dinsdag 20 december 2016

Hup, ouwe gooi je benen in de hoogte


Ma giert van de lach als ik dat roep zodra ik binnenkom. Het noro-virus heerst op de afdeling zodat in al de kamertjes oude mannen en vrouwen
zitten te poepen en te spugen. Niet zo leuk en de afdeling wordt op die manier gedompeld in een zware damp die je normaliter op een boerderij aantreft.
Je moet eerst je handen wassen in een alcohol-oplossing en ook als je de afdeling verlaat, moet je even je kluiven wassen omdat het virus erg besmettelijk is. Aldus de leuke dames van de verpleging die in de zweem van ontlastingsdampen een beetje misplaatst zijn. Zulke dames behoren in je dromen te rennen met de geur van wilde limoenen over een onbewoond subtropisch eiland. En jij er dan maar achteraan met je grijze borsthaar en spillebenen.
Maar de helse geur zet een domper op dromen dus lachen ma en ik wat. Humor is bij ma niet door de dementie aangetast. En dat is fijn want lachen schept ruimte in je ziel. De Bijbel zegt dat lachen niets uitwerkt. (prediker). Mag ik het daar eigenwijs mee oneens zijn! Zonder humor zou het leven een stuk minder leuk zijn, me dunkt. Ma weet weinig meer. Er is geen sprake meer van interactie. Behalve bij humor. Dus braad ik daar als een volleerd komiek, het beste van uit de boter.
Door een kier van de gedeelde wc tussen moeders kamer en de aangrenzende, zie ik een man op toilet zitten. Hij zit ernstig starende tussen zijn benen met een blik van uiterste verbazing op zijn gezicht of hij wil zeggen: wat heb ik daar nu aan mijn vege lijf hangen?
Het gelijkt op een nat gekauwde sigaar van de mollenvanger. Ik sluit zachtjes de kierende deur.

Ik ren door de kamer met een enorme teddybeer op mijn schouders en dans een Samba. Nou ja, ik doe een poging in die richting. Rand de beer aan en laat een wind. Alles om moeder even te horen lachen wat gelukt. Ma lacht haar tandeloze mond bloot en kotst vervolgens alles onder.
Nou dat was weer feest allemaal. Ik schuif schuldig naar de verpleging die alles weer in orde maakt. Toch knap van die leuke meiden dat ze zulk werk doen. Ga er maar aanstaan. Een afdeling vol brakende en poepende ouden van dagen. Ik bewonder ze en heb een hekel aan ze. Een vreemde combi die voorkomt uit de gekke situaties die een demente moeder nu eenmaal oplevert. De verpleging wrijft het er als het ware extra in dat de moeder die ma ooit was, voor altijd is vertrokken…

Je had elkaar


Gek genoeg ben ik te stom om een telefoonnummer
snel te onthouden of als iemand zich voorstelt ben ik op het moment dat ik de naam te horen krijg hem al weer kwijt, maar ik herinner mij wel dat ik mijn eerste stapjes maakte. Onmogelijk, zeggen velen. Toch weet ik nog precies dat ik me aan het oude dressoir op kon trekken en leerde staan en lopen. Enkel stootte ik mijn hersens tegen de sleutel die een put in mijn hoofd naliet.

Als ik zie hoe onwijs goed wij het nu hebben, dan kan ik niet anders zeggen dan dat we een redelijk decadent leven lijden. Bij ons thuis stond een tafel met zes stoelen, een oud bankstel, een dressoir en een brok linnenkast (midden in de woonkamer) en niet te vergeten een flipperkast.
Een flipperkast? Ja, dat was een idee van mijn vader. Die kocht om het jaar een verse oude flipperkast dus u begrijpt dat wij de hele dag stonden te kleunen. Verslavend, dat wel. Ik kan mijzelf ook niet geheel losmaken van het idee dat het dreunen, dat zo’n flipperkast nu eenmaal doet, ook via de vloer aan de buren door werd gegeven. Maar ze klaagden niet, men kon vroeger meer van elkaar hebben.


Je mocht ook meer. Vuurtje stoken op je eigen terrein, pissen tegen een boom, je auto op straat wassen, een biertje op straat, enfin het was leven en laten leven.
De buurt stond de halve zomer voor de deur te hangen. Niet dat aso-gedoe hoor, met bankstellen voor de deur, maar gewoon volks. Samen een biertje. “Peet pak jij eens zes flesjes bier uit de koeling.” En dan maar kletsen voor de deur. Beurzen noemde men dat. Of als je grof wilde zijn “lulbeurzen”.


De laatste roddels doorgeven. Roken, biertje, lachen. Lag je als kind dan op bed dan klonk het vertrouwd dat praten en lachen voor de deur. Het hoorde er zo bij en gaf je een gevoel van veiligheid. Het is juist dát gevoel wat Nederland grotendeels is kwijtgeraakt in deze moderne tijd. Ooit kon je van elkaar op aan. Gingen buren met elkaar vissen, hielpen elkaar behangen en konden elkaar van naam. Ik kan nu bijna nog de gehele straat opnoemen wie er woonden. Kom daar eens op in deze moderne tijd! Zeker in de grote steden weet vaak geen hond meer wie er naast hem of haar woont. Toch een gemis. Je had toen geen burgerwacht. Dat was niet nodig want je had elkaar……

maandag 19 december 2016

Uw naaste als uzelf


Ik keek omhoog toen ik langsreed op de fiets en zag ze weer zitten. Twee heel oude vrouwtjes van respectabele leeftijd. Ze zitten er altijd voor het raam en kijken op je neer. Ze wuiven naar me met verdorde handen en ik wuif lief terug.
Ooit werden ze bemind, kusten vol overgave hun echtgenoot en hadden trappelende kindervoetjes op hun nu verdroogde schoot. Alles gaat over.

In het voorjaar schuiven ze soms het oude raam een stukje open zeker als het tropisch warm is buiten. Er komt dan een typische oude mensen geur uit de woning die het midden houdt tussen vergeelde kranten, spruitjes en een dood reptiel dat ergens tussen een spouwmuur zachtjes ligt te ontbinden. Hun stemmen gelijken op vogeltjes. Hoog, schel en hees. Een van hen torst een op een reusachtige suikerspin gelijkende haardos terwijl de ander met altijd aan een champignon doet denken. Een dun nekje met een witte toef bovenop.

Ze gelijken ook op twee uilen die de ganse dag kijken, loeren en koekjes eten. Hoewel uilen dat laatste niet doen, komt het woord “koekeloeren” toch op hun credo. Of kan ik ze dan beter vergelijken met grijze lieve duifjes?

Ik mag ze wel die oude besjes en ben ze in gedachten tante Stien en oma Oortje gaan noemen. Ik hoop dat ze mij een keer naar boven noden op de slappe thee, want in ben een nieuwsgierige natuur. Maar vooralsnog blijft het bij vriendelijke knikjes en wuiven. Een vorm van contact die de meeste kerkgangers ook aan de dag leggen tegenover andere gemeenteleden. Weet niet of dit nu wel is wat Jezus Christus bedoelde toen Hij sprak: ”Aan de liefde tussen uw lieden, zal de wereld u herkennen.”

Misschien toch weer een verdraaide vertaalfout die zomaar in het woord Gods kan sluipen. Wellicht staat er in de grondtekst: ”Aan het vriendelijke knikken en uw “goedemorgen” in de kerk, zal de wereld u als Mijn kinderen herkennen. Geloven is simpeler dan ik eerst dacht. Je hoeft enkel maar te knikken en je bent er af. Wil je het helemaal kerks doen dan is een:”Goede zondag” fluisteren na de dienst aan te bevelen. Zo, dat was weer een samenkomst waar de Heer en de liefde onderling centraal stond. Ahum!

Heb er even over nagedacht om de twee oude meisjes uit te nodigen op eerste kerstdag. Maar we zitten al vol nieuwe mensen die we dit jaar pas hebben leren kennen. Een onbekende leuke man die altijd de krant komt bezorgen en een lief stel mensen van onze leeftijd, een aardige alleenstaande vrouw die we ook niet goed kennen en nog wat onbekende mensen. Misschien kunnen tante Stien en oma Oortje er nog net bij. We zullen zien….

vrijdag 16 december 2016

Prikken


Toen ik op 15 jarige leeftijd begon te werken, gingen de eerste vutters er net uit.
Stokoude mannen die al bijna dood waren. Nou ja, zo kijk je als 15 jarige nu eenmaal aan tegen mensen van 57 jaar. Ze waren klaar met werken en konden uittreden.
Als ik begon te rekenen duizelde het mij want ik zou nog 42 jaar moeten werken voordat ik mocht stoppen.
Steenkamer meubels in Gouda. Er stond een grote prikklok “BAM!” waar je bij het binnengaan je kaartje moest pakken en “Bam” verplicht was te klokken, “Bam”. Ook bij het weer op huis aangaan diende er “Bam”, geklokt te worden. Kaartje erin en met die hendel of later ging dat automatisch en werd er “Bam” een tijdsstempel op je kaart gedrukt. Was je een paar keer een minuut te laat dan ging dat van je loon af. “BAAAAMM!!!

Om tien over zeven ging er een luid klinkende hoorn door het bedrijf die wilde zeggen: ”Naar je werkbank slaven ”en ander gepeupel.”

Daar ging je dan vanuit de kantine naar je werkbank. Een lange stoet van arbeidersvolk onderweg naar hun welverdiende pensioen. Bij je werkbank aangekomen ging er weer een luid hoornsignaal dat wilde zeggen:” Op uw plaatsen, klaar, af en nu werken met je luie donder.”
Pas als na uren de hoorn weer klonk was het pauze en kon je even ontsnappen aan het werkritme. Je stond de hele dag schuurstof en lakdampen in te ademen en in een adembenemend lawaai (zonder oordoppen). Later in de bouw kwamen daar steenwol en glaswol bij voor je longen, welks nog gevaarlijker zijn dan asbest.

Als dank voor gedane arbeid krijg je er nu lekker 12 jaar extra werk bij. Zo doet men dat in Nederland. Gelukkig wisten de mensen in de dagen dat ik begon met werken nog niet dat ze geen 42 doch 52 jaar moesten werken in de toekomst. Zulke info haalt de”vut” er wel uit!

Als extra bonus kan men nu euthanasie krijgen. Een hype die het volk als een worst wordt toegeworpen. Je bent oud en van weinig nut meer dus je mag nu (eindelijk) zelf je dagen invullen en kunt nu gerust letterlijk en figuurlijk sterven. Wat mij dan het meest verbaast is dat het volk het recht om te sterven dan nog omarmen wil ook. Alsof je als mens dát recht nimmer gehad hebt. Wie zich een klein beetje durft verdiepen in de medische wereld weet toch dat men al heel, heel, heel lang mensen die ondragelijk lijden voorzichtig helpt om over het lijden heen te komen. Steeds iets meer, tot je (met een lief woord) inslaapt. Niets nieuws onder de zon, dus waarom die druk op euthanasie?

Napraten


 Hoe gemakkelijk praten wij anderen na of leunen volkomen op wat derden beweren en geloven. De dokter zal het wel weten, hij leerde er immers voor.
De dominee zegt het dus dan moet het wel kloppen. De overheid (regeringsleiders) zijn er voor, dus moet het wel oké zijn.
Hoe gemakkelijk om zonder zelf na te denken en een mening te vormen op grond van wat anderen vinden wat waar is. Hoeveel van de mensheid durft een echte eigen mening te vormen?
Had een collega die imme...r op de zelfde politieke partij stemde omdat zijn vader dat ook deed, aldus hij. Hij dacht niet verder na of het politieke gedachtegoed wel strookte met de waarheid. Hij was trouw aan zijn partij en hij was er verder van af. Makkelijk toch! Dat “zijn” partij een gedachtegoed aanhing die aangaf dat ze de koers 100 graden hadden verzet, speelde geen rol. Hij was trouw.


In de kerk proef ik deze kronkel ook vaak. Men knikt als het verwacht wordt en verder klaar. Zelf onderzoeken of wat geleerd wordt wel waarheid bevat is voor velen een brug te ver. De voorganger heeft ervoor geleerd dus wij behoeven enkel maar te luisteren naar wat hij beweert. Als je maar trouw bent (in de kerkgang) komt het goed, zo lijken velen te vinden.
In al die maanden welke ik ziek in het ziekenhuis heb gelegen verbaasde ik mij wederom in het blinde vertrouwen dat veel mensen aan de dag leggen tegenover een arts. “Ja dokter, nee dokter. Ja, dokter haalt u mijn been er maar af als u denkt dat dit beter voor mij is. Ja, goed dokter ik slik die medicijnen wel want u zegt het. Blind vertrouwen.

Soms vraag ik mij wel eens af of wij ons niet veel te gemakkelijk afmaken van belangrijke zaken in het leven. Later als we voor de Schepper komen staan (mocht u daar nog geloof aan hechten) kunnen wij ons niet verantwoorden door te zeggen: ”Ja maar God, de dominee, de dokter, de president of erger nog, mijn vrouw zei dat het zo hoorde en zo moest gebeuren.” Ben zo bang dat Hij zal antwoorden: ”Maar wat heb je met je eigen mening gedaan?” Wat heb je met je eigen ontwikkeling gedaan en de wijsheid die ik jou geschonken heb?”
“Ja, maar God die dominee zei, de dokter zei, de president zei, mijn werkgever zei, mijn vrouw zei.”
“Allemaal mooi maar wat zeg jij? Waarom ben je zo gemakkelijk meegegaan in wat andere beweren zonder zelf ernstig onderzoek te plegen of op zijn minst eens heel diep na te denken over dergelijke zaken?”

woensdag 14 december 2016

Niet zeiken

Een van de mooiste dingen die mensen kunnen doen is elkaar vergeven.
We maken allemaal fouten dus laten we nu niet verder lopen zeiken en verder gaan.

Zeker met deze feestdagen is het goed om jezelf eens af te vragen of we niet de ander de hand moeten schudden en ophouden met het eeuwige gezeik.

Of je moet menen dat jij het gelijk volkomen aan je kant hebt. Ik voor mij meen dat volkomen gelijk hebben geen enkel mens toebehoort. Alles is ten dele, ook ons gelijk hebben. Nou dan....

zondag 11 december 2016

“Lekker bekken”


Schreef het mooie wulpse meisje met vaste hand op het bord bij de viskar. Ik vroeg wat het moest kosten om eens lekker te bekken? Ze keek
me aan en zei:”ze gaan per stuk.” Vroeg haar of die van haar echt lekker waren? Ze vertelde dat ze heerlijk waren. Bovenal groot en lekker warm.
Aangezien mijn vrouw er ook bij was, zag ik er van af, hoewel een man af en toe behoefte heeft om eens lekker te bekken. Zeker als het van die warme zijn. Vertelde haar dat ze de twee woorden beter aan elkaar kon schrijven om misverstanden te voorkomen. Ze begreep me niet en ik bestelde maar een zak kibbeling. Ze keek me lang en wulps na vanuit de kar. Haar lippenstift in de kleur rood bevestigde eens te meer dat het best lekker bekken moet zijn, daar aan die kar, maar ja, je vrouw slaat je een blauw oog en dan, ik word te oud om echt lekker te bekken. Je gaat er van lieverlede zo bij kwijlen. Oh, u niet! Nou, daar hoor ik van op dan. Geloof mij, dat komt nog….

zaterdag 10 december 2016

De ontploffende boxershorts

Ik heb een hekel aan gierige mensen. Ik zeg het maar recht voor uw raap, dan hebben we dat vast gehad. Had ooit een vriend die zo gierig was
dat hij zijn kleding tot op de draad opdroeg. Nu bewonder ik zuinigheid, maar zodra het omslaat in zuivere gierigheid word ik onpasselijk. We zouden gaan zwemmen in de Lek en ik zie hem nog met een noodgang in zijn shorts die rivie
r induiken.
Er schoot een luchtbel in zijn shorts waarvan de stof volkomen verteerd bleek en ontplofte door deze actie. Enkel het elastiek zat nog om zijn middel en wat vellen voor de minder edele delen toen hij uit het water kwam. Eigen schuld!
Hier staat de koffie altijd klaar en zo niet dan zetten we hem gewoon weer als er gasten komen. Of de man van de krant, of de vrouw van de boterletter verkoop, de oudere man van het jaarlijkse krentenbrood of weet ik veel wie aan de deur komt, ze zijn welkom.
 
Dat is meen ik sociaal. Bij veel mensen wordt men aan de deur gehouden. Je komt er niet eens binnen. Behalve als er middels een agenda een afspraak wordt gemaakt. Had ook zo’n vriend. Zat elke week wel twee keer bij mij wijntjes te slurpen, koffie te leuten etc. Ging je naar hem toe dan werd je aan de deur afgepoeierd. Zulke “vrienden” heb ik stuk voor stuk een fikse trap onder hun berekende kont gegeven. 
 
 Ken er ook die het hun geestelijke plicht vonden je te ontvangen. Kringleiders, heet dat. Kwam je op de twee wekelijkse kring dan waren ze poeslief en kwam je buiten dit bezoek om dan kwam je niet verder dan de voordeur. Ze hadden het dan te druk met tv kijken of iets anders wat belangrijk was.
Gelukkig zijn er ook mensen waar je altijd kunt binnenlopen. Hun deur is altijd open en de koffie bruin. Mensen die wat komen brengen. Fijn om zulke mensen te kennen, je voelt je welkom. Ze zijn echt. Je moet ze vaak zoeken met een lampje maar als je ze vindt weet je je welkom. Bedankt mensen.

vrijdag 9 december 2016

Ziek


Vreselijke pijnen in mijn onderbuik zo erg dat ik regelmatig flauwviel. “Beetje spanning” meende de huisarts. In werkelijkheid
zat er een groot gezwel in mijn kinderlijf dat begon te bloeden waardoor ik in elkaar zakte en niet meer opstond. Paniek, naar de huisarts met spoed. Op de koude bekleding van de Simca 1000 kwam ik weer bij en pa droeg me de huisartsenpraktijk binnen. “Een griepje” meende de huisarts. Achteraf was het een redelijk stomme huisarts die volgens mij beter een ander beroep had kunnen kiezen. In de tweede kamer als minister of zo, dat komt niet op groot denkwerk aan, volgens mij want het land verkloten en naar de bliksem helpen wat onze voorouders opbouwden is simpel, zelfs Rutte kan het.
Weer naar huis, maar begon te bloeden uit verschillende lichaamsopeningen. Overal bloed en dus weer die stomme huisarts benaderd. Er kwam een andere huisarts die weekenddienst had en die zag het meteen. “Naar het ziekenhuis met spoed want uw zoon is bezig om te gaan hemelen.”
Ik zweefde dagen tussen dood en leven. Rare tijd. Na de operatie waarbij een citroen-groot gezwel uit de twaalfvingerige darm werd verwijderd in Gouda werd ik geel als een chinees. Oogwit geel, huid geel, en jeuk over heel mijn lijf. 15 kilo viel ik af in drie weken. De chirurg (wellicht familie van mijn huisarts) had de operatie verkloot. Dokter Go. Zo was zijn naam. Een chinees volgens mij. Plotseling werd ik steeds zieker en geler en durfde Gouda het niet meer aan. Alles ontstoken, Peter weer buiten bewustzijn in bed.
Naar Utrecht. Daar hoorde ik de artsen onder elkaar mompelen: ”Wij mogen de rotzooi van Gouda weer opknappen.” Maar die rotzooi was ik. Na een maand onderzoeken leek het de artsen handig om middels een lange naald contrastvloeistof in de galblaas te spuiten wat er nooit meer uitkwam. Koorts 40 graden en hoger. Paniek. Midden in de nacht moest er weer geopereerd worden anders zou ik de ochtend niet halen.


Ouders bellen en ja toestemming dus: Hup, weer open, snijden maar. Galblaas er maar uit, lever beschadigt, complexe ingreep, nieuwe verbinding gemaakt tussen lever en twaalfvingerige darm en verdraaid, Peter knapte op. Werd minder geel. Over de ziekenhuisgangen liep een kind van diagonaal met zijn lijf (de littekens in totaal 80 cm) deden pijn en trokken. Maar ik was verliefd op een verpleegster. Ja ik was er vroeg bij. Ze rook zo lekker naar zeep en haar handen waren zo lekker warm als ze mijn pols op kwam nemen.
Inmiddels 3 maanden verder weer thuis met lang haar dat in al die maanden niet geknipt was en een dosis medicatie waar ik de rest van mijn leven niet meer van afkwam. Een prima moment voor mijn ouders om te gaan scheiden. Dat haalt de fut er wel uit. Ma weg (10 jaar niet meer gezien) zussen weg (ook 10 jaar niet meer gezien). Bleef alleen over met pa die om zichzelf te troosten begon om één liter schavuitenwater per dag tot zich te nemen. Daardoor was hij wel wat vrolijker maar sloeg ook harder en ik leerde bukken. Ging bij mijn neef Walter naar de sportschool “de Mooij” op karate en ging op bodybuilding zodat ik ook eens kon terug meppen.
De artsen hadden mij overigens naar huis gezonden met de boodschap dat als ik ouder zou worden (als ik ouder zou worden) dan zou ik last krijgen van al die operatieve ingrepen en dat men hoopte dat de medische kennis dan wellicht toch weer een oplossing kon vinden voor het te komen probleem. Gezellig vooruitzicht. Ik had er zin in…

zaterdag 3 december 2016

Zure zult en kopvlees


Vakantie was niet zozeer op het vliegtuig stappen en naar warme verre landen gaan. Als je het trof ging je met een tent (later de caravan) naar een boer en
daar kampeerde je dan. Pa was toen nog een vader (voor de scheiding) pas later veranderde hij in die kluizenaar die hij daarna 40 jaar lang bleef.

Ome Jaap, de kostganger van oma met het hoedje op. Pa op de skelter waarmee hij over de heide reed voor de lol. Ikzelf kocht bij Annaars de oudijzerboer in de Bosweg in Gouda een oude Berini M 21) voor 10 harde Hollandse guldens en reed er jaren en jaren mee over de Veluwe zonder verzekering en helm. We noemden ons toen nog geen vrij land, maar we waren het wel. Nu is het krek andersom. Alles wordt voor je bepaald en doe je niet mee dan wordt je opgepakt. Dat heet nu vrijheid.

Mijn eerste verliefdheid betrof een heel mooi wezentje in het dorpswinkeltje. Ik was nog geen tien jaar en dan is verliefdheid veel krachtiger dan later. Het is meer puur en zuiver. Seks speelde nog geen rol en ondanks dat ouderen deze liefde dikwijls kalverliefde noemen en er een geringschatting aan verbinden, meen ik dat het een puurder liefde is.

Ze had lang haar en van die grote amandelogen ach, ik was zo onwijs verliefd. Tot ik haar aansprak, want ze bleek een behoorlijk dialect te hebben daar in het dorpje Speuld. Eindelijk al je moed bij elkaar te hebben geraapt en in het gangpad waar ze de vakken vulde van het winkeltje dat haar ouders toebehoorde en haar vragen mee te gaan fietsen. Daar was lef voor nodig. Haar antwoord luidde ongeveer zo:” Ik docht ut nie, oe geat moar elleenig fietsen heur.”

Mijn eerste blauwtje lopen had ik dus binnen. Ik reeg er een ketting van die ergens in de la ligt nu. Ben er overigens nog eens terug geweest een jaar of wat geleden. Herkende haar bijna niet meer. Ze hing met een enorm sappige bos hout op de toonbank en was veranderd in een enorme matrone die mij het idee gaf dat ik naar een nieuw deel van  Jurassic Park zat te kijken. Haar enorme armen geleden op lantaarnpalen en haar onderkin had zoveel kopvlees dat je er met gemak vijf pond zure zult van kon maken. Gelukkig dat ik daar niet aan ben blijven hangen, stapte ik de winkel uit. Count your blessings niet waar!