vrijdag 8 september 2017

De ware gelovige

God is veelkleurig

Tijdens het bidden dacht ik na over de verschillen tussen gelovigen in Christus.
Dan komt er een heel lange lijst voorbij waarbij uiterst zwart en kleurige, fleurige tinten je deel worden. Is dit nu wel de bedoeling van de Heer geweest? Had Hij het niet zelf over de eenheid en dat de wereld ons daaraan zou herkennen? Wat is er een ogenschijnlijke verdeeldheid onder christenen!

Maar toen ik er wat dieper over nadacht begreep ik dat onze God veelkleurig is. Kijk eens naar de schubben op de vleugels van een vlinder. Van uiterst zwart tot helgeel, oranje/rood, enfin een heel kleurenpallet aan tinten en ze behoren allemaal bij die ene vlinder.

De ene schub kan niet zeggen: ”ik ben een betere want ik ben zwart of geel of blauw.” Dat zou ronduit dom gekletst zijn. En toch maken wij christenen ons er dikwijls schuldig aan. Die gedachte dat de kleur waar jij je bij thuis voelt de ware tint is.

Geloof mij: het is een leugen. 

Je bordje leegeten



Ik stam uit de tijd dat dit een kreet was die dagelijks over tafel ging.
Kinderen moesten alles (leren) eten en verder geen gedonder in de glazen. Van spruitjes tot (in mijn kindsjaren) nog bittere andijvie en witlof. Men heeft inmiddels wel in de gaten dat de smaakpapillen van een kind veel gevoeliger zijn dan van grote mensen die van alles in hun waffel stoppen en derhalve deels hun smaak verloren hebben.

Toch heeft men de bitterheid uit de twee bovengenoemde groenten weten telen waardoor het kindvriendelijker is geworden.

Niet eten, oké dan hup naar je nest. En denk maar niet dat je daar uitkwam voor de volgende morgen ook al biggelden de tranen over je bolle wangen. Ik hoor het leger moderne opvoeders al schreeuwen dat zoiets misdadig is, ik blijf er verder buiten. 

Wat ik wel weet is dat ik alles heb leren eten en dus nergens mijn neus voor op behoef te halen.

Als ik eerlijk ben vind ik mensen die dit en dat en zus en zo, niet lusten typisch welvaartskinderen want honger maakt rauwe bonen zoet. Ik word er altijd een beetje boos om van binnen als ik mensen overal de neus voor zie ophalen. Sorry.

woensdag 6 september 2017

Punniken


Als kind deden wij het graag en vol overgave.
Een klosje garen en 4 spijkertjes en je had een instrumentje om uren en dagen zoet te zijn. Ik denk daar vaak aan terug als ik de massa aan speelgoed zie die kinderen vaak hebben liggen.


En dan maar strijden om wie de langste punnik kon maken in verschillende kleurtjes. Op de bank veilig weggekropen in een hoekje en dan met je tong uit je mond lekker punniken. Tis wederom herinnering maar wel een erg leuke. Derhalve kocht ik dit punnik-klosje voor 30 cent inclusief punnik en punnik-naald bij de kringloop winkel. Niet om aan de slag te gaan hoor. Wat die tijd ligt achter me. Maar ik kan er wel bij wegdromen en denken: ja, zo was het.

Als je er een beetje dieper over nadenkt is het hele leven een grote punnik. De reden daartoe wordt gevonden in de vraag wat je na al je inspanning eigenlijk moet doen met die lange sliert die je hebt weten te maken met punniken?

Denkt u ook wel eens over het leven na in het besef dat je een reden, een echt doel mist waartoe?
Misschien eens in de richting van Golgota kijken?
In Hem wordt goddank een doel gevonden.
We leven immers niet voor niets.
We sterven niet voor niets.
U en ik hebben een doel.
Het vinden van Hem.
Amen.

Kapsters en de Hanepraij


Ma hangt in een soort leefnet en gelijkt op een walvis die uit zee wordt getakeld.
De zusters zijn lief hoor, tis nu eenmaal niet anders met een zware vrouw die uit bed moet. Mijn oudste zus zit ook al te wachten op de tweezitsbank en ma kijkt me aan en roept zonder tanden: ”Ben jij mijn broer,” en begint te huilen. 

Meteen maak ik een achterlijk dansje en rare bewegingen en slaat ma’s houding om in gieren van de lach. Zo doe ik dat altijd. Het werkt prima. Ma is door een stomme grap snel op andere gedachten te krijgen.

De kapster van het tehuis de Hanepraij heeft mij ooit via, via verweten dat ik een rare vent ben, omdat ze blijkbaar geen kaas heeft gegeten van demente mensen. Misschien wel van knippen, daar blijf ik buiten maar in ieder geval niet van mensen die dement zijn. Anders had ze wel geweten dat je zulke mensen nu eenmaal tegemoet moet komen op het niveau waar ze helaas zijn aangeland. 

Ben nog wel eens bij de kapsalon binnengelopen aldaar om te informeren welke van de kapsters nu eigenlijk commentaar meende te moeten hebben om de situatie, doch iedereen ontkende.

Misschien moet ik snel nog eens gaan op een andere dag want ik wil die kapster wel graag even spreken omdat ik dit soort verdachtmakingen ongepast vind.

Moeder was in ieder geval door mijn “rare” bewegingen weer goed gemutst en daar ging het tenslotte om…..

zondag 3 september 2017

Wonderen


De Schepper schiet zijn vuurpijlen in de morgendamp door het geboomte des velds.
Mensen tastten naar wonderen en bezoeken genezingsdiensten om een glimp op te vangen van een teken of wonder. Begrijpelijk, want je zult maar ernstig ziek zijn.

Doch laten we nimmer uit het oog verliezen dat wij een wonder zijn. Dat we in een wonder leven. Dat de grootste wonderen elke dag voor u en mij op te rapen zijn als het manna in de woestijn van ons bestaan. Doch het leven is niet elke dag appeltaart eten. Er zijn ook tijden waar u en ik van denken: daarin hebben we geen plezier.

Dan is het goed ogen te hebben die zien en oren die durven horen. Doch, geen mens is zo blind als diegene die niet wenst te zien….
Ik eindig met een spreuk van een bevriende Orca-temmer : “Ik heb nog maar twee tanden”, sprak een oude vrouw.
“Eentje onder en eentje boven, doch prijst de Schepper, elke keer als ik eet ontmoeten ze elkaar.”

Hoedje van papier


Ik zag een peuter lopen met een mobieltje in zijn mollige hand. Je kunt er niet vroeg genoeg mee beginnen, lijken ouders te denken.


Wij knoopten (1966) als kinderen twee blikjes aan elkaar en spanden er een heel lange draad tussen die je door hem strak te houden kon gebruiken als telefoon.

Nou ja, veel hoorde je niet, maar toch als je goed luisterde kwam er wel degelijk geluid uit de blikjes als je er hard in riep. Het waren de tijden van één twee drie vier hoedje van papier. En van de uitvinding van het toiletpapier dan als koning keizer admiraal, Popla gebruiken ze allemaal, in de markt werd gezet.

Het betrof een grijs hard wc papier dat erg veel geleek op het gewone krantenpapier waarmede wij gewoon waren ons kontje te vegen. 
Een soort schuurpapier maar je was al blij dat je van die lamlendige drukinkt aan je kont af was. Want zo’n krant gaf altijd af. Nee, dan kon je er beter een hoedje van papier van vouwen en op je koppetje zetten…

(foto Petertje en zijn toen nog jonge moeder)....

Dromen



De ochtenden worden spannender in de Molenwaard. Langzaam rekken zich de nachten
en zweven er reeds witte wieven boven de weilanden. Koeien zijn overdekt met een laagje dauw, mannen laten onder het weer op het vege lijf rustende dekbed lang geantichambreerde winden en vrouwen worden zweterig doch welwillend wakker.

Op de grens van de zomer in de toeloop naar de herfst is een vruchtbare tijd. Paddenstoelen beginnen voorzichtig hun kopjes boven de schoot van moeder aarde te steken. Vogels scholen samen in hun overleg betreffende de weer te komen trek.

Boeren beginnen de slootkanten op te schonen en boerendochters zwijmelen bij hun zomerliefdes en staren hunkerend voor zich uit.

Opa’s lopen kwiek achter hun rollators en oma’s beginnen gemberkoekjes te bakken, staande op stalpoten gehuld in bruin dik bevindelijk panty-werk.


Ik houd van dit seizoen. Je kunt van alles verwachten als fotograaf. Van een koe in de dampende sloot als een leuke meid in het gras die zwoel voor zich uit droomt. Spannend, vind ik dat. Ik sta er graag vroeg voor op om de wezens der nacht te zien vluchten voor de kus der morgenstond…

zaterdag 2 september 2017

Mene mene tekel upharsin


Soms voel je je gewogen en te licht bevonden. Ken je dat? Op je werk misschien,
op school kan ook, in je “kennissenkring” of erger in je “vriendenkring”.

In de kerk kan zelfs ook, hoewel dit vloeken zou zijn want als er één ding is wat Christus u en mij wil leren is het mensen niet af te wegen. Een mens is tenslotte meer dan zijn kom af, kunde, sociale status, fouten, gebreken, etc.

Ieder mens is even kostbaar in Zijn ogen. Van de koning des lands tot de vrouw die onder de brug slaapt en haar dagen doorkomt met het drinken van spiritus.

Er is er maar EEN die het gezag heeft u en mij te wegen. Laten wij dus onze menselijke kromme, onzuivere weegschaaltjes wegdoen en stoppen met krenten kakken….

De schooltandarts en ander leed


Ik had geen schoolvlees. Zat liever naar de vogels te kijken die buiten voorbij vlogen maar je moest. Eerst ging het nog wel met het aap noot mies.
Maar al snel werden het sommen en ander geneuzel waar ik niets aan vond. Staartdelingen, breuken, vermenigvuldigen ach, je kent het lijstje wel. De leraar rookte in die dagen elke dag een sigaar in de klas. 

Toen was roken nog gezond blijkbaar. En wij gebogen over onze rekensommen in een volmaakte stilte die enkel werd doorbroken door de schoolbel die het speelkwartier en ander pauzes inluidde.
Het ergste van school was de jaarlijks terugkerende tandverzorging. 

Een buitenlands sprekende persoon die enkel de woorden: ”Mond open” machtig was. Met een droge boor waardoor heel je mond rook naar verbrand zijnde kippenveren, boorde hij er lustig op los. Lekker was anders maar wat moet dat moet.

De schoolfotograaf was wel leuk vond ik. Moeder knipte eigenhandig met een huishoudschaar je pony bij, zo ging dat in die dagen. Je liep dan we een paar weken voor zot, maar er waren erger dingen.

Tis allemaal herinnering. Daar doen we dan ons hele leven maar mee…..

vrijdag 1 september 2017

Oude kranten?



Van deur tot deur en dan maar vragen. Soms had je een bof en kreeg je een reusachtige stapel mee, even vaak werd er neen verkocht omdat wij leefden in de dagen dat de
weggooimaatschappij nog niet echt bestond. Derhalve werden oude kranten door de middenstand gebruikt om groenten, vis, aardappelen etc. in te verpakken. 

Plastiek boodschappentasjes waren nog niet uitgevonden door de knappe koppen.
Dan straat in, straat uit en maar vragen om oude kranten die je dan op een oud kinderwagenonderstel plaatste en meenam naar de lorrenboer die ook in oude metalen deed en in oud papier. 

Hij knetterde de hele handel in een jutezak en hing die vervolgens aan een unster waarbij hij als je er geen erg in had even zijn enorme voet onder de zak plaatste en jolig roep:” Nou, tis weer niet veel, vijftien kilo.”

Dan met een grijpstuiver in je zak naar de sigarenwinkel die ook snoepgoed verkocht. “Moet ik nou helemaal naar voren komen voor die 5 centendroppen”, riep het stokoude mannetje verveeld als hij ons in de winkel gewaar werd.


Enfin, de dagen dat er kinderen je erf opliepen om naar oude kranten te vragen ligt achter ons. Ze komen nu je erf op om een niet bestaande Pokomon te vangen. Tis de vooruitgang, zegt men....