dinsdag 30 juni 2015

Zegenen


Toontje lager blazen

 

Wil eens even stilstaan bij het zegenen. Het woordje zegenen is in de Bijbel op veel manieren vertaald en wel als volgd: het groot maken van God, iemand gunsten schenken, aanbidden en als laatste wil ik noemen: iemand tot zegen zijn, zoals kinderen ouders op latere leeftijd dat kunnen zijn.

Ooit was ik in een gemeente waar men opriep om God te zegenen en dat deed men met uitgestrekte handen naar omhoog. Daarna werd er opgeroepen om uit de banken te komen en elkaar onder opleggen van handen te zegenen.

Ik deed hier niet aan mee, maar stond erbij en keek ernaar. Ik geloof namelijk niet dat het zo werkt, sterker nog, ik geloof dat de Bijbel ons leert dat dit fout is.

De Bijbel zegt namelijk: Nu is het onweersprekelijk dat het mindere door het meerdere gezegend wordt (Hebre 7: 7-8). Een zegen gaat dus van hoog naar laag. Een voorganger kan de gemeente zegenen vanuit zijn positie binnen de roeping. De aartsvaders konden hun kinderen zegenen vanuit hun ouderschap, God kan de mensheid zegenen vanuit zijn Schepper zijn. In alles zien wij dat het meerdere het daar onder liggende zegent.

Het is dus onzinnig om elkaar te gaan zegenen en toch hoor ik dat op verschillende kringen, het een soort (goede) gewoonte is geworden elkaar onder handoplegging te zegenen. Kringleiders gaan dan de kring rond om hen de handen op te leggen.

Naast dat ik dit hooghartig vindt, want men weet heel goed dat zelfs een kandidaat voorganger de gemeente nog niet mag zegenen, omdat hij (nog) niet in zijn(volledige) ambt staat, ben ik zo bang dat het meer een stukje machtswellust is. Een stukje: IK zal jou eens zegenen. IK heb iets wat ik jou eens zal geven. God geeft jou iets via Mij, etc. Ik meen tevens dat de Bijbel ons leert om niet iedereen zomaar de handen op te leggen en te zegenen. (1Tim.5:22)

Om kort te gaan: weest elkaar tot zegen, help elkander daar waar nodig is, zegent elkaar door in liefde naar elkaar om te zien, maar verbrand je handen niet aan gebruiken en vormen van zegen uitdelen, waar jij vanuit je positie (nog) niet toe geroepen bent. Gods zaken zijn geen speelgoed!

maandag 29 juni 2015

Papa hoort u mij?


Ben je in de hemel of de hel? Kunt u mij horen als ik roep? Is er nog verandering mogelijk na de dood? Spijt, berouw, waardoor zaken in het hiernamaals opgelost kunnen
worden? Of is de Bijbelse spreuk: zo de boom valt blijft hij eeuwig liggen, hier van toepassing?
Ik wil zo graag datgene zeggen wat u toen nimmer wilde horen.

Nee gerust, geen woorden van boosheid, wil slechts wat feiten op een rij zetten en daarna zien we verder. We moeten er straks toch uit kunnen komen als het volmaakte daar is?
Vergeven dat u geen vader kon zijn.

Vergeven al het drinken en de klappen die er van vielen. Vergeven de pijn van de afwijzing die ik de rest van mijn leven met mij mee moet dragen. Vergeven de onzekerheid die altijd onder mijn opgewekte houding aanwezig is. Vergeven de duizenden keren dat u mij kleineerde. Vergeven al de pijn van het besef reeds op heel jonge leeftijd alles alleen te moeten doen.
Maar u moet ook vergeven. Vergeven dat ik wellicht niet de zoon was die u wenste. Vergeven dat een andere man uw huwelijk stuk maakte. Vergeven dat uw vrouw, die onze moeder is, ervandoor ging en mij en u in de steek liet. Vergeven dat uw leven toen geheel en al aan stukken lag. Vergeven dat ….
Want u bent meer dan een falend mens. U was ook de man die ons te eten gaf. Ooit hard werkte om met het gezin op vakantie te gaan. U was ooit de vader waarbij ik op zijn schouders zat.

De man die nooit stil zat en alles wat zijn ogen zagen kon maken. U was de pa waarbij wij kinderen op de rug reden als u het paardje was. U was een vader tot de scheiding u in stukken scheurde. Toen ging het pas mis in mijn beleven.  De drank, de onverschilligheid, de liefdeloosheid.
Wij zijn allemaal slachtoffers, u net zo goed. Kon u het leven niet meer aan dat u wegvluchtte in zelfmedelijden? Waren er geen reserves meer om ook ons de kinderen nog iets van te geven?

Was dat de oorzaak van al het falen?
Gelukkig is een mens meer dan zijn of haar falen. De Schepper vergeeft, wij moeten ook vergeven pa. Niet blijven stilstaan en het verleden laten bepalen wie wij nu zijn. Ik hoop papa als u mij horen kunt, dat wij elkander van harte en totaal vergeven kunnen.
Papa, hoort u mij?

zaterdag 27 juni 2015

Gewogen en te licht bevonden

Sprak met een buurman die een heel eind verder op de dijk woont.  Op het eerste gezicht best een aardige man. Het gesprek kwam op de kerk en hij vroeg
naar de naam van de vier muren waarbinnen wij samenkomen. “Oh licht dus.” Was zijn reactie. Toen ik om details van zijn snelle beoordeling vroeg bleek dat hij de samenkomst bezocht in een genootschap dat zich de noemer “zwaar” heeft toebedeeld. Al het andere plaatste hij, met een vernederende ondertoon, onder het kopje: licht.
Hij droeg het zwaar zijn met enige trots en zijn woordgebruik was ook doorspekt met de tale Kanaäns. Woorden als: Bevindelijkheid, predestinatieleer en meer zaken waarbij de dikke van Dalen te hulp moet schieten, vloeiden rijkelijk. Je zag hem zwelgen in zijn woordkeus en hij voelde zich zichtbaar veilig achter de ijdele muur van zijn gewichtig zijn.
Een paar uur later geraakte ik in gesprek met een andere buurman die een charismatische gemeente bezoekt en ook dit gesprek verliep niet lekker. Hij had het over: wij moeten profeteren, een waar christen spreekt in tongentaal, bidden moet met opgeheven handen, het doen van wonderen en wonderbaarlijke genezingen zou voor hem dagelijkse kost zijn evenals, het verstaan van de stem van de Heilige Geest en het proclameren in de hemelse gewesten.
Ook bij hem kreeg ik het gevoel op een weegschaaltje gelegd te worden, gewogen en te licht worden bevonden. Naar gevoel is dat.  Mensen hebben dat. Ze wegen je om je geld, je komaf, je opleiding, je uiterlijk, je sociale status en op je geloof.
Mijn humeur werd pas weer beter toen de heel oude buurvrouw van 96 me bedankte voor het helpen met het uitkloppen van haar kleedjes met de voor ieder mens te begrijpen woorden: Je bent een lieve jongen.
Pas in haar vond ik de Here Jezus terug die ons niet komt wegen of we al op gewicht zijn, maar al ons gewicht zelf in de schaal der genade en liefde plaatst door Zijn offer.
Zwaar of licht zijn bedenksels van mensen en strelen enkel het gevoel van eigenwaarde. Het zijn nutteloze zaken die meer kwaad dan goed doen.

vrijdag 26 juni 2015

Dagboek zaterdag


Het was me namelijk opgevallen, dat de meeste heilsoldaten bebaard door het leven gingen. Nog voor de dag voorbij was had ik duizend kaartjes laten
drukken met daarop een gedeelte uit Psalm 1 en het zou vanaf dat moment mijn motto worden: [b]Al wat hij onderneemt gelukt[/b], stond er met vette letters. Het zou gaan lukken, ik wist het zeker, het kon niet meer stuk, ik had er geloof voor, het was in Gods wil zo dacht ik. Totdat ik afgelopen zondag met een gebogen hoofd bij het Leger des Heils naar buiten kwam.

Ik kon praten als Brugmans, de Heilsoldaten waren niet onder de indruk van mijn plan en stelden hun baarden dan ook niet ter beschikking van mijn dekbeddenindustrie. Alleen wat oudere dames wilden hun baardharen ter beschikking stellen. Maar zeg nou zelf daar vul je nog geen kussen mee. Terwijl ik door de regenachtige straten van Gouda zwierf kwam ik langzaam maar zeker tot mezelf en begreep dat het voorspoedevangelie niet bestaat. We kunnen de Here God niet voor ons karretje spannen, zelfs niet door positief te denken. Ik beleed mijn dwaasheid aan de Here en je kunt het geloven of niet, maar ik wist dat Hij ondanks mijn dwaling ongelofelijk dol op mij was.

donderdag 25 juni 2015

Dagboek vrijdag

Het was weer eens zover. Na het lezen van het boek: De kracht van positief denken, wist ik wat me te doen stond.

Ik moest geloven in mezelf, mijn tanden gelijk een pitbulterriër zetten in datgene wat ik het liefst wilde doen. Als je ergens geloof voor hebt, zal het ook gebeuren, zo werd mij verteld door de auteur van het boek. “Ik dacht al dat het zo werkte”, mompelde ik tegen Paula die even opkeek uit haar Libelle, met een paar ogen die leken te zeggen: doe nou maar “normaal” joh. Ik wilde altijd al een eigen zaak beginnen, me opwerken binnen de maatschappij en een gerespecteerd zakenman worden. Maar nooit had ik de moed gehad om mijn plannen in daden om te zetten.
Dat kwam, zo vertelde mij Dr Norman, door een gebrek aan geloof in mijzelf en in God. Maar nu was ik vastbesloten om mijn plan uit te gaan werken. Het betrof een geheel nieuw soort dekbed.
Eentje die op de christelijke markt een absolute bestseller zou worden. Het nieuwtje zat hem in de vulling die zou gaan bestaan uit een materie die tegelijkertijd lekker warm in de winter en in de zomer een ademend effect zou hebben. Ik wilde de dekbedden namelijk gaan opvullen met de baarden van Heilsoldaten.

Wordt vervolgd

woensdag 24 juni 2015

Het gilde van de zakdragers


De zakdrager, wat is het voor een soort mens en wat zijn de taken die hem zijn toebedeeld in de dagen dat hij zijn leven slijt op
dezer aardkloot? Om die vragen goed te beantwoorden moeten wij terug naar het begin. Terug naar de hof van Eden waar de eerste zakdrager en zijn vrouw leefden. Het eerste dat opvalt, is dat de zakdrager ter verantwoording wordt geroepen voor de fouten van zichzelf en zijn vrouw. “Adam waar zijt gij?” Niet Eva maar Adam ...wordt geroepen.
We zien hier dan gebeuren wat we nog elke dag beleven, de zakdrager geeft zijn vrouw de schuld van zaken waarin hij zelf ook fout is. Afschuiven is van alle tijden. De vrouw wijst naar de duivel en de duivel wijst op zijn beurt naar God. En dat alles in het licht van de wetenschap dat de zakdrager oorspronkelijk geroepen was om alles te beheersen maar wat bleek, hij kon zijn eigen vrouw niet eens aansturen. Misschien wilde ze wel niet en was Eva’s emancipatiegedachte de grondslag voor het verwijderd worden uit het paradijs, waarvoor dank dames!
Voor de oplettende lezer zal het geen geheim zijn dat spreuken als: de zak krijgen, bepakt en bezakt staan (om te verkassen), dat kan je in je zak steken, in de piepzak zitten, de ogen in de zak hebben en in het laatste hemd zitten geen zakken, allemaal verwijzen naar de eerste zakdrager waar het al mee misging. In de kerken zien wij dit besef ook nog duidelijk terug in het rondgaan van de collectezakken om nog iets goed te maken ,wat overigens ijdelheid is. U ziet, er is zoveel meer te zeggen over de herkomst van de zak.

Dagboek donderdag


Toen ik onder het gebed de deur van de wachtkamer hoorde opengaan, loerde ik over zijn schouder en daar stond de prothese lijmer “himself” terwijl van verbazing zijn mond open zakte. Logisch toch? Ik bedoel maar te zeggen dat je het niet iedere dag meemaakt dat er mensen in je wachtkamer met elkander aan het bidden zijn.
Een oude met een murmelmond en een die er uit ziet als Clint Eastwood. Daar zou menig mens zijn mond van open vallen! Niet dan?

Maar de man uit Indonesië trok zich van de starende Backs weinig aan en bad soppend met zachte mond rustig door.

Om een lang verhaal weer kort te maken: het gebit werd diezelfde ochtend gerepareerd en kon daarna weer jaren trouwe dienst doen. Toen we het ophaalde bij Backs en de broeder het  indeed en plotsklaps verstaanbare volzinnen ten gehore wist te brengen, was hij zo blij dat ik vreesde dat hij Backs een broederlijke “hug” zou gaan geven. Maar dat was voorbarig gedacht. Even later wandelden we door de voorjaarszon beschenen, over de markt en praatte de broeder honderduit over het wonderbaarlijke herstel van zijn kunstgebit.

Je kunt zeggen wat je wilt van deze mensen uit Indonesië, maar hun kinderlijk geloof heeft trekken in zich van een geestelijke eenvoud, die wij met al onze westerse nuchterheid ergens zijn kwijtgeraakt. Worden als de kinderen, ging er de onderweg steeds door mijn hoofd.

Op het einde van de twee weken vond ik het best wel moeilijk om weer afscheid te moeten nemen van de kinderen. Je gaat zo hechten aan zo’n groep weet je. Maar de goede herinneringen bleven en zijn niet met de groep meegegaan naar Indonesië. Het was voor mij een geweldige ervaring om mee te mogen maken hoe levendig en puur het evangelie wordt geleefd door mensen uit een geheel andere cultuur. En geloof mij, als het gaat om getuigen over de Here Jezus zijn ze niet te stoppen! Vraag het maar aan Backs de lokale gebitten reparateur.

Zorgen voor elkaar


Het mooiste van de kerk

Eigenlijk wordt dat gevonden, dacht ik, in de zorg van de Schepper voor ons en de zorg voor elkaar.

Een huwelijk is eigenlijk een gemeente (kerk) in kleine vorm. Je eerste verplichting ligt niet in de kerk in het groot, doch in je eigen kleine gemeente (je gezin).

Als iemand mij nu op de man af zou vragen wat nu het allerfijnste is van het huwelijk, dan behoef ik niet lang na te denken. Het wordt niet gevonden in het samen slapen en alles omtrent het bed, wat in onze dagen zo’n geweldig belangrijke plaats inneemt. Geniet, neem, tast toe en bevredig. Sorry, hoe fijn dit ook mag zijn, het is ten diepste niet waar het om gaat. De kreet: ik ben op hem/haar uitgekeken, of we leven als broer en zus, kan in de oren van de hedendaagse mens genoeg reden zijn om te scheiden, doch is in de kern een nemende vorm van geluk achterna lopen.

Als je man of vrouw op een dag in een rolstoel terecht komt zal je toch ook de seksualiteit moeten missen. Of zet je hem/haar dan ook aan de kant omdat hij/zij dát niet meer kan?

Is het allerbelangrijkste in een relatie niet de zorg voor elkander? Voor de ander willen zorgen is een uiting van liefde, terwijl seks in veel gevallen slechts een uiting is van lust. En begrijp mij goed, ook ik lust wel, maar als ik het weeg op de weegschaal der liefde, heeft ze minder gewicht dan voor elkaar zorgen.

Het probleem in onze dagen is dat velen niet meer beseffen welk een vreugde er ligt in het zorgen voor de ander.  Moederen, vaderen, zorgen voor, het lijkt steeds meer een parttime bezigheid die van minder belang is dan de tweede auto, de vakanties, de seks, ons grote huis etc.

En toch denk ik dat wij het ware goed (de vreugde van het zorgen voor elkaar) langzaam maar zeker verloren zijn (grotendeels). Mijn bewondering gaat overigens uit naar mensen in de zorg. Die soms op zondag niet eens in de kerk kunnen zijn, omdat ze ook op die dag mensen die het nodig hebben met hun liefde omringen.

Om kort te gaan, ik put de meeste vreugde uit het zorgen voor elkaar.

dinsdag 23 juni 2015

Dagboek woensdag


Weet ook wel dat het vreemd klinkt om een handoplegging te overwegen voor het spoedig herstel van een kunstgebit maar ik zag geen andere oplossing.
Na voor het kunstgebit te hebben gebeden gingen we de wachtkamer in bij de gebittenreparateur. Waar ik alleen geen rekening mee had gehouden was de enorme vrijmoedigheid als het gaat om getuigen over de Here van deze broeder uit Indonesië.
Geheel anders dan wij in de traditionele kerken gewend zijn murmelde hij met met zachte mond het evangelie in de wachtkamer vol mensen. Al spoedig raakte een vrouw die ook in de wachtkamer zat zo onder de indruk van zijn evangelisch gemurmel dat hij met haar in now time het zondaarsgebed murmelde.
Ondertussen zat ik maar met hen mee te bidden alsof dit de gewoonste zaak van de wereld was. Tja waarom ook eigenlijk niet! Ik kreeg het ook te pakken en bad als nooit tevoren. Ik mag wel zeggen dat ik door het gemurmel van deze man zonder tanden meer opgebouwd werd in het geloof dan door menige samenkomst. “Glorie voor God en looft Zijn naam!” Zo klonk het in de wachtkamer bij Backs. En toen……

Ik kan er niet bij


Soms voel je je als een blinde op de weg van het leven. Waartoe dit al? Waarom is er zoveel leed, zoveel pijn, zoveel verdriet?
Ik kan er geen goed antwoord op vinden. Naar het “waarom” het zo moet zijn! Verhalen over zondeval en eigen schuld geven, hoewel ik daarin geloof, ook geen goede verklaring die het verstand bevredigt.
Het is, als je goed over het leven nadenkt of je je in een droom bevindt waaruit je niet ontwaken kunt. Het is te groots. Het overtreft ons denken te veel. Het is te ongrijpbaar, te hoog. Goed, er zijn massa’s mensen die menen dat de mens voldoende brein heeft om de Schepper dood te verklaren.
Maar dat is dwaas. Tegenover elk argument dat het leven vol verdriet en pijn zit, staat immers ook een dosis vreugde en genot. Als de oorlogen en de ziekten het afwezig zijn van een Schepper zouden bevestigen, wat vertellen vrede en gezondheid ons dan? Van waar komt dát dan? Ik voor mij verklaar mijzelf niet instaat om middels kennis het leven te doorgronden. Wat overblijft is de hoop, het geloof. Het is voldoende…