woensdag 12 juni 2013

Vriend met God

Voor God zijn alle mensen gelijk. Nou ja, dat is zo’n uitspraak die wij dikwijls horen. Ligt lekker in het gehoor
en heeft wellicht een kern van waarheid. Doch of God Adolf Hitler even lief heeft als majoor Bosshardt blijft de vraag!

Als we naar het leven van de Here Jezus kijken op deze aarde dan valt ons op dat Hij voor iedereen liefde had, maar dat er één discipel was (Johannes) die blijkbaar een bijzonder plekje in Zijn hart had.

We lezen namelijk op meerdere plaatsen in de bijbel woorden die aangeven dat zelfs de discipelen onderling tot de slotsom gekomen waren dat Jezus en Johannes iets bijzonders hadden.

Wij moeten daar niet vreemd van opkijken want we hadden in het oude testament al enig licht gekregen op Mozes die de vriend van God wordt genoemd. Een tittel die aangeeft dat er tussen God en de mens toch meer dan een algemene band kan ontstaan.

De vraag is of u en ik ons uit durven zonderen om met Hem deze band op te bouwen? Ik ben namelijk van mening dat deze vriendschappelijke, innige band voor ieder mens is weggelegd, doch je hoort er nimmer over preken. Wel over de algemene, onbegrijpelijke, onvoorstelbare, alles overtreffende genade, maar over die innige vriendschap, neen daar blijft het vaak stil vanaf het preekgestoelte. God doet niet aan lieverdjes, zo is de gedachte. Maar is dat wel zo?

maandag 10 juni 2013

De maaltijd des Heren

Was het ooit begonnen met een heuse maaltijd die eindigde in de twee symbolen van brood en wijn, nu rest ons enkel het belangrijkste, de gedachtenis aan Hem.


Christenen zijn net mensen en al snel ontaarde deze maaltijden des Heren, tot schranspartijen waar de ene mens zich volvrat en de ander (die wat later kwam) niets meer te eten had (1 cor 11:20).

Terecht is het weer teruggebracht naar datgene waar het om draait, de gedachtenis aan de Here Jezus.

Wij zijn ruim vier jaar niet aan de avondmaalstafel geweest omdat wij niet als belijdende leden gezien werden. Wat je dan wel bent als je bijbels je getuigenis en je bijbels hebt laten dopen, wil ik in het midden laten. Wij wilden immers lid worden van de gevestigde kerk en dan moet je niet zeuren over haar regels, dacht ik. 
In Gouderak droeg men ons in de kerk een zeer warm hart toe, maar nimmer heeft een van de oudsten ons geholpen een weg te vinden in deze en zelfs de dominee die dit zou aanpakken verzaakte dit.

Dat gaat in de Sintjanskerk dus even anders. Daar pakte men dit direct beet en nu zaten we dus na vier jaar weer eens aan de avondmaalstafel, waar we heel blij mee waren.

Wij gedenken bij dit sacrament de dood en wat meer, de opstanding van onze Heer.

Hoe sta jij tegenover deze viering? Ga jij aan en zo ja, waarom? Zo nee waarom niet? 

zaterdag 8 juni 2013

Ik schaam mij ook zeer diep!

Als redelijke aanvulling voor wat Amnesty Internationaal aan bericht brengt even het volgende. Ik schaam mij dat onze cellen vol zitten met niet Nederlanders die onze belastingcenten opvreten! Ze plegen misdaden tegen onze kinderen en worden in goedverzorgde "hotels" vastgezet. Ik schaam mij omdat de zorg voor onze ouderen, de gehandicapten en zieken steeds verder wordt afgebroken door onze regering onder het mom van bezuiniging. Mensen die deze maatschappij op hun eigen schouders hebben opgebouwd, krijgen steeds minder verzorging en misdadigers die niet uit Nederland komen, teren soms levenslang op uw en mijn belastingcenten. Daar schaam ik mij diep, ja zeer diep voor. Laten ze dergelijke figuranten per direct het land uitzetten zodat ze in hun eigen geboorteland hun straf uit kunnen zitten!

Het opleggen der handen

Een van de sacramenten die we terugvinden bij onder andere huwelijken, inzegeningen voor bedieningen binnen de kerk en doop. In het oude testament werden door hand opleggen de zonden overgedragen (zondoffer).
We lezen in de bijbel dat door handoplegging ook geestelijke gaven medegedeeld kunnen worden ( 2 tim 1:6).

In de Pinkstergemeente waar ik van oorsprong uitkom, gebruikte men het opleggen der handen tamelijk te pas en te onpas. Zo was het heel gewoon dat de voorganger de leden opriep om uit de banken te komen en elkaar de handen op te leggen en met elkaar te bidden.
God zou ons op deze wijze zegenen en wij konden elkander geestelijke gaven mededelen, zo was de gedachte.

Ook gebeurde het wel dat men speciale diensten organiseerde waar mensen (soms wildvreemden) de handen werden opgelegd.
Opdat ik in nieuwe tongen kan spreken vroeg men mij dikwijls of ik ook bij het team wilde komen dat handen op mensen wilde gaan leggen. Hetgeen ik altijd afwees omdat men op deze wijze het spel voor de knikkers aan gaat zien.

Ten eerste leert de bijbel ons om niemand overhaast de handen op te leggen. Wij moeten net als met alles wat de Heer ons schonk, met respect en heiligheid omgaan. De leer der oplegging der handen is geen speelgoed of sacrament van baat het niet dan schaadt het niet.
Er is nog zo veel onder dit onderwerp te zeggen, maar allereerst de vraag hoe jij in het licht van de bijbel het opleggen der handen beleeft?

donderdag 6 juni 2013

Ziet God twee samenwonende mensen als gehuwd

Dat is eigenlijk de hamvraag waar dit stukje om draait.
Veel
jongeren met wie ik spreek zeggen vol trots:”wij hebben dat boterbriefje van de gemeente niet nodig om trouw te zijn.” Of:”we willen eerst proberen of we wel bij elkaar passen alvorens te trouwen.”

Nu is het ontegenzeggelijk dat de bijbel leer dat seksuele gemeenschap twee mensen doet samensmelten tot één.
Zo lezen wij bijvoorbeeld:” Of weet gij niet, dat wie zich aan een hoer hecht, één lichaam (met haar) is? Want, zegt Hij, die twee zullen tot één vlees zijn.”

“Zie je wel zegt men dan, voor God worden wij dus man en vrouw omdat we seksuele gemeenschap hebben en dus ziet God ons als gehuwd.”

Maar de bijbel zegt meer. De Here Jezus zegt tegen de Samaritaanse vrouw:”U hebt verschillende mannen gehad en de man waar u nu mee samenleeft is uw man niet.”
We zien dat samenwonen (leven) dus niet automatisch wil zeggen dat wij voor God gehuwd zijn…

Wat het eerst proberen of je bij elkaar past betreft het volgende. Een huwelijk is eigenlijk als een sprong in (deels) het onzekere. Net als met parachutespringen moet je dat goed doen of geheel niet. Iemand die meent dat hij eerst de betrouwbaarheid van een parachute wil proberen door ermee van een flat te springen, zal al snel halverwege ontdekken dat de parachute niet opengaat omdat de sprong te gering is en als hij al opengaat je aan een vlaggenmast blijft hangen...

dinsdag 4 juni 2013

Waarom gemeenten stuk gaan deel 2

Een tweede oorzaak van het fout lopen van dergelijke zichzelf als charismatisch betitelende gemeenten is het ontbreken
van een overkoepelend gezag om controle uit te oefenen.
Het mag de gevestigde orde wellicht terecht verweten worden dat het een zeer groot en daarom traag lichaam is geworden, maar het overkoepelende, het samen controleren op het onderwijs, de wijze van samenkomen en de algehele leer, is wel een veilige.
Er is niet zoiets van zegge één man die het voor het zeggen heeft. Daar zit direct de pijn van alle op zichzelf staande gemeenten die met al de grillen van één voorganger meewaaien.
Jan staat beslist niet alleen in het achterlaten van zijn niet bepaald positieve sporen. David Maasbach, de cyclus waar Jan ook ooit een van de voorgangers was, zette zijn hele schoonfamilie de kerk uit en verbood haar leden om contact met hen te hebben. Dit klinkt bij de getuigen van Jehova bekend, omdat ook daar mensen die het niet eens zijn met het wachttoren genootschap, verbannen worden.
Zulke gemeenten worden dan ook terecht als zijnde sektarisch bestempeld…

maandag 3 juni 2013

Waarom gemeenten stuk gaan

Wat gaat er nu precies mis bij gemeenten als van Jan Zijlstra? Ik denk dat buitenkerkelijken en zelfs veel christenen, daar geen enkel zicht op hebben.
Het is mede daarom, dat ik graag in een aantal stukjes uiteen wil zetten waar de schoen wringt.

Het eerste wat mij in al die jaren dat ik in dergelijke gemeenten heb mogen kerken en waarom in deze uiteindelijk verlaten heb, wil benoemen is het ontbreken van een gezond stuk bijbelkennis.
Men neemt te snel hetgeen door de voorganger wordt gezegd voor waarheid aan. Mensen met enige tegenspraak worden daar ook niet met open armen ontvangen. Meelopers zijn favoriet onder de uitspraak:”we moeten allemaal met onze gezichten dezelfde kant op.”
Alsof dat het criterium is voor gezond gemeente zijn.

Ik zeg het met enige terughoudendheid, want ik wens niemand te kwetsen, maar het gehalte aan theologische denkers is in een dergelijke gemeente niet bepaald rijk vertegenwoordigd.
Het zijn veelal de als los zand aan elkander hangende, gemakkelijk te manipuleren “christenen” die zich daar (voor een bepaalde tijd) thuis voelen. De genezingen die aldaar plaatsvinden sluiten ook elke onzekerheid af over het goed functioneren van de voorganger. God geneest op zijn (Jan in dit geval) vragen en dus staat God achter Jan, is de gedachte. Op deze wijze worden (zogenaamde of echte) wonderen als verzekering gebruikt voor iemands bediening, maar wat als die wonderen vals zijn? Wie controleert dat? Wie heeft het op zich genomen om na te gaan of er werkelijk wonderen gebeuren?

Aardbeien en verpleeghuizen

Moeder even een bakje aardbeien wezen voeren want dat heb je over voor je zieke moeder. Aan de deur hing een papier
dat wij onze moeder geen snoepjes mogen geven maar het eerste wat ma vraagt als je binnenkomt is:"Wat heb je voor mij meegenomen?"
Jolanda was er ook en we hebben erg gelachen. Hier de foto dat ik ma aardbeien voer...
Nu is zij het kind en zijn wij de ouders.
Ma deed haar bekende riedeltje van:”Met wie ben ik getrouwd geweest, waarom ben ik weggegaan en waarom heb jij bruine ogen?”  Ze at met smaak haar aardbeien met suiker.

Zo geheel anders dan pa die enkel negativisme uitademt is moeder blij met iets simpels als een bakje vruchtjes. Het maakt dat je een heel ander gevoel hebt bij de wekelijkse bezoekjes. Enkel jammer dat ze ma weer tot halftwaalf lieten liggen alvorens haar te komen wassen. Verpleeghuis Gouwestein noemt zich verzorgingstehuis maar ik heb de indruk dat het woordje verzorging nogal vloekt met de praktijk. En dat in een christelijk tehuis! Ik ben blij dat de Heer ons “verschoont” zodra wij om Hem roepen en niet zegt:”Ik zit nu te eten over een paar uur probeer ik wel even een gaatje te vinden.”

Bizarre droom vannacht

Ik was op vakantie en liep over de markt van een of ander pittoresk dorp. In de verte hoorde ik geschreeuw en toen ik naderbij kwam bleek
het Jan Zijlstra die achter een viskraam stond te blèren.
“Echt Hollandse nieuwe ichthusje, meneertje. Ze zijn volvet dit jaar en glijden als boter door de keel.”
Om de kar dromden mensen samen en Jan verpakte de volvette maatjes-ichthusjes in uit een oude bijbel gescheurde bladzijden.
“Mevrouwtjes als u mijn volvette maatjes-ichthusjes eet bent u van al uw kwaaltjes voorgoed genezen. Geloof in mijn haringkar en u zult behouden worden! Proef deze hemelse vis en welk een kwaal u ook heeft, u zal genezen.”
Het werd steeds drukker en Jan liet de mensen in lange rijen langs zijn viskraam gaan waar hij met de volvette vis de hoofden aanraakten van zieke mensen die daarna wel niet genazen, maar toch wel met de geur van vis richting huis strompelden.

Werd wakker omdat de kat met zijn vissige adem op het dekbed was gekropen en in mijn gezicht geeuwde.
Ouderen zullen dromen dromen, dacht ik. Maar wat wil dit toch zeggen? In het RD las ik die morgen dat Jan uit zijn gemeente was gezet en in mijn hoofd rolde spontaan het spreekwoord:”de vis begint te stinken bij de kop”.
Altijd al gedacht dat er een luchtje zat aan die levensstroomgemeente van Janneman…

zondag 2 juni 2013

Het brood des levens

De jonge moeder voor me schudde haar volle haardos over de rand van de kerkbank. Haar zoontje van een jaar of twee
zat dapper naast haar. Altijd een hele opgaaf voor kinderen om een uurtje stil te moeten zijn en zitten! Deze vormde hierop geen uitzondering. Eerst fluisterde hij in moeders haardos zijn schoenen te hebben uitgetrokken. Meen om de degelijkheid van de eikenhouten kerkbank te beproeven. Even later werden de kussens van het zitgedeelte met voeten getreden, beroken en besnuffeld en ook oké bevonden.
De dominee beklom het preekgestoelte maar het kleine mannetje achtte hem geen blik waardig. De zangbundel werd in zijn vochtige mondje gestoken en er kwamen rimpels op zijn voorhoofdje terwijl hij het papier beproefde. Hij keek erbij als een wijnkenner die de afdronk minimaal vond. Na de zangbundel beproefde hij het oude zakbijbeltje waarvan de smaak hem kennelijk uitstekend beviel. Kwijlend maar met smaak sabbelde hij op het woord van God en keek er zielsgelukkig bij.
Hij was duidelijk een kenner, dat kon je zien. Zette niet zomaar zijn ene doorgekomen tand in een bijbel die voor handen was. De moderne vertaling op het plankje voor hem bleef onaangeroerd. Hij wist als geen ander dat mooie dingen tijd nodig hebben om te rijpen. Een verse bijbel smaakt naar drukinkt en helderwit papier. De oude heeft een zweem van vanille en sigaren.
Hoe het ook zijn mocht, wat jullie er ook van denken, ik vond dat dit kind van net twee jaar, zich met meer overgave wierp op het levende woord dan menig kerkganger. Het speeksel liep hem van pure vreugd en genot des spijze langs de kin. Hoe intens beproeven wij het woord van God eigenlijk?