Ik zat ooit naast een vrouw in de kerk waar ik nieuw was,
die nooit een woord tegen mij sprak. Je hebt stille geesten en de Bijbel prijst
Maria om een dergelijke houding, dus ik had er vrede mee. Bevreemde mij wel een
beetje, want ik ben zelf gewend om nieuwe mensen een beetje te helpen en een
vriendelijk woord doet veel goed.
Als je dat al niet wilt doen, dan heb je in
mijn beleven weinig geleerd in de kerk. Maar de weken gingen voorbij en elke
week zat ik naast haar en mocht mijzelf al als een hele piet beschouwen als ze
op mijn: “goedemorgen” een karig knikje gaf. Probeerde haar nog door het voeren
van pepermunten gunstig te stemmen want als het moet, trek ik alle rollen…eh
registers open, het mocht niet baten. Ze bleef zwijgend voor zich uit zitten staren
en ik berustte ik haar zwijgen. Ieder zijn gebrek niet waar! Tot ik mee mocht
maken dat de domineesvrouw naast haar plaatsnam en ze honderd uit begon te
kletsen. Zelfs tijdens de dienst werden er nog woorden gewisseld en gegiebeld.
Pas toen begreep ik dat ik duidelijk te maken had met een
modern staaltje: mene mene tekel upharsin. Er bestaan mensen die hun hele leven
al ter kerke gaan en die je nog altijd een gevoel van volkomen afwijzing geven.
Laten we bidden voor deze verbitterde zielen, want ze hebben nog altijd niet
begrepen waar de liefde nu eigenlijk voor staat…