van. Nee, bedoel echte wijsheid. En denk nu niet dat wijsheid gevonden zal worden onder mensen met veel kennis. Want kennis en wijsheid zijn twee dingen. Iemand kan kennis hebben van het vervaardigen der steunzolen, maar is daarmee niet wijs. Welnee, het kan zelfs een halve zool zijn.

De Bijbel leert ons dat werkelijke wijsheid (lees al de schatten van wijsheid) gevonden worden in een persoon. Zijn naam kennen wij. Het is dezelfde Man die riep:”Het is volbracht.” Dus kom je wijsheid te kort, vraag hem er gerust om.

donderdag 17 november 2016

Hoe komt het winterkoninkje aan zijn naam?


 In een sage wordt verteld dat er een enge spin bij het kindje Jezus in de kribbe kroop. Maria trachtte tevergeefs dit te beletten. Het vogeltje vangt de spin en vreet hem op. Zo kreeg het kleine dappere vogeltje volgens de legende zijn naam. Omdat hij in de winter de grote Koning bijstond.
Foto heeft een olieverf-bewerking ondergaan. Omdat ik dat soms leuk vind.

woensdag 16 november 2016

Chronos en Kairos


Tijd is een rekbaar begrip. Hoewel je tijd kunt exact meten, voelt het vaak flexibel. Tien minuten kussen met een mooie vrouw voelt veel korter dan 10
minuten in de stoel van de tandarts. Tenzij je een mooie tandarts hebt zoals ik maar van kussen komt het vooralsnog niet. Wel werkt ze op mijn zenuwen en daardoor voelen minuten als uren.

Op de zaak zong kale Arie altijd een heel oud liedje wat zijn hunkeren naar het weekend en vrije tijd aangaf. Het gaat zo: woensdag o woensdag, o schoonster aller dagen, in de middag nog een halve week maar in de avond slechts twee dagen.

Het verhaalt over de dagen en uren die de werkweek telt. Hoewel het liedje al oud is en derhalve door Arie aangepast moest worden opdat de werkweek ooit ook de zaterdag bevatte. Toen zong men dus het oorspronkelijke: O, donderdag, o donderdag, o schoonste aller dagen, Des 's morgens nog een halve week, En 's middags nog twee dagen!

Je hoort mensen wel eens zeggen: We hebben alle tijd. Dat is een misvatting want niemand heeft de tijd. De tijd heeft ons. We zijn schepselen gevangen in de tijd. Velen zien de eeuwigheid als een heeeeeeeel lange tijd. Wat niet waar is want in de eeuwigheid bestaat geen tijd.

Derhalve is al ons geredeneer over het al dan niet bestaan van een Godheid kijken in een spiegel vol raadselen. Wie de tijd al niet eens beheerst kan niets zinnigs zeggen over Hij die de tijd maakte en de eeuwigheid bewoont me dunkt. Een ding is zeker. U en ik zitten gevangen in de tijd. Vandaar het jachtige gevoel dat u en mij steeds maar voortdrijft richting het einde. Zo wijzen al de kerktorens als reusachtige vingers ten hemel. Ze vertellen u en mij over Hem die boven de tijd staat en geven meestal ook nog de juiste aardse tijd aan.

dinsdag 15 november 2016

Op facebook ook actief dus....

https://www.facebook.com/peter.demooij




https://www.facebook.com/peter.demooij

Komen wielrenners in de hemel?


Afgelopen zaterdagochtend was de eerste redelijke wintermorgen. Die nacht vroor het aanzienlijk en de weilanden waren voor het eerst mooi wit van de
vorst der nacht. Een mooie strakblauwe lucht was mijn deel toen ik om halfacht op de fiets de polder inreed. Gaat er iets boven het ademen van de koele gezonde zuurstof die de fietser of wandelaar zijn deel wordt op zo’n morgen? Heerlijk.
Je hebt als vroege fietser of wandelaar de hele wereld voor ...
jezelf. Geen mens op pad, geen loslopende honden voor je fiets, geen oude van dagen die met nordic walking sticks in je kielzog strompelen, geen wielrenners die schreeuwen: ”Tegen!” als je ze tegenkomt, zalig, zalig, zalig! Vreemd genoeg kwam er een vraag bij mij op die morgen. Wil hem wel met u delen hoor. Hij luidt: komen wielrenners in de hemel?
Een stomme vraag wellicht. Ik ken het antwoord er niet op, als ik eerlijk ben. U misschien wel dus brand maar los. Ze gedragen zich vaal zo kwallerig met grote monden, dwars tegen alle regels van het verkeer in. Dan kijken ze naar jou als medeweggebruiker alsof de hele wereld hun toe zou behoren. Zouden die strakke nylon broekjes met zeemlederen kruis wellicht de aanmaak van testosteron bevorderen waardoor ze vaak zulk haantjesgedrag vertonen op die vederlichte ijzeren rosjes? Vragen, vragen. Vragen.
Enfin, het was een heerlijke morgen. Photoshop maakte er wat sneeuw bij om de sfeer nog meer te verhogen.

maandag 14 november 2016

Scheiden in Ammers

Insluiper op Groot Ammers

Even het oud papier in de bak werpen want op Ammers moet je alles scheiden. Hoe meer je scheidt, hoe fijner men het hier in het dorp lijkt. te vinden. Let wel:
ik zeg: scheid en niet schijt. Zou dat gedonder met alles te scheiden wellicht de oorzaak zijn dat er zoveel in huwelijken gescheiden wordt? Dat zo'n man of vrouw denkt: eigenlijk is mijn partner best wel lelijk ...
geworden, "laan" ik hem opruimen! Misschien handig als daar ook een bak voor komt. Dat je niet zo hoeft te zeulen met je ex partner maar dat er op een verantwoorde wijze wordt omgegaan met het recyclen. U ziet er niets in? Het geeft een heel nieuwe dimensie aan de uitdrukking "in de bak zitten".

Kom, kom, we zijn hier als moderne mensen onder elkaar en u kunt gerust zeggen wat u denkt. "Waar is Wim? Oh die zit in de bak. Hij wordt gerecycled. Ze konden van het overtollige vel op zijn pens nog negen naveltruitjes maken o.i.d. Het haar op zijn rug zal tot drie kokosmatten verworden en de kale plek op zijn schedel tot penaltystip in kunstgras."

Het klinkt logisch.
Enfin, de poes van de buren meende overspelig even binnen te wippen. Ze zat er 10 minuten maar toen ik ging stofzuigen toch op huis aan. Gelijk heeft ze. Poezen zijn tenslotte honkvast. Nou de rest van de Schepping nog. Of zou het gras bij de buren echt veel groener zijn? Ik ben zo bang dat het schijn is. Maar dromen mag. Tot je er poezelig van wordt.

zaterdag 12 november 2016

Sabbat-sigaren


 Op de zondagen (nog niet zo heel lang geleden) was het ondenkbaar dat een dominee gebruik maakte van het veer. Er mocht immers niet gewerkt worden op de sabbatdag, hoewel deze voor de goede Bijbel-lezer nog immer op de zaterdag valt, hing de kerk de dwaling aan van keizer Constantijn de Grote , dat de zondag om de een of andere vage reden nu tot rustdag was (vaak zelfs “is”) verworden.
Kwam een gast-dominee van over de rivier, dan was het zaak dat hij voor twa...
alf uur (aanbreken van de zondag) aan deze kant van de Lek was waar hij in de meeste gevallen te slapen werd gelegd bij een van de ouderlingen om de bewuste zondag voor te gaan in de kerk. Meestal keerde de predikant derhalve maandags pas weer terug, dus sliep de dominee wederom bij een der ouderlingen.
We praten over een tijd waarin men ergens in de Bijbel meende te lezen dat het christen past om lopende naar de kerk te gaan. Wederom een dwaling die eigenlijk op het Joodse volk betrekking had. De afstand die de vrome Jood mocht afleggen op de sabbat (zaterdag)naar de synagoge noemde men “een sabbatsreis” en betrof ongeveer 1200 meter. De kerk paste die gedachte toe op zichzelf maar liet die 1200 meter-gedachte vallen. Al die (soms kilometers lopen waren zonder twijfel een voor het vlees (door weer en wind)steeds weerkerende tuchtiging, doch had Bijbels gezien geen enkele waarde. Sterker nog, velen liepen zondag aan zondag kilometers naar de kerk (wat veel weg heeft van werken/ inspanning op zondag). Kwam je op de fiets of (erger) met de auto dan stond al heel snel een ouderling op je stoep. Over vrome niets betekende regels gesproken!
Het woord Gods zegt over dergelijke regels dat ze wel vroom en mooi klinken, doch slechts het gevoel voor eigenwaarde verhogen zonder geestelijk gezien enig gewicht in de weegschaal te plaatsen. Een mens wordt geen beter mens door naar de kerk te lopen, te hinkelen of te kruipen. Dat ruikt naar aflaat. Genade, dat is waar het geloof om draait.
We moeten ook niet denken dat het veer altijd zo grootschalig is geweest als nu de ponten zijn. Soms betrof het gewoon een roeibootje waar de goedheiligman in werd overgezet. Zie je het voor je! De dominee in de roeiboot en een van de ouderlingen aan de riemen. Als dank kreeg de ouderling dan midden op de rivier de sigaar overhandigd, waar ons spreekwoord “ de sigaar zijn” nog naar terugverwijst. Want eerlijk is eerlijk, men roeide zich te pletter tegen de stroming van de rivier en regende het of was het mistig, ja, dan was je pas echt de sigaar…