zondag 9 juli 2017

Verjaardagen

Altijd leuk een feestje maar, het geeft zo’n rommel.

Ik houd niet van verjaardagen. Enkel bij het woord verjaardag begin ik al te geeuwen en te braken. Bij ons thuis werden de glazen gevuld met sigaren en sigaretten en op tafel gezet. Toen was roken nog gezond, maar alles gaat voorbij als je maar lang genoeg wacht.
Pa en al mijn ooms zaten aan de Cola tik en de tantes aan de glaasjes advocaat waar ze kraaierig van werden. 

De huiskamer zag blauw van de rook en tussendoor werden de stukjes paardenworst en boerenkaas geserveerd. De mannen begonnen flauwe moppen te tappen die een pietsje vulgair waren en de vrouwen kraaien van plezier en regelmatig pieste er een in haar directoire. Onderbroeken waren in die tijd van gesteven katoen en konden met gemak een kwart liever pis opvangen.

Iets wat de moderne string niet gelukt omdat hij te kort komt aan absorptievermogen. Bovendien zaten er pijpjes aan dat ondergoed zodat ook daarin het nodige kon te hoop lopen. Het waren de kuise tijden. De kuisheidsgordel was zojuist afgeschaft en de seksuele revolutie stond nog in de kinderschoenen. Als je nu achter een vrouw loopt met een helderwitte broek en ze trekt er (per ongeluk zogenaamd) een zwarte string onder aan, krijg je het gevoel dat je het in Keulen hoort donderen.  De runderrollades van de Emté zijn meer gekleed me dunkt. Wat dát betreft is het geen gemakkelijke tijd voor het celibaat. Maar er zijn bijna geen Papen meer dus dat is een tref.


Op het einde van het feest werden de gesprekken meest verhitter zodat ome Koos meestal met een andere oom over het heuga-velt tapijt rolde en er her en der flinke kleunen werden uitgedeeld dus u begrijpt mijn afkeer van feestjes. Het is een soort trauma me dunkt maar dan zonder helikopter.….

zaterdag 8 juli 2017

Harige borst

Paula is dol op ezels. Zodoende huwde ze mij, dat spreekt voor zichzelf.
Overal zoekt ze ezels en wil er dan mee op de foto. Een vorm van verkapt overspel, maar wel een heel sublieme en veilige waar je, meen ik niemand mee kwaad doet. Ze valt voor hun eigenwijsheid en daarom heeft ze ook mij wellicht uitgekozen. 

Daarnaast vindt ze het gebalk, dat een ezel nu eenmaal meent moeten maken aan geluid, een redelijk overeenkomstige vorm van communicatie welke ik als man ook meent voort te brengen. Toen de Schepper aller dingen geheel klaar was, nou ja bijna dan; had Hij wat restjes over en daarmede bouwde Hij de ezel. Een pluisharig beest dat je kunt kruisen met een paard waardoor je: net naar gelang de vader een ezels is of de moeder, een muilezel of een muildier verkrijgt. Koppige steriele schepselen die nergens echt bij horen. Niet bij de paarden en niet bij de ezels.

Nu ik er wat dieper over nadenk, heb ik de indruk dat muilezel wellicht nog dichter bij mijn persoon komt.  Ik kan verder niet in details treden, doch dat gevoel van nergens echt bij te horen is mijn hele leven al mijn deel. Ik behoef er (nog) niet voor opgenomen te worden hoor. Ik had gehoopt dat toen ik gelovig werd kerkmensen met open armen zouden klaarstaan om mij aan hun al dan niet weelderige borst te drukken. Weer een illusie minder. Maar er zijn gelukkig wel heel sociale mensen ook. 

Een handje vol. Ach, tis voldoende. Je kunt niet de hele wereld aan je harige borst drukken.

En toch klinkt een waar woord: ”Laat uw vriendelijkheid bij alle mensen bekend zijn.” Misschien leren we het met de tijd….

Gedoopte koeien

Bij ons op het platteland worden de pinken met de zegen na op het land gezet.
Voor het allereerst buiten geeft reden tot uitzinnige vreugde en het komt derhalve vaak voor dat de jonge dieren hals over kop de sloot inrennen.
Het heeft wel iets weg van een doopfeest waar ze met veel vreugde ondergaan in het nat.
De boer heeft het er maar druk mee want meestal staan die koeien dan midden in de sloot een beetje te kijken van: wat hebben we nu aan onze kar hangen.
Altijd een erg leuk moment om mee te maken, dacht ik...

vrijdag 7 juli 2017

Kerkmuurtjes


Ik mag er gaarne op zitten en mij één met de voorvaderen gevoelen.
Waarom hebben wij eigenlijk geen voormoederen? Je ziet ze in gedachten voorbij komen die lange stoet gelovigen. Behoedt of zonder. Bebaard of glad geschoren. Aan het begin van het leven aan moeders handje of meer naar het einde toe met de rollator.

Kleine kinderkontjes, oude van dagen achterwerken, wulpse meidenbillen en het knokig reetwerk van de mannen, ze kwamen en komen allen hierlangs het muurtje om binnen te gaan. 
Zwaar donker berokt of bebroekt want in deze moderne tijd is goddank ook die dwaling vervallen dat het nobele kledingvoorschrift de kerkhanger verloren deed gaan. Nee, ook in een broek mogen wij heden ten dage naar de hemel. Maar nu nog even niet, want de country trailband zong het al: everybody want to go to heaven but nobody wants to die.


Over dat kledingvoorschrift het volgende: Koning Salomo schreef het al in zijn boek Prediker dat dergelijke voorschriften slechts dienen om de eigen waarde te verhogen doch spiritueel gezien geen enkel gewicht in de schaal plaatsen. Want heus, een zwarte rok maakt een mens niet geestelijker. Was het maar zo eenvoudig….

donderdag 6 juli 2017

De liefde en de ezel


Stapte net vanonder de douche toen de telefoon begon te jammeren.
Ik keek vluchtig op de klok die halfelf aangaf. Ik houd niet van telefoneren op dit uur, want je neemt zo’n gesprek vaak mee naar bed en het gaat soms ten koste van je slaap. Een kittig oud wijfje aan de lijn, dat stokdoof bleek.

“Ja, meneer pastoor sorry dat ik u zo laat nog opbel maar ik moet dit even kwijt. Ik ben verliefd op onze ezel.”
Wat zeg je als zojuist aangestelde pastoor op een bekentenis als dit? Riep in de hoorn dat ze verkeerd verbonden was en dat ik mij wel spiritueel begaafd meende doch niet genoeg om de biecht af te nemen. Doch ze begon te schreeuwen dat ik haar echt moest helpen omdat ze er anders weer een hele nacht niet kon slapen.
 Stelde haar gerust met de woorden: ”De meeste vrouwen zijn verliefd op ezels en heel dikwijls huwen ze er ook nog mee. Pas daarna begint het gebalk.”

Maar het oude wijfje hoorde mij niet, de verbinding was slecht of ze was gewoon stokdoof want ze ratelde gewoon door over pikante dromen en de ezel en meer dat ik dacht: mijn hemel, mijn verkeerde zondige verlangens vallen volgens mij behoorlijk mee, als ik dit zo hoor.

“Geef mij toch alstublieft de absolutie want ik kan niet slapen zo. Bovendien staat die ezel de hele nacht onder mijn slaapkamerraam te balken want ik meen dat hij ook een oogje op mij heeft en van alles wil.”

Daar heb je het gemieter al, typisch iets wat in je dromen terug komt, dergelijke belijdenissen hoor je zo zelden in de kerk heden ten dage. Ik moest van haar af, voordat het nog intiemer en pikanter werd.

Heb haar de opdracht gegeven om 12 spellen ezeltje prikje te kopen en deze weg te schenken aan een goed doel ten behoeve van kinderen of zo. En 200 wees ge groetjes, er bovenop. Voor de ezel een vrouwtje en verder geen gedonder in de glazen.

Of ze er notie van nam, weet ik niet. Ze ratelde maar door en klonk steeds opgewondener. Heb maar neergelegd en ben naar bed gegaan. Paula vroeg wie dat was aan de lijn? Och, een vrouw die gek is op een ezel, mompelde ik. Maar Paula sliep al…

woensdag 5 juli 2017

Fietsen en dikke sigaren



In de vroege morgen de fietsen in het bakkie van de auto en eerst maar eens naar een mooi plekje rijden van waaruit we starten. Warme dag, erg benauwd
ook maar we hebben broodjes mee en flesjes fris dus niet lullig doen maar lekker rijden. Het is al 30 graden in de auto en we komen aan op de plaats van bestemming. 

Fietsen losmaken auto op slot en hup. De eerste tien kilometer lekker op de fiets langs de rivier de Linge. Hoge bomen, veel schaduw, lekker windje in de rug. Ja lekker. Dan op zoek naar het eerste bankje om even een flesje fris op te drinken maar de bankjes zijn schaars. Heel schaars, dus je fietst maar door en een lichte pijn tussen de zweterige bilnaad word je deel.
Eindelijk een vlondertje aan het water. Brood, ja lekker. Maar ligt nog op het aanrecht. Shit vergeten. Nou ja, dan maar fris. Hoewel, fris! Lauw is een betere noemer. Het lest wel maar niet lekker. Dan op zoek naar een uitspanning om koffie te drinken met het bekende appelgebak. Komt uit de vriezer want is bevroren van binnen dus je vullingen in tanden en kiezen geven alarm af. Dan maar twee broodjes. Eentje per persoon blijkt genoeg de andere nemen we mee in de fietstas. Er lopen veel te dikke vrouwen in Ameide. Die niet dik zijn van het vet, blijken zwanger. It wasn’t me!

We lopen een Ammerse tegen het vege lijf die wel op de foto wil met Paula. Nico met de dikke sigaar. Even kletsen en dan weer verder op de fiets. Onderweg een ezel die met zijn snikkel naar ons zwaait. Wat wil zo’n beest er nu eigenlijk mee duidelijk maken? We werpen hem een overgebleven broodje toe waar hij slechts op urineert en daarna luidkeels balkt, wat te denken geeft.


Inmiddels 50 km gereden en mijn kont voelt aan als een biefstuk waar een zalige slagersdochter een uur vergeefs op heeft staan meppen om hem mals te krijgen. Nog maar een flesjes lauwe limonade dan. Tegenwind als we verder rijden en warm, heel warm. Kont is nu op kookpunt aangekomen en benen voelen als gesmolten was. Dan weer richting de auto die in Hoornaar staat bij de kerk in de buurt. 

Wat een roteind nog. Gesloopt komen we aan bij de auto. Wat was er ook weer zo fijn aan dat fietsen? Oh ja, dat je, als het achter de rug is, lekker in de auto met het raampje open weer naar huis kan en niet meer op die rotfiets behoeft te zitten. Heerlijk gewoon!

dinsdag 4 juli 2017

Bolle kontjes



In het water bij de Lek dreven twee bolle kontje.
Eentje was omspant met een veter waardoor het geleek of er twee blanke kadetten in het water dobberden. De zon liet ze lief schitteren als waren ze overdekt met een laagje glazuur. De ander had een geel broekje aan die haar bildelen de look van twee rijpe Galia-meloenen gaf. Het veer kwam langszij en een vrouw van reformatorische komaf keek er afkeurend naar. Ze was zwartgerokt en op haar achterhoofd prijkte een forse bevindelijke knot.

De meiden liepen nu het lage gedeelte in en zwaaiden naar twee jongens die op een feloranje scooter aankwamen blèren.
Ik dacht terug aan mijn eigen jeugdjaren. Met de meiden zwemmen, wat leek dat lang geleden en toch kon ik alles tot in detail terughalen. Het stoeien in het nat. De kussen die vanzelf kwamen. 

Ach, nog een geluk dat het water in de Lek tamelijk lang koud blijft zodat eventuele “opstandigheden” door de frisheid van wilde waterstromen onder de maat bleven.
De jongens renden nu met veel kabaal de Lek in en een van hen dook met een daverende knal het water in. 

Het gekke was dat hij zonder boxershorts weer bovenkwam. Die dreef als een corpus delicti over de woeste baren en voorbij de pont. Helaas zette de pont zich in beweging zodat ik bijna een extra keer wilde laten knippen om te zien hoe dit afliep. Op de mooiste momenten heb je helaas nooit een goede camera bij je.

De dame van reformatorische komaf, vouwde haar handen en leek in gebed te gaan bij het zien van het langsdrijvend ondergoed. Maar wel met de ogen open, want ze wilde er net als ik, niets van missen…..

maandag 3 juli 2017

Zinloos gezeur

De barones reed haar oprijlaan af en keek mij aan met ogen
die leken te zeggen: ”James, haal dat gepeupel op zijn smerige Harley Davidson voor mijn koetshuis vandaan met spoed.”
De adel, bestaat ze eigenlijk nog wel? Ooit waren de verschillen direct zichtbaar. Jan met de pet en meneer met de hoed. Jan op de fiets en meneer in de bolide. Jan achter zijn prak, en mevrouw aan een langgerekte tafel met een broodje pauwentongetjes. Jan leste zijn dorst met een slok water uit de Lek, en mevrouw aan de Châteauneuf-du-Pape. Mevrouw onder de satijnen lakens en Jan met de pet onder de klamme vette lappen.

Maar de tijden zijn veranderd. Nu rijdt Jan ook in een Mercedes Benz en van mij mag hij, welja! Van Kooten en de Bie als de tegenpartij, zongen het al: geen gezeik, iedereen rijk. Hoewel dit een Utopia is, want als iedereen rijk is en voor zich kan laten werken, dan doet niemand meer wat en ligt de economie volkomen op zijn harige kont.

Het is overigens nog niet zo heel lang geleden dat mensen thuis geen kraanwater hadden om te drinken. Langs de rivieren, langs kanalen en singels stonden houten vaten die werden vol geschept met het (noem het even voor het gemak) slootwater. Middels een toevoeging werd het tot drinkwater gebombardeerd, maar gezond was het duidelijk niet. Ik heb dat zelf niet meegemaakt, doch wel dat zwembaden werden volgepompt met water uit de rivieren.

Derhalve zie je nu nog veel zwembaden (oude zwembaden) aan de rand van de rivier gestationeerd, zodat men toen (ik praat nu over mijn kinds jaren) het water uit de rivier zo het bassin in kon pompen. Goed, er zat wel eens een kikker bij of een vis, maar dat drukte onze pret niet.


De barones baadde in ezelinnen melk voor een zachte huid. Jan met de pet zwom in het water waar ook rioleringen in uitkwamen en derhalve de “oelen” dreven. Zo was dat in die tijd. Wij hadden helemaal geen tijd om ons druk te maken over of zwarte Piet, Jodenkoeken, of negerzoenen wel door de beugel konden. Wat dát betreft heeft de moderne tijd, ook veel zinloos gezeur met zich meegebracht. Vechtpartijen om een negerzoen, jodenkoek of een kinderfeestje. Voor dergelijke zeurkousen had men pek en veren in die tijd en een trap na…..

Lekkend dak


Het is beter te wonen in een huis met een lekkend dak, dan met een
ruziemakende vrouw.
Zomaar een gedachte uit de Bijbel. Met ruziemakende vrouwen heb ik eigenlijk weinig ervaring. 
De mijne is wat dat betreft zeker geen lastige ruziemakende vrouw. Met lekkende daken hadden we in ons vorige huis wel van doen en dat is lastig. Want zoek maar eens waar het lek zit. Zeker op een bitumen dak kan dat een tot gek wordende zaak van gezoek verworden.

Dit huis heeft daar geen last van goddank. Want een lekkend dak is echt ellende. Dan liever een kijvende huisvrouw. Daar heb je gelukkig van die gele oordopjes voor. Diep in je oren en je merkt er niets meer van me dunkt.

zaterdag 1 juli 2017

Een vriend



Heb een vriend die gaarne mensen bezoekt als ze ziek zijn en met ze wenst
te bidden voor hoop, misschien genezing. Hij struint ze stuk voor stuk af week in week uit al jarenlang. Nobel, me dunkt. Hij doet het uit liefde voor de mens, zegt hij en ik geloof dat. Hoewel er een kleine kink in de kabel ontstond toen hij zelf ziek werd en niemand wilde zien. Wilde ook niet dat mensen voor hem baden of langskwamen en voor hem de Heer zochten. Ik denk over zulke dingen na en vraag mij af hoe ik zoiets moet zien?

Zou ik zelf biddende mensen aan mijn ziekbed wensen? Ik dacht het niet. Sorry, lief bedoelt maar niet mijn ding. Hij ook niet dus. Waarom hij dan wel graag die anderen bezoekt als ze ziek zijn, blijft als een onbeantwoorde vraag in de lucht hangen. Het gevoel dubbel. Wel als heelmeester en bidder aan het bed van een ander willen komen maar als men zelf is, dan bidden ze zelf wel.

Heb een andere kennis die een enorme ruimte bezit waar hij mensen ontvangt die hij verwend met koffie thee en broodjes. Hij zegt blij te zijn dat God hem zo gezegend heeft dat hij mensen kan verwennen (lees zegenen), die anders zijn (lees een beetje ontspoort) zegt hij.
Ik bewonder dergelijke en toch zit er een jeukend plekje in mijn geest als ik ze hoor praten. Raar. Ze doen niets dan goed en toch lijkt er iets niet te kloppen. Maar wat?

De vraag dient zich steeds aan of er een bijoogmerk zit aan hun nederige diende houding? Moelijker is het naar jezelf toe te verplaatsen. Waarom doe ik de (goede) dingen die ik doe? Waarom ontvang ik mensen in mijn (ons) huis? Omdat dit nu eenmaal verwacht mag worden van een christen? Omdat we in dezelfde kerk zitten? Om een zekere plek in de hemel te verkrijgen? Om mijzelf het idee te geven dat ik door God gebruikt word? Om mijzelf een positie in Christus te geven misschien? Omdat…..Of doe ik het in oprechtheid omdat ik het zelf ook fijn vind?
Ik blijf verder buiten een slotsom maar het blijft jeuken…..