vrijdag 20 februari 2015

Kaartspel


Je trekt je sokken weer aan, je hemd, je broek, je hebt het kunstje al ontelbaar veel keer verricht, je taken wachten,
het ritme van de dag vangt weer aan, na een nacht vol kunst en vliegwerk. Als je tenminste kunt dromen.

Het leven gelijkt soms een kaartspel waarvan niemand de uitkomst kent. Je probeert het spel te manipuleren met de middelen en de kennis die je hebt, maar toch lijkt het onwillekeurig uit te pakken.  Je lieve buurmeisje van net acht jaar overlijdt aan een gruwelijke ziekte en in Oostenrijk worden kampbeulen ontdekt die inmiddels de 90 jaar glansrijk voorbij zijn gestreefd, terwijl de vette spijze der aarde nog aan hun mondhoeken kleeft.

Loont goedheid op deze aarde eigenlijk wel? Zo ja, vanwaar komt dan de voorspoed der intens slechte mensen, van de kampbeulen, de mensen die andere pijnigen?

Het leven lijkt heel vaak een tamelijk oneerlijk spel zonder universele spelregels. De slechten lijken beloont te worden, de “goeden” gestraft. Een vreemde zaak waar zelfs de wijste mens op aarde al over tobde.

Koning Salomo, begreep het ook al niet toen hij schreef: Er gebeurt iets vreemds hier op aarde; het schijnt dat sommige goede mensen behandeld worden alsof zij goddeloos zijn en sommige goddeloze mensen alsof zij goed zijn. Een verwarrende zaak, die mij niet juist lijkt.

Ik besloot toen mijn tijd op een plezierige manier te gaan besteden, want ik voelde dat op aarde niets beter was dan dat een mens genoot van eten en drinken. (tot zover Salomo)

Vanavond dus patatten, Hamburgers met gebakken uitje, een fikse bak roomijs met slagroom en vanavond appeltaart bij de koffie en voor het slapen gaan een verse fles Ouzo 40% gekocht…..

donderdag 19 februari 2015

De beer is los


Vandaag de sleutel ingeleverd van pa’s en ook een beetje ons huis. Ik bedoel dat wij er allemaal geboren zijn op Astrid na, die was er al toen pa en ma het huis betrokken. Het is gek maar het blijft tot in lengte van dagen ook jouw huis. Af en toe doemt het op in je dromen en ben je weer het joch dat van de leuning gleed om onderaan in een pijnlijke positie te eindigen met je noten tegen de paal.

Hoeveel keer zal pa mopperend de trap op zijn gestrompeld? Hoeveel keer boos en vol bitterheid de slaap hebben gezocht om te vergeten, wat nooit lukte. Hij bleef de man die door moeder verlaten was en de klok van zijn leven werd stilgezet op zijn veertigste levensjaar.

Een man niet meer in staat zijn leven op te pakken en uit de toekomst toch weer iets moois te distilleren. Hij wilde niemand zien, nou ja, hij wilde wel als je aan zijn voorwaarden voldeed die nimmer haalbaar waren want ons leven ging wel door. Je kunt als kind niet stil blijven staan, zelfs niet bij iemand die door de drank en verbittering bevroren is geraakt in de tijd.

Pa’s nieuwe liefdes hielden het nooit lang uit. Ook hun voetsporen zijn ergens verstoft aanwezig op deze trap. Bea, Anne, Tonnie, Gerrie.

Pa is niet meer, of niet meer hier. Waar wel? Geen idee! Je hoopt in ieder geval dat hij gevonden heeft wat hij hier op dezer aardkloot niet meer kon vinden. Een beetje rust en wat geluk. Wij hadden het hem op aarde zo gaarne geschonken maar zijn eisen waren te onmogelijk.

Nu wordt het huis verkocht en lopen straks verse voeten en misschien voetjes de trap op en neer die ons kinderen de rest van het leven na zal spoken.

Je wenst ze het beste toe en hoopt dat er nooit scheidingen meer zullen zijn aan de woudstraat 36 in Gouda. Heel soms zijn ze terecht, maar altijd verleggen ze slechts de problemen naar de kinderen die de hoge prijs mogen betalen.

Nooit een thuis meer hebben. Nooit een vader en moeder samen om op terug te vallen. Nooit een thuisgevoel. Nooit met het gezin wat vieren. Geen kerst, geen sinterklaasfeest zelfs geen “mooi eind”, altijd een etterende wond die zelfs de tijd zo slecht helen kan.

Soms vraag je je hardop af of het leven wel echt is? Of wij niet slechts stof zijn. Kleine atomen die drijven in de dikke darm van een slechtgehumeurde beer die straks met een harde knetterwind een einde zal maken aan al het gedonder in de glazen.

Gekheid natuurlijk.

Ontferm U Heer, soms weet ik het niet meer.
Sorry God

woensdag 18 februari 2015

Gelukkig zijn

Eigenlijk zoekt en tast de hele mensheid naar wat geluk. Of je het nu meent te moeten vinden in je relatie, je werk,
je hobby, je vrijetijd, je extreme overtuigingen, je sport of in je kinderen etc. Gelukkig zijn, dat willen we toch allemaal!
Toch blijkt er een probleempje met het grijpen van het geluk. Altijd als je denkt: nu heb ik het, valt het toch bij nader beschouwen vies tegen.
Die lieve mooie man, blijkt een te veel biertjes drinkende onderuitgezakte, winden producere
nde smeerlap te zijn, die na een aantal jaren huwelijk weinig trekken meer vertoont van de romanticus waar je ooit op viel. Die mooie vrouw een zeurende, uit haar voegen gegroeide madame geworden, die bovendien tijdens het kussen nogal onfris uit haar mond ruikt.
Geluk blijkt lastig grijpbaar. Er zijn christelijke groeperingen die menen dat het kennen van de Here Jezus gelukkig zal maken zonder grenzen.
Hoewel ik meen dat het besef dat geen ziekte, lijden nog dood, straks in het hiernamaals uw deel kan zijn, een zeker geluk kan schenken, heeft het toch meer te maken met wat komen gaat.
In het hiernumaals wordt door iedereen geleden. Er worden heus niet minder gaatjes in je kiezen gevuld zodra je christen wordt.
Maar het mag gezegd: er gaat van de overtuiging dat het geluk straks komen zal wel een enorme stimulans uit.
De hoop dat het toch ooit komen gaat (al is het na je dood) is een basisvreugde waar je de rest van je leven als een schipbreukeling op de woeste zee van het leven op kan drijven.
Geluk is voor mij een beetje als deze foto die ik in Gouda maakte bij een winkeltje.
Iedereen mag proberen de winkel van het geluk binnen te gaan maar...soms (lees altijd) klemt de deur.
Maar probeer het gerust.

zondag 15 februari 2015

Armoede

Vroeger werd met het echte drukwerk geen probleem gemaakt. Men plaatste
het kleinste kamertje, en ik zeg met recht klein kamertje, want bij elke beweging stootte de gebruiker wel een lichaamsdeel, naast de keuken. Aldaar ontstane dampen vermengden zich met peteroliewalmen welke aan het éénpittertje ontstegen en gingen over in een braak verwekkende symbiose. Je veegde je kont af met een oude krant waardoor je in spiegelbeeld drie dagen nadien op onze bleke kinderkontjes nog kon lezen dat de Bona in de aanbieding was bij Schuttelaar (een der eerste grootgrutters). Ik zeg bewust drie dagen want verschonen deden wij in die dagen een keer per week, dan gingen we het lauwwarme sop in en werden in een wastobbe middels een ruwharige borstel net zo lang geschrobd tot er geen vel meer over was. Een klodder groene zeep in je haren nam het luizengespuis voor een groot deel voor haar rekening en als dat niet hielp, ging er een scheut peterolie aan vooraf.
We aten paardenlappen waar nu zoveel om te doen is en toe aardappelen met melk.
We sliepen onder paardendekens op kamertjes gescheiden door betingel zodat wij met enige rekenkracht precies konden narekenen hoe lang het weer ging duren eer er een nieuw broertje of zusje kwam want gehorig was het welzeker.
We hadden geen tv in den beginne enkel een oude grijze bandrecorder die middels twee spoelen eigen gemaakte opnames ten gehore bracht van wat wij als kinderen er zoal op meende te moeten zetten.
Moeder deed haar was in een grommende witte trommel met wringer die de naam snelwasser droeg. Drogen gebeurde buiten en als het vroor kon je het jaeger ondergoed rechtop in de buurt van de kolenkachel zetten die gore dampen de kamer injoeg bij een verkeerde trek.
Was dat nu armoede? Ik dacht van niet, de meeste mensen leefden zo.
Laatst hoorde ik een vrouw tegen een andere zeggen: “En die buurtjes van mij zijn arm meid, ze hebben niet eens een auto en ze kijken nog naar een oude dikke kleurentelevisie. Zielig he?
Soms, ik zeg soms bekruipt mij wel eens het idee, dat armoede een maatstaf is die hoognodig geijkt moet worden.

Gezocht: Zondebok.


We hebben hem allemaal nodig, dacht ik. Denk nu niet dat het u anders vergaat. U, jij, hij, zij, wij allemaal, hebben iemand nodig om de schuld te geven van dingen die wij (ook) fout doen.
Het komt ons slecht uit de keelholte dat:" ik was fout."
We wijzen liever van ons af, of erger, we trappen van ons af. Zo dat lucht op!...

We rakelen gaarne de fouten van anderen op, net zolang tot we het idee hebben dat de onze daarmee wel afgedekt zijn.
Ik doe dat ook. In geuren en kleuren ophalen wat iemand zo allemaal mis deed, heerlijk is dat! Ik kan er echt voor gaan zitten. Goed glas wijn en een sigaar erbij en dan maar lekker wijzen.
Gek is enkel wel dat na zo'n spreekwaterval aan fouten van een ander te hebben laten vloeien, je langzaam maar zeker toch nattigheid voelt.
Alsof je een luier hebt vol zitten blazen tussen het wijzen naar die ander door.
Ergens komt er een gevoel van onbehagen over je, een sterke indruk dat je nou wel lekker naar die ander zit te wijzen, maar diep van binnen uit het zelfde hout gesneden bent.
Adam wees naar Eva, Eva naar de slang en de slang naar de Schepper. Laten we Hem de schuld geven, laten we Hem tot zondebok maken, laat Hij het zelf maar opknappen.
Vreemd genoeg is dit de kern van het evangelie. Dwazer kan niet.

vrijdag 13 februari 2015

Engelen en kleine piemelkes

Waarom worden engelen vaak afgebeeld als mollige jongens met een klein piemelje? Het valt mij immer op dat ze
daarbij naakt zijn en meestal een Germaans uiterlijk bezitten. Blonde haren, blauwe ogen met vleugeltjes zo klein dat je er geen kip mee het zwerk in kan krijgen.
Het zal allemaal wel aan mij liggen, maar ik meen dat bijbels gezien engelen tot een geheel andere orde behoren dan die te dikke Rubens mannekes met klein piemeltje.
Is het voor een engel eigenlijk wel nodi
g dat geslachtsdeeltje? Ook dat heeft dacht ik weinig bijbelse gronden.
Het zal wel weer te maken hebben met het ver romantiseren van de waarheid waar de mens nogal sterk in is.
Net als de meeste afbeeldingen van Adam en Eva. Hebben veel mensen dan in het geheel geen kennis van de bijbel en de anatomie van de mens? Let maar eens op hoe dikwijls kunstenaars aan deze twee eerste mensen een navel boetseren.
Maar die hadden ze volgens mij niet hoor. Meen dat dit nog altijd te maken heeft met de geboorte uit de moeder.

donderdag 12 februari 2015

Christelijke baarden


Baarden zitten al jaren en jaren in de christelijke ban. Op de reformatorisch scholen was een leerkracht met een baard bijna ondenkbaar.
Binnen deze stroming zien we in de kerken ook zeer zelden een man met een baard. Bij een vrouw, als uiting van pure soberheid en de juiste levenshouding, wil er nog wel eens gevonden worden, zo'n vlassig baardje.
Vreemd als je bedenkt dat in veel geloven de baard juist wel op waarde wordt geschat. Denk naast het Jodendom...
ook aan de Islam of de Amishe groeperingen.
De Zoon van God draagt ook een baard. Hoewel, als ik veel mensen vraag waar dat staat in de bijbel, blijven ze mij het antwoord schuldig. Toch staat het er heus.

Enfin, baarden zitten in de christelijke ban, ze zijn in onze kerken sterk in de minderheid. De christelijke man is zo gladgeschoren als babybilletjes.
Je vraagt je af of Jezus zelf wel naar binnen mag met baard in sommige kerken?
"Oh nee Here, ga u eerst maar Schere."
Zou de vergulde hand in handen zijn van de zwaardere kerken? Dat hij eigenlijk: de Zware hand, zou moeten heten. Of is dat te bijdehand?

woensdag 11 februari 2015

De kracht van muziek

De eerste singeltjes mocht ik draaien op de oude pickup van mijn zus. Daar raakte ik als kind voor het eerst in contact met het medium
muziek. Net als de rest van mijn generatie, meen ook ik dat de beste muziek gemaakt werd in de tijd toen ik heel jong was. Zo hoort dat ook, dacht ik.
Ik vond in de kast de oude koffergrammofoon van mijn vrouw en ontdekte dat haar muzikale voorkeer beslist de mijne niet is. Maar het leverde wel een leuke foto op.

Ik hoorde van een soldaat die goed piano kon spelen en in de kerk op het orgel op zondag. Zijn officier liet hem bij zich komen om op zijn feestje de muzikale begeleiding voor zijn rekening te nemen. Eigenlijk wilde hij niet omdat hij wist dat het soort feestjes van zijn officier er nogal goddeloos aan toegingen, maar orders zijn orders.
Zo hij speelde die avond en er werd gedanst, gedronken en wat met drugs gestoeid.
Later op de avond besloot hij aanbiddingsliederen ten gehore te brengen, die hij normaliter slechts in de kerk speelde.
Hij lachte zich een kreuk toen hij de menigte zag dansen op": Dit is de dag die de Heer ons geeft."
Nog later op de avond schakelde hij over op aanbiddingsmuziek en op datzelfde ogenblik veranderde er iets in de ruimte waar het feest gegeven werd.
Mensen begonnen zich ongemakkelijk te voelen en vertrokken, hoewel er ook waren die plotseling in tranen uitbarstten. Sommigen kwamen naar de pianist toe en vroegen wat dit toch voor muziek was die zoveel commotie tot stand bracht?
Onderschat nooit de kracht van muziek......

dinsdag 10 februari 2015

Even een kaarsje branden

Als er iets is waar men in het katholieke geloof wel ruimte voor heeft gemaakt
en bij het protestantse niet, dan is het wel het gedenken van de overledenen.
Men heeft het branden van een kaars met de beeldenstorm aan pulp geslagen en dat terwijl het een heel mooi symbool is. Nou ja, één keer per jaar gebeurt het nog, maar daarmee is de kous ook wel af als het om branden van kaarsen gaat.
Nergens in Gouda, ook in de Sint-Janskerk niet, is er ruimte voor het branden van een kaars.
Wist je overigens dat dit een van de meest gestelde vragen is uit de mond van de toeristen en bezoekers van de Sint-Jan? "Waar kunnen we een kaars branden?"

De mens heeft blijkbaar behoefte aan iets tastbaars, iets te kunnen doen, een speciaal momentje om de persoon of personen die niet meer bij ons zijn, te gedenken.
Ik weet dat de kleine kapel aan de katholieke begraafplaats, wel ruimte biedt voor deze zaken. Regelmatig loop ik er dan ook binnen en wat zo fijn is aan katholieke gebouwen, ze zijn meestal vrij toegankelijk.  Je kan er altijd even ontsnappen aan de gekte die wij de moderne samenleving noemen. Even rust, even stilte, even omhoog kijken, even een kaars misschien....
En voordat u het vraagt: nee ik ben niet katholiek van achtergrond, ik ben eigenlijk opgegroeid met de gedachte dat er niets is.

De harde ballen

Een vreemde vermoeidheid hangt over me. Het idee een marratton te hebben gelopen van 250 km.
Een gevoel van opluchting omdat een klus geklaard is, waar ik jarenlang tegenop heb gezien en een mengeling van andere gevoelens die om de overhand strijden in mijn grijze massa.
Daarnet even bij moeder die onmiddellijk de naald van haar grijs gedraaide grammofoonplaat weer in de groef liet zaken die klonk...
:"Waarom ben ik toch bij je vader weggegaan?" Ze hielt pas op toen ik haar een reep chocolade in de mondhoeken stopte.
"En hoe is het nu met hem?" Naar waarheid verteld dat hij ligt te rusten en dat we gisteren met z'n allen het huis hebben opgeruimd.
Ma knikt, het is goed. Pa helpen met opruimen, pa die lekker ligt, dat is oké.
Pa dood en pa's huis leegruimen kan niet verkocht worden. Dat is te hard dus je verpakt het in liggen en opruimen. Zolang moeder leeft zullen we pa in leven moeten houden in woorden. "En wat doet hij nu zoals overdag?" Een redelijke vraag. Heb moeder verteld dat hij lid is geworden van de biljartvereniging de harde ballen. Het viel me zomaar in, vanwege een gesprekje met het mooie meisje uit de kringloopwinkel die ook biljart.
Nou ja meisje, een vrouw. Maar op mijn leeftijd verworden alle jonge vrouwen tot meisjes.
Ma knikt en lacht. Pa die aan het biljarten is, ja dat is prima.
(Foto huwelijk en oma, pa's moeder)