vrijdag 31 mei 2013

Wie durft er nog afhankelijk te zijn?

Afhankelijkheid is in onze dagen tot een veelal smerig woord geworden.
Het is onjuist
om afhankelijk te zijn, zo is de gedachte. Wij moeten onafhankelijke mensen worden. Vrouwen en mannen los van elkaar een inkomen verwerven en onszelf ontplooien. Helemaal tevoorschijn komen en ons niet onder laten sneeuwen. Het: de kaas niet van het brood laten eten, in de overtreffende trap.
Het lijkt winst. Het lijkt juist. Het lijkt vooruitgang.

Toch zit er een lelijke keerzijde aan onze onafhankelijkheid. Er zit een element van verwijdering in. Een gevoel van: ik heb jou eigenlijk niet nodig.
Er zit iets onder dat ons op eilandjes plaatst vol zelfbeschikkingsrecht.
En dat zien we dan ook terug in de achteruitgang van het ter kerke gaan. Ik heb ook God niet nodig en dop mijn eigen boontjes wel.
We zien dat terug in de gedachte dat wij zelf wel uitmaken wanneer wij kinderen wensen te ontvangen als “wij” daar klaar voor menen te zijn.
We zien het terug in de miljoenen kinderen die weggesmeten worden alvorens ze het daglicht zagen in de abortus.
We zien het terug in de talloze scheidingen die over deze wereld gaan.
Ach de lijst is ontzettend lang.
De bijbel leert ons echter: U geheel anders! U bent gezamenlijk (al de gelovigen in de Heer samen) één lichaam en de hand kan niet tegen het oog zeggen:”ik heb u niet nodig.”
Maar ja, wij moeten carrière maken, tevoorschijn komen in al onze assertiviteit. Toch?
Er zijn zelfs christelijke assertiviteit trainingen.
Welja….Op de achtergrond hoor ik de stem van Jezus als Hij zegt:'dient elkander, wie onder u de minste durft te zijn, is de meeste..."
Zouden daar ook trainingen over bestaan?
Vast niet!

Het blijft toch je vader

Pa belt na een week om te vragen of ik nog steeds boos ben?  “Ik ben boos en teleurgesteld dat u mij en de andere kinderen tegenover
iedereen die een gewillig oor aanbiedt, zwart maakt. U vertelt leugens over ons en dat vind ik heel erg ja.”
“Blijf dan maar lekker weg jongen, ik wil je niet meer zien net als die lekkere zussen van je.” Met een dreun valt de hoorn op de haak en voor de zoveelste keer probeer ik te doen of het mij onverschillig laat.
Tranen die willen komen duw ik al zo lang weg want een man van 52 jaar huilt niet meer om zijn vader.
Maar diep in mijn ziel laat het kind van zich horen in een moeilijk weg te slikken snik. Het kind dat nog altijd tast naar zijn verloren vader en maar niet begrijpen kan waarom hij ondanks zo zijn stinkende best doet zijn hand vast te houden, toch elke keer weer wordt afgeschud.
Ik wil je niet meer zien. Hoe vaak sprak “pa” deze woorden niet al tegen mij?
Mensen zeggen:”het blijft toch je vader!” Waarom kan ik hem dan niet vinden en tast als een kind in het ondoorgrondelijke woud van de waaroms? Het is zo’n makkelijk in het gehoor liggende zin. Het blijft toch je vader. Maar al te vaak uit gesproken als vermaning uit de mond van mensen die zelf wel een echte pa hebben of hadden.
Ik krijg dan altijd de neiging om te zeggen:"ruilen, ik jouw pa en jij de mijne?"

donderdag 30 mei 2013

Stamcellen en dementie

In de media wordt hoog opgegeven over de winst die mensen met dementie kunnen boeken bij het injecteren met stamcellen.
Allemaal aardig maar wat ik mij afvraag is: waar komen deze stamcellen vandaan?
Een tijdje geleden werd al bekend dat veel stamcellen uit de foetussen van baby’s worden gehaald.
Met in het achterhoofd de abortussen geeft dit een heel smerige smaak in de mond en druist het mijns inziens in tegen wat ethisch verantwoord is.
Men moet in onze tijd steeds meer op de hoede zijn, want voor je het weet heb je te maken met zaken die worden verkocht als zijnde medisch verantwoord, maar in het licht van de bijbel een gruwel in Gods ogen.
Hoever moet de mens gaan op het gebied van de medische wetenschap? Ik ben zo bang dat we eigenlijk met al ons geklooi met zwangerschappen en het tegenover gestelde de abortus al veel te ver over de grens zijn van dat wat God wenst te zegenen.
Dementerende ouderen injecteren met de stamcellen gewonnen uit foetussen. Het klinkt als iets uit de dodencellen van Nazi Duitsland in die dagen. Maar nu wordt het u en mij verkocht als heel normaal. Sterker nog: als een stap in de goede richting….

dinsdag 28 mei 2013

Wat ik niet zie, geloof ik niet

Een gedachtegang die je nog al eens hoort. Een tamelijk kromme gedachtegang want er blijken nader beschouwd
veel zaken niet zichtbaar op deze aarde, die er toch wel degelijk zijn.
Al eens zuurstof gezien? Of koolzuur? Zuurkool wil nog wel lukken zelfs als je ogen een dagje ouder worden.
God heeft in Zijn grote wijsheid alles zo gemaakt dat al kijk je de verte van het heelal in, je grote hoeveelheden planeten, zonnen en manen en nog veel meer zaken, rond een centraal punt ziet dansen. Ook ons eigen zonnestelsel werkt zo. Kijken we onder een microscoop naar het allerkleinste, dan blijken er opnieuw op innieminniesschaal atomen te draaien rond een kern.
U kunt ze niet zien, ik kan ze niet zien, maar ze zijn er wel degelijk. In de insectenwereld heeft God in Zijn wijsheid er velen met facetogen geschapen. Die zie jij niet met het blote oog, maar ze zien jou wel.
Jij mag dan God niet zien, maar Hij ziet jou wel!
Aan de andere kant is de schepping zo complex dat enkel een blinde zegt: wat ik niet zie geloof ik niet.
En toch ken ik blinde mensen die zien. Ik ken helaas meer ziende mensen die blind zijn.

maandag 27 mei 2013

Hemelpoort

Ik droomde dat ik in een lange rij mensen voor de hemelpoort stond.
Er was van alles bij.
Er waren Jehova’s getuigen die riepen dat Jezus slechts een schepsel was en niet de Schepper aller dingen.
Ze lagen huilend op hun knieën voor Hem die ze eerst niet wilde kennen als de Heer.

Er waren mensen bij die geloofden in reïncarnatie maar nu bleek dat de boom blijft liggen als hij gevallen is, lelijk ik de piepzak zaten.

Er waren er die meenden dat de Here Jezus slechts een van de godenzonen is die onze aarde in de loop der geschiedenis gekend heeft. Ze geloofden ook in het boedisme, het islamisme en andere ismens.

Er waren er die nergens in geloofden enkel in de gedachte om zo goed mogelijk te leven. “Ik was toch goed voor mijn kinderen,”was hun levensmotto.

Er waren er die geloofden wel in de Here Jezus maar hadden eigenlijk nooit verder iets met Zijn genade gedaan dan er zondag aan zondag naar te luisteren in de samenkomst en daar spraken ze nu met elkander over.

Een lange oneindige hoeveelheid mensen die op aarde geleefd hadden.
Ze moesten allemaal door een heel klein poortje waardoor je je zelf nauwelijks naar binnen kon krijgen om de hemel binnen te gaan.
De meeste bleven steken omdat er van alles op hun rug zat. Bij de een reed Boeddha lachend mee. Bij de ander confucius of er zat er een heel wachttorengenootschap op de schouders en bij weer een ander een heel pak zangbundels op hele noten of een bijbel in een zekere vertaling, die ze krampachtig vasthielden.
Ze bleven verbitterd buiten de muur van de hemel staan.
Niemand kon erin. Ik hoorde woorden als:"ik ben toch zwaar, Ik ben toch altijd netjes naar de kerk gegaan, ik ben toch goed voor mijn medemens geweest, ik heb toch geprofeteerd, ik heb toch voor de Heer gewerkt, ik heb wonderen gedaan in Zijn naam, ik ben toch een verbondskindje, ik, ik ik, ik, ik....

Er liepen ook kinderen tussen. Ze kwamen lachend aan en scharrelden tussen de rijen. Ze waren precies klein genoeg van formaat om door die kleine opening te glippen de hemel binnen.

Ik schrok wakker en besefte dat al onze godsdienstigheid, al onze goede werken, al onze religie, zonder dat wij een waar kind van God zijn geworden volslagen vuilnis is.
Ook al ga je heel je leven naar de kerk en bid je de sterren van de hemel, al ga je langs de deur met een evangelie, al zet je elke vrijdag de vuilnisbakken buiten voor je oude buurvrouw, het helpt je niet om de hemel binnen te komen.
De bijbeltekst dat wij moeten worden als kinderen, kreeg voor mij die nacht veel zeggingskracht.

zondag 26 mei 2013

Dat gij elkander lief hebt

Zomaar wat woorden van de Here Jezus, daar ging de preek over deze morgen. Lekker scherp onderwerp waar wij allen steken laten vallen, ikzelf niet in de laatste plaats.
Eigenlijk is dit de kern van ons geloof. Zonder elkaar lief te hebben zijn wij op zijn best:
Een vrome club.
Een groep religieuze mensen.
Een onsamenhangend kerkje spelende hoeveelheid. verdwaalden.
Een stel gewoonte kerkers, zonder enig gewicht in de schaal van God te plaatsen.
Die liefde is in haar minste vorm te uiten door gewoon vriendelijk voor elkander te zijn!
Hoe komt het dan dat zelfs een heel gewoon:”Goedemorgen of gezegende dienst,” ons zo moeizaam uit de strot rolt?
Hoe komt het dan dat als wij naast die ander aanschuiven in de kerkbank dat onze ogen niet gaan glimmen als we elkaar ontmoeten?
Hoe komt het dat wij de gasten vaak zo weinig gastvrij de warme hand schudden en een welkom heten in ons midden?
Zijn wij eigenlijk met al onze zogenaamde vroomheid niet onszelf ongelofelijk aan het bedotten als wij dit zelfs niet op weten te brengen? Als wij zelfs bij het binnenkomen en het verlaten van de samenkomst elkander niet hartelijk een goede week kunnen toewensen al was het enkel maar door een kleine knipoog, hoe kunnen wij dan verwachten dat God ons het grotere laat zien?
Laat dan uw vriendelijkheid aan elkander bekend zijn?

zaterdag 25 mei 2013

Zie je wel (deel 2)

De thuiszorg zegt:”zo nou neem ik eerst eens een lekker bakkie en ploft naast mij op de bank met haar 100 kilo. “Je krijgt snel je gouden oorbellen,” mompelt pa terwijl
de thuiszorg glimlacht. Ik denk: niets zeggen.
In mijn binnenste welt iets op dat niet te stuiten is en ik zeg de thuiszorg dat de reden dat ze mij nog nimmer gezien heeft moet worden gevonden in het lastige karakter van pa. “Ach die lieverd, ik begrijp best dat hij een beetje lastig kan zijn hoor, ik zou wel eens willen zien hoe jij was als je al zo lang niet meer naar buiten kon en enkel voor het raam zitten.
Pa glimlacht voldaan en voelt zich gesterkt.
Ik zeg haar dat de complexiteit van de relatie tussen pa en zijn kinderen wat ingewikkelder ligt dan dat zij kan inschatten.
“Ach die scheet, tis gewoon een goeierd die pa van je,” roept ze tussen twee slokken koffie door.
Pa werpt de opstastoel weer eens op tafel want die schoften van kinderen willen daar niet voor zorgen.
Ik zucht diep en vertel het verhaal dat er een beschikbaar was maar pa wilde hem niet omdat er een stoffen bekleding op zat. “Ik wil een leren,” brult pa.
 “Ja logisch hoor dat je pa een leren wilt, die kan hij lekker met een sopje afnemen, hé lieverd?”
Ik krijg de vreemde aandrang de dame met de tondeuse te lijf te gaan, maar houd mij in, sta op en vertel dat hij die ook kon krijgen maar ook die wilde hij toen niet.
Voordat ik ontplof trek ik mijn jas aan en laat die lieverd van een pa achter met de gouden oorbel loze dame van de thuiszorg. Pa roept achter mij aan:”zie je wel dat ik gelijk heb, daar gaat hij, het ligt niet aan mij.”
Ik besef wederom hoe zwart hij alles en iedereen maakt achter je rug om. Opnieuw neem ik mij voor te stoppen met dit zinloze opofferen.

Zie je wel dat ik gelijk heb, daar gaat hij! (deel 1)

Vroeg naar de markt om leverworst voor pa te halen en met de tondeuse in mijn tas fiets ik met het bekende lood in
de schoenen naar de het naar alcohol en tabak stinkende pandje in de Woudstraat.
Pa zit amechtig op zijn stoel en eist uitleg over waarom ik hem niet te woord wilde staan toen hij mij opbelde onder het warme eten. Legde hem voor de 100.000 maal uit dat hij de hele dag kan bellen voor een praatje maar niet onder het warme eten (tussen kwart over vijf en half zes) omdat het voor Paula en mij een rustpunt vormt in de dag. Hij haalde zijn schouders op en riep:”Jij eet op de gekste tijden.”
Diep van binnen borrelde het een beetje en de vreemde aandrang bekroop mij om de tondeuse over pa’s hoofd te trekken op standje één. De bel ging en een dame van de thuiszorg stapte binnen. “Zo nu zie ik uw zoon eens, wat ben ik daar blij om,” riep ze met een ondertoon van: daar heb je die schoft van een zoon ook eens.”
Opnieuw borrelde het van binnen enkel wilde ik nu niet alleen mijn pa maar ook de dame in kwestie kaalscheren.
Op mijn borst ontstond een vreemd beklemmend gevoel en een rare pijn.

vrijdag 24 mei 2013

Straat evangelisten


Waarom word ik nooit aangesproken door straat evangelisten?
Is het
zo bekend dat ik christen ben of staat het op mijn voorhoofd gedrukt? Zie ik er misschien volslagen reddeloos en daardoor hopeloos uit? Aan de tekst op de “er is hoop” bus zou op kunnen maken dat deze hoop ook voor mij geldt! De meest vreemde figuranten worden aangesproken met de woorden:”Meneer (mevrouw kan ook) kent u Jezus?” Maar in mijn geval (ja ik heb het vandaag weer getest en ben er verschillende keren langsgelopen) blijkt er geen enkele hoop. Gewogen en te licht bevonden. Herkenbaar gevoel?

donderdag 23 mei 2013

Het verschil tussen religie en christen zijn


Er zijn nogal wat vormen van geloof op deze aardbol, het leeuwendeel ontsproten aan de leugen. Dat klinkt wat hard maar waarheid is hard.
Waarheid is namelijk uiterst intolerant en verdraagt niets naast zich. Een halve waarheid wordt immers een hele leugen genoemd!
Jezus zegt:”Ik ben de weg de waarheid en het leven.”
Deze woorden verwijzen alle godsdiensten, hoe goed bedoelt ook, en al de spirituele leiders naar het vaalt.

Er is maar één waarheid en dat is de Here Jezus.
Er is maar één redder en dat is Jezus Christus.
Er is er maar één die u en mij kan verlossen en dat is de Zoon van God.
Er is er maar één die zonden kan vergeven dat is het Lam dat de zonden der wereld op Zich nam op het kruis.

Al de andere zogenaamde goden zijn afgoden en eisende goden. Je moet van alles van ze. Er is maar één God die het zelf volbracht en dat is de Heer die wij mogen kennen.
Al het andere is, hoe vroom en oprecht bedoelt ook, pure afgoderij. Wicca, astrologie, meditatie, occultisme, spiritisme,waarzeggerij, sjamanisme, tarot, pendelen, deze lijst in ontzettend lang. Al deze zaken staan haaks op wie de Here Jezus is en komen enkel voort uit het rijk der demonen en hebben niets uit te staan met de ware God. Laten wij ons derhalve verre houden van deze vormen van afgoderij.

De dagen die vergeten worden


“Morgen mag u naar huis?” Ma schrikt en zegt:”Neen toch, ik wil niet naar je vader!” “Neen ma naar uw eigen huis in uw
eigen kamer in het verpleeghuis Gouwestein!”
“Gouwestein, nooit van gehoord waar is dat dan?”
“Even verderop ma daar woont u al jaren?”
“Echt?” “Ik wil liever hier blijven hoor!”
“Ja maar ma dit is het ziekenhuis!”
“Oh?”
“Maar ik wil een stuk Hemaworst.”
“Hier hebt u een stukje, lekker?”
Ma knikt als een kind zo blij en eet worst.
“ U bent nu weer gezond en mag naar huis.”
Ma schudt hevig het hoofd en mompelt:”Ik ga niet terug naar je vader maar…waarom ben ik eigenlijk bij hem weggegaan?” Carla en ik lachen en zeggen:”dat zouden wij ook wel eens willen weten.”  Ma lacht ook en zegt tegen mij:”ben jij getrouwd?”
“Ja ma met Paula!”
“Oh ja.”
“Welke dag is het eigenlijk?”
“Donderdag ma.”
“Oh.”
“Ben jij eigenlijk getrouwd?”
“Ja ma, met Paula.”
“Oh ja.”
“Welke dag is het eigenlijk?”
“Morgen mag u naar huis ma!”
“Neen toch!”

dinsdag 21 mei 2013

Het occulte


Veel mensen doen er wat lacherig over en nemen het niet serieus. “Er bestaan geen boze machten en de duivel is een fabel,” zo
meent men. Zelfs onder christenen is het bestaan van een wezen dat satan genoemd wordt op de helling gezet en vervangen door woorden als: het kwaad of het verkeerde.
Het geloven in de duivel als een persoon wordt als stom of ouderwets ervaren. Hoe zulke christenen hun bijbel lezen is mij een compleet raadsel, heb het idee dat ze te hooi en te gras her en der maar een hapje nemen uit Gods woord en wat ze niet aanstaat overslaan.
De bijbel leert namelijk heel duidelijk dat er oversten (vorsten) der duisternis bestaan die regeren over vastgestelde gebieden. De duivel klooit maar niet wat aan, maar werkt volgens strategische plannen.
Hij juicht het ontkennen van zijn persoon en leger toe, want zo kan hij ongezien, maar wel gehoord zijn verwoestende ideeën delen. Of denkt u dat de abortus (jaarlijks alleen in Nederland al 28.000 kinderen), om er maar eens eentje te pakken, uit gezonde wetenschap is voortgekomen? Dan moet mij van het hart dat u verduiveld blind bent. Nederland staat terecht volkomen op zijn kop wat er met die twee stumpers van broertjes is gebeurd door die lamzak van een vader, maar over die andere 28.000 elk jaar opnieuw, wie ligt daar nog van wakker? Wanneer werd er in de kerk het laatst gebeden voor hen? Ik kan het mij niet herinneren. U wel?

Bellen onder het eten


Het is kwart over vijf en de telefoon gaat. Ik heb uit ervaring geleerd om die dan te laten gaan omdat het in alle gevallen mijn

vader betreft die zich niet wenst te houden aan een stukje begrip dat wij dan gaan eten.
Paula neemt tegen beter weten op en roept:”het is je vader!” Ik zeg:”wat is er voor grote nood dat u belt?”
“Nou niks ik wil je gewoon even spreken.”
 Dat vind ik fijn maar heb al duizend keer gezegd dat wij om kwart over vijf eten en als u voor een gezellig praatje wil bellen dat u dat dan voor of na die tijd moet doen. Ik vind het storend als mensen onder de maaltijd bellen.”
“Jij eet op de raarste tijden,” is pa’s antwoord alvorens hij de hoorn op de haak smijt.
Ik moet heel diep zuchten en eigenlijk smaakt mijn eten ook niet meer zo. Pa waarom ben je zo?

zondag 19 mei 2013

Gods oorbellen

Ik fietste gisteren eindelijk weer eens in het zonnetje langs de vele boerderijen in de omgeving en mijn blik werd gevangen
door een geit. Zijn Lange sik wapperde in de zwoele voorjaarsbries en het was toen dat ik de stem van de Heer pas hoorde, hoewel de preek van zondagmorgen ook zeer goed was. Nou ja de stem van de Heer? Het was meer een bulderend gelach. Het was of Hij met die wapperende sik wilde zeggen:”Lieve mensenkinderen, zien jullie nou echt niet dat Ik er ben! Zijn jullie nou zo blind! Kijk eens naar de belletjes aan de geitenkopjes die Ik als natuurlijke oorbellen heb geschapen. Of de sik van de geit. Functioneel? Ben je gek, gewoon voor de lol. Lachen toch! Evolutietheorie, mijn zolen, zo’n sik heeft geen enkel doel dan humor van God. Toen zag ik de schapen met horens op de kop van zeker zeventig cm lengte. Ik wist niet eens dat dit bestond. En opnieuw hoorde ik de Schepper gniffelen. “Laat Darwin zich hier eens over buigen. Zeker weten dat hij meent dat deze schapen hard op weg zijn om zich tot saté pennen te ontwikkelen. Mensen leer eens kijken! God schreeuwt uit alles:”Ik ben er en houdt van jullie!” Wees maar gerust, ook al lijken een aantal van je familieleden op apen, je hoeft de boom niet meer in.

Normaal "christelijk" zijn


Ik kijk dikwijls rond in de kerk en om mij heen en zie een categorie mensen waar ik eigenlijk best wel toe zal willen behoren, maar het lukt niet.
Laat het mij uitleggen: Ze zien er keurig verzorgd uit en laten voor het oog zo weinig steken vallen in het leven. Geboren in een warm en goed bemiddeld gezin. Gezond, volslank met keurig verzorgde haren zitten ze gekapt en glad geschoren met krakende bruinlederen schoenen voor mij in de kerkbank.
Hij het stropdasje recht, kamgaren colbertje, geurend naar leer en vanille, zij een keurig mantelpakje met lakschoentje in een waas van Jean Patou.

Gaan zulke mensen naar de wc (dat ze toilet noemen) dan verspreidden ze geen noemenswaardige geuren. In schril contrast wat ik aldaar meen te moeten presteren! Zij gaan plassen terwijl ik pis. Zij ontlasten zich terwijl ik zit te bouten.

Als ze eten is dat op een met satijn gedekte tafel met glimmend gepoetst zilver bestek. Hun toastjes kaviaar, pauwentongetjes en ganzenlever, worden totaal in hun darmsysteem opgenomen, zo geheel anders dan de porties chinees welke ik naar binnen werk en waar gasbellen bij ontstaan die met donderend geraas zich een weg naar buiten wensen te werken.

In bed draagt hij een katoenen pyjama en zij een zijden nachthemd (kleur ivoor). Aan seks doen ze niet (daar zijn zulke mensen veel te netjes voor om aan die “nattigheid te beginnen) , dus hun voorbeeldige kinderen moeten wel uit de boerenkool zijn voortgekomen.
Ik daarentegen stap ik mijn oude lubberende legeronderboek (die zit zo lekker in de nacht) tussen de klamme lappen en met alle moeiten kan ik mijn driften tot rust krijgen.

Hun spreken is beschaafd en uit hun mond rollen mooie volzinnen vol betekenis, die mij ontgaat. Het betreft geslaagde jachtpartijen, de nieuwste Bmw, de zaak die voortreffelijk loopt, de hole in one bij het golfen en de inkoop van een partij steurslurfjes omdat die zo smakelijk zijn bij de bbq.
Ik sjouw als bouwvakker met stukken hout en train mijn bodybuilding in een stoffige schuur om mijn zwaarbehaarde torso in conditie te houden. De enige vis die ik nuttig is de lekkerbek en een blikje tonijn al dan niet in drabbige olie of water.

Ik probeer ze wel eens na te doen. Ik trek een pyjama aan en spreek zeer beschaaft. Zelfs het eten gaat met mate en de radijs, de sla en tomaatjes gaan samen met gebakken krieltjes en meer beschaafds. Ik gedraag mij volkomen naar de maatstaf waarvan ik meen dat het de juiste is, maar net op het moment dat ik meen in het goede spoor te zitten begint er diep binnenin mij iets te gisten en te woelen.
Uit al die ingehouden zaken ontwikkelt zich een enorme winderigheid die amechtig op zijn beurt wacht om zich naar buiten te wrikken.
Plotseling houd ik het niet meer uit, haal chinees voor een heel weeshuis, verslijt derhalve op een dag een heel pak popla wc papier, ruk een van de buren door de heg die mij al lang irriteert om de een of andere vage reden, speel met mijn achterwerk een half volkslied en het scheelt maar zozo of ik kus midden in de kerk een wildvreemde vrouw die mij aanstaat omdat ze zulke mooie hoge hakken aanheeft, vol op haar kuise mond.

Heer waarom kan ik niet normaal zijn?

donderdag 16 mei 2013

Ma in het ziekenhuis 2


Ma zit na twee jaar weer in de stoel. In het verpleeghuis Gouwestein liet men haar altijd in bed. Te lastig met dat verschonen om
in de stoel te zetten, vindt men daar. Toen we de arts er naar vroegen in het ziekenhuis keek ze verontwaardigt: hoezo niet uit bed? Geen wonder dat jullie moeder doorligplekken heeft! Natuurlijk mag en kan ze er uit. “En het eten dokter, in Gouwestein mag ze heel weinig eten er hangen zelfs lijstjes met:”Kinderen geef uw moeder geen snoep, koek of kauwgum.”

“Uw moeder mag alles eten waar ze trek in heeft, zegt de dokter.” In gedachten wurg ik langzaam de hoofdverpleegster van Gouwestein omdat mijn moeder door dat wijf alles ontzegd is en nu blijkt dat geen enkele grond te hebben dan pesten.

“Uw moeder heeft een zware blaasontsteking die naar haar nieren is gekropen en een te kort aan vitamine d, aldus de arts. Daar krijgt ze nu een behandeling voor en wij zullen bemiddelen voor een ander (lees beter) tehuis.”

Het verschil tussen het ziekenhuis en het verzorgingstehuis is onvoorstelbaar. Zelfs haar gebit wordt hier gepoetst, wat in Gouwestein als we bij ma kwamen en keken een ronduit smerige boel was want het in de avond uitdoen en schoonmaken daar begon men niet aan. 

Foto zus Carla en ma

woensdag 15 mei 2013

Ma in het ziekenhuis


“Ik wil een Loempia,”zei ma.
Haar gezonde eetlust was ze alvast niet verloren. Ze moet nog wel even in het ziekenhuis blijven voor verder onderzoek. Dingen die opvallen en in het verpleeghuis Gouwestein nooit gebeuren: Kunstgebit brandschoon en eindelijk wordt het gewoon uitgedaan in de nacht en in een bakje gedaan. Denk je dat ze dit in het christelijke verpleeghuis Gouwestein doen? Welneen, alles is daar onderworpen aan verderf en ene hoofdzuster Marry regeert er met verdorven hand!
Ik mag zo’n vrouw als Marry zo gaarne zien, ik ben dan zo blij dat het de mijne niet is!
Carla had aardbeien bij zich. Bij gebrek aan loempia ook oke!
Morgen horen we wat er aan de hand is met ma. Ze viel steeds weg en haar bloeddruk was (onderdruk) 49. Dat is laag, veel te laag. Ze heeft geen pijn, gelukkig. Besef van wat er gaande is ook niet. Ze merkt amper dat ze in het ziekenhuis ligt. Soms is dementie een zegen....


maandag 13 mei 2013

Het verpleeghuis bloemendaal op stelten


Nou woont er een man op de afdeling waar ook mijn schoonvader ligt, die compleet in de war is. Zielig natuurlijk. Maar sommige mensen hebben een nare verwardheid zoals je mensen hebt die een goede of een nare dronk over zich hebben. De een wordt van een extra borreltje vrolijk en de ander een vreselijk lastige peer.
Dat laatste gaat op voor de man waar ik het over heb en die eergisternacht aan het dolen ging over de gangen van het tehuis en bij de vrouw in bed kroop die tegenover mijn schoonvader ligt. De vrouw aan het blèren en schreeuwen maar de verwarde man wilde haar bed niet meer verlaten en vond het wel knus zo. De zieke vrouw naar de verpleging toe met haar rollator die vervolgens mijn schoonvader die er al twee maanden ligt en die dwars door al het tumult was heengeslapen omdat hij zo moe was, wakker maakten en uit bed trokken.
“U ligt in het verkeerde bed.” Tetterde de verpleging die hem al twee maanden verzorgt in mijn schoonvaders geschrokken oren. “Welnee riep de vrouw die eindelijk met haar rollator weer op de slaapkamer aangekomen was, meneer de Jong ligt hier toch al maanden, ik bedoel die vreemde vent in mijn bed.” Toen liet men mijn schoonvader weer in bed stappen die zich hardop afvroeg wie er hier in dit tehuis nu eigenlijk gek waren?

Wat een circus is het daar toch! Dat je na twee maanden nog niet weet wie, wie is en wie waar slaapt dat je zieke mensen in de nacht uit hun slaap en bed sleurt!
Als al geroepen:”Onder de maat”!  Sorry voor de goede verzorgers want die zullen er ook zeker zijn, maar er zijn er ook die beter achter de vuilniswagen kunnen gaan lopen!

De dagen waarin je geen plezier hebt…


Soms komt alles gelijk. Donkere wolken pakken zich samen boven je leven. Gisteren schoonpa met moederdag naar huis en dan hup snel het ziekenhuisbed (loodzwaar ding)
dat mijn schoonmoeder ooit kreeg van boven naar beneden gehaald. In en uit elkaar en schoonpa met tranen in de ogen want die wilde niet terug meer naar het tehuis, dat snapt iedereen.
En daar zat hij dan, enfin het ging net allemaal.
Je komt thuis en voelde je heel de dag al niet zo fit en dan je eigen vader aan de telefoon die meteen in je oor schreeuwt:”Waar blijft die klote leverworst van me?”
Je zucht eens diep en probeert uit te leggen dat zelfs ik op zondagavond geen leverworst kan kopen waarna de telefoon met een knal op de haak wordt gesmeten.
Dan een berichtje dat moeder opgenomen is in het ziekenhuis omdat haar bloeddruk veel te laag is. Moeder ligt dan te schreeuwen en te huilen en roept tussen de tranen door:”Ik wil naar huis! Neem me mee!”
Soms zou je wel eens weg willen vluchten heel diep een oerwoud in, maar ja, in Nederland hebben ze alles gekapt wat te kappen was en om nou het Houtmansplantsoen in te vluchten waar half Nederland hun rothonden laat schijten, trekt me ook niet aan. Ma ik kom eraan!!!

zondag 12 mei 2013

Verschillen of overeenkomsten


“Ben je voor of tegen de kinderdoop,” fluisterde een vrouw vanachter in mijn oor toen er een aantal weken geleden zes kinderen gedoopt werden.
Ik ken deze vrouw nog uit de tijd dat ik zelf in de Pinkstergemeente kerkte.
Ik zei haar dat iedereen zelf maar moest uitmaken hoe de sacramenten in te vullen en dat wij slechts Jezus behoefden te volgen. Dat het ons niet past een twistpunt te maken van de hoeveelheid water of het tijdstip van doop als ons dit uit elkander drijft.
Ze keek teleurgesteld voor zich uit en haalde haar schouders op.
Bij mij rees de vraag of wij een zoeker zijn van de overeenkomsten of een speurder naar de verschillen?

Die eerste vindt in alle (noem het) christelijke kerken van Baptisten, gereformeerden, hervormden, Lutherse, Pinkster, evangelische tot aan de Katholieken, broeders en zusters. Broeders en zusters omdat ze in de Here Jezus geloven en Hem proberen na te volgen.

De tweede vindt alleen in zijn eigen (kleine) stroming broeders en zusters en zelfs die worden gewogen op de weegschaal van de eigen kleine overtuiging wat bijbels is en wat niet.
Bij de eersten kan je vrijuit ademhalen.
De tweede verstikt alles en iedereen om zich heen met zijn eigen kleine gelijk!
Ben jij een overeenkomsten zoeker of een verschillen speurder? Ben je een bruggenbouwer of een afgrondenmaker?

Belijdend lid...


Ik wil graag een foto delen van de fijne avond die wij genoten hebben met de familie Verkaik, de familie Mostert,
Paula haar moeder en zus, Arnold de blokouderling en dominee Tramper. Onder handoplegging officieel van harte welkom geheten in de Hervormde gemeente van de Sintjans-kerk te Gouda. Een hartelijker en warmer officieel welkom is nauwelijks denkbaar en we hebben dit alles mogen vieren in een huiselijke samenkomst. Heerlijk te weten dat nu de tafel des Here volkomen voor ons openstaat.
Iedereen bedankt voor dit heerlijke moment van broeder en zusterschap rond de Here Jezus aanwezigheid. Want: waar twee of meer in Zijn naam vertegenwoordigt zijn, is Hij in het midden…

zaterdag 11 mei 2013

Verrassingszakjes samenkomsten

Wie speelde er niet als kind? De kleine Betuwe in Haastrecht. Maar men heeft het licht gezien en de speeltoestellen zijn niet meer
van deze tijd. Gevaarlijk zelfs zo zegt men. Hoogste tijd om de boel te sluiten en maar over te geven aan de vergankelijkheid. En wat was nou eigenlijk het ergste dat er gebeuren kon? Een schommel tegen je kop? Dat je uit een draaimolentje kletterde en met een bek vol gras op je knieën terecht kwam? Nou en! De afgetakelde speeltuin neemt mij in gedachten onwillekeurig mee naar de kerk. Plotseling voldoet een “gewone” preek niet meer. Het samen bidden, de Heer zoeken in de liederen, neen het is alles zo verouderd zo vinden velen. Er moet actie komen, dramagroepjes, een met licht om aandacht schreeuwende beamer in plaats van de zangbundels, knoertharde muziek, waar je conussen van scheuren, vlaggen in de dienst waarbij je goed op moet passen er geen een tegen je kop te krijgen want dan het je wel een aanraking maar niet de juiste. Er moeten aanbiddingdames over het podium huppelen in strakke wulpse zijden pakjes en sjaaltjes die bij mij niet de snaar van de aanbidding raken doch die van de innerlijke lusten. Sommigen maken het nog doller en willen blessen, knorren als een (ongewassen?) varken over de grond rollen, op de grond liggen soaken al dan niet met een stuk Fa zeep en frisse geur van limoenen. Het zal allemaal wel weer aan mij liggen en ik wil de kerk ook geen pretpark noemen, maar ergens verlang ik naar die oude degelijk piepende en knerpende speeltuin van welleer waarbij je soms een redelijke plag gras in je bek kreeg omdat je je verslikte in een doeltreffende preek. Je kop stootte tegen zekere vormen en tradities, maar die je een gevoel van veiligheid boden omdat je wist wat je kreeg op zondagmorgen. Nu is het in veel kerken een verrassingszakje geworden. En bij verrassingszakjes valt de inhoud achteraf meestal vreselijk tegen!

Papa waarom ben je zo?

Waarom meen je dat heel de wereld om jouw persoontje draait? Waarom vraag je nooit eens: hoe gaat het nou met jou?
Waarom ben je altijd aan het vragen voor jezelf en nooit eens voor die ander? Vragen om aandacht, om goederen, om hulp? Waarom moet ik zoveel van jou en maak jij zelf geen enkele aanstalte om ook maar een stap in mijn richting te doen? Denk je nooit aan mij? Voel je wel iets voor mij? Waarom wil je dat ik je vader noem, zonder dat je die wilt zijn? Papa waarom gedraag je je als een kind waar ik de vader voor moet spelen? Waarom zoek je enkel contact omdat je mij nodig hebt? Om naar het ziekenhuis te gaan met je. Om je te bezoeken. Om Jenever of shag voor je te gaan halen. Om huishoudelijke karweitjes voor je op te knappen. Om je eeuwige gezeur aan te horen en dagelijkse gefit op alles en iedereen. Waarom ben je zo’n nemer geworden terwijl je toch ooit zelf hebt besloten om een gevende vader te willen worden? Wat heeft het leven met je gedaan? Wat heb jij met je leven gedaan? Waarom blijf je als een baby over de vloer van het aardse bestaan rondkruipen en alleen maar janken en zeuren? Wordt het na 77 jaar niet eens tijd om op je voeten te gaan staan en de verantwoordelijkheid van het vaderschap op je te gaan nemen? Of ga je terug naar de Schepper als het kind van 77?

donderdag 9 mei 2013

Beginnetjes maken

Ik heb een hekel aan beginnetjes maken. Neem nou een rolletje plakband. Niets is lastiger dan deze in mijn beleving door de
duivel zelf uitgevonden vinding. Als je al een rolletje kan vinden, want ze spelen meest verstoppertje, dan begint het gepeuter naar een beginnetje. Dat kost je zeker twee nagels en als je eindelijk een beginnetje hebt, scheurt het plakband lekker weer af. Of wc papier. Een van de meest hemeltergende bezigheden die een mens op dezer aardbol te doen heeft is een beginnetje maken aan wc rollen. Je tobt en zoekt en frutselt en knutselt maar een beginnetje Ho maar. Daar zouden ze in de kerk nu eens een workshop over moeten geven! Hoe ik mijn naasten moet liefhebben weet ik inmiddels wel, maar die verdraaide wc rollen! Horendol word ik ervan. Soms ruk ik de halve rol uit elkander om een beginnetje te vinden of haal uit pure frustratie de hele rol maar langs mijn achterwerk wat in de papieren loopt en lastig wegspoelt. Ik pleit bij deze voor een in 4 delen uitgewerkte kringavond over het maken van beginnetjes bij de verschillende merken wc papier. Nou niet gelijk enkel met het dure supersofte van de Albert heijn op de proppen komen! Neen ook het meer lastige voor Jan met of zonder pet bij de Aldi of Lidl te koop zijnde schuurpapier dat met geen koevoet los te wrikken is. Workshop en “how to do” “christelijk beginnetjes maken bij wc rollen”.  Ik geef mij bij deze op om “uit te drukken  hoe nijpend de hoop is.” 

Herinneringen aan de Pinkstertijd


We hadden  die morgen weer eens een liedje waarbij men allerhande rare gebaren moet maken. Nou kennen jullie mij wel
en weten dat ik daar niet van hou. Ik ben veel te stoer voor dat soort dingen, dat snap je toch wel hè? Ik bedoel maar, men kan toch niet van mij verwachten dat ik op de Harley Davidson naar de kerk kom en daar stoer vanaf kom en vervolgens binnen gekomen tijdens de zangdienst met mijn handen allerhande gekke gebaartjes ga zitten maken? Ik sta voor gek heus waar! Dus ik voel me dan doodongelukkig en dat wil de Heer toch ook weer niet! Toch? Alhoewel ik me afvraag of Hij met deze gebaren wel zou mee doen? Maar goed. Ik zat ooit naast een echtpaar die ik toch altijd voor vol had aangezien en die zaten me daar een partij met hun handen te wapperen alsof ze een zwerm vliegen achterna zaten. Dus ik zweten hé! Ik dacht: hou nou een op met dat achterlijke gedoe! Maar neen hoor. Ze bleven maar fonteintjes en watervalletjes en weet ik wat voor achterlijke bewegingen maken met die handen tijdens dat maffe lied. En met hun kont draaien, verschrikkelijk wat had ik het zwaar. Dat mensen dat durven hé? En dan nog doodleuk de gemeente inkijken alsof ze ervan genieten. Of doen ze dat ook?   Echt als ik zulks zou moeten doen zou ik me nimmer meer in de gemeente durven vertonen echt niet. Nou ja hoe het ook mag zijn: Ik hou niet van dansjes, handklapjes, gekke bewegingen etc. Laa me nauw!

P.s in de hemel zullen ze daar toch wel een apart plekje hebben voor stoere mannen? Welja ik zie Mozes (met respect) ook geen maffe stomme Pinksterdansjes maken…!

woensdag 8 mei 2013

Elektrische stoel


Pa belt en valt meteen met de deur in huis:”Heb je al een opstastoel voor mij?” Op mijn lippen brandt het antwoord:Ja een elektrische
uit Amerika zo goed als nieuw met een sponsje dat nat op je hoofd moet worden geplaatst alvorens de stekker erin te steken, maar ik houd mij in. Ik vertel hem naar waarheid dat hij uit twee kon kiezen aangezien mijn zus er zowaar zes weken geleden twee kon regelen, maar u wilde niet. Derhalve ben ik ook niet van plan om in actie te komen om ook een poging te wagen een stoel te regelen die ik vervolgens kan terugbrengen.”
 Zijn antwoord was kort:”Oké”. Vervolgens knalde hij de hoorn op de haak en werd tuut, tuut, tuut, mijn deel. Even nog bleef ik verbluft aan het toestel staan en besefte dat de kans dat de telefoon zo gaat met de mededeling:”ik wil je niet meer zien,” redelijk groot geacht kan worden.


maandag 6 mei 2013

Littekens


De eerste operatie was om het gezwel weg te nemen dat mijn leven als een kaars in de wind plaatste. Het moest geopereerd worden en wel met spoed. Terwijl vader en moeder zich door een huwelijks crisis heen vochten, vocht ik voor mijn leven in Utrecht. Een groot litteken dat verticaal over mijn buik liep was het resultaat. Toen ook die operatie misging maakte men mij midden in de nacht opnieuw open en sneed er een tweede diagonaal overheen. (die heb ik op de foto lekker weggewerkt – leve photoshop!). Altijd als ik naar de littekens kijk besef ik dat er veel zogenaamde goden zijn, maar er is er maar EEN die voor u, en mij gestreden heeft en de littekens daar nog altijd van draagt. Zijn naam kennen we. Geen Mohammed, Boeddha, of andere godenzoon. Slechts die ene Jezus worstelde en vocht tot de dood. Niet voor Zijn eigen leven maar voor ons leven. Dat we dat nooit zullen vergeten…

zondag 5 mei 2013

Verbeelding


Als je niets bent, kan je je nog altijd veel verbeelden. Een redelijke uitdrukking en hoe waar is dit! Diep van binnen verbeelden we ons misschien allemaal
wel dat we iets bijzonders zijn. Ergens is dat ook wel zo, want van jou maakte God er maar eentje. Er is niemand als jij op de wereld. Die wetenschap geeft toch een bijzonder gevoel, dacht ik.
Als ik aan christenen vraag of ze uitkijken naar de komst van de Here Jezus, krijg je vaak bevestigende antwoorden. Vraag je wat verder naar de reden van hun uitkijken naar de komst van onze Koning dan hoor je geluiden als:”Ik ben het lijden zo zat, ik ben de hele verderfelijke wereld zo zat, ik ben alles misschien wel zo zat etc.” Ondanks dat er veel waarheid in deze zaken aanwezig is, is het niet de reden waarom ik persoonlijk uitzie naar de Heer. Ik kijk naar Hem uit, niet omdat ik mijn pijn, moeite en verdriet zo zat ben, maar omdat ik zo zat word van mijzelf. Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen? Jezus. Gelukkig maar!

zaterdag 4 mei 2013

Pa zondag


Pa belt op en zeurt over het kopen van een boormachine met een soort stift waar een rolletje schuurpapier op past. “Die mot ik hoognodig hebben, haal jij hem snel even wil je?”
Op mijn vraag waar hij in hemelsnaam een boormachine voor moet hebben met een soort schuurtol erop, zucht hij:”voor mijn eeltvoeten en kalknagels. Dan kan ik ze lekker zelf afschuren en loop ik vast stukken beter.”
Ik neem mij voor om ook aan dit vreemde verzoek niet te voldoen. Hij zal wel boos worden maar ik voel de bui al weer hangen. Het wordt niet betalen en de kleur van de boormachine zal wel niet naar zijn zin zijn en het schuurpapier te grof. Hij loopt per dag geen twintig meter dus dat laagje eelt zit mij er best. “En oh ja, de papegaai boven zijn bed wil hij ook toch graag hebben. Boor maar gewoon een gat in het zachtboardplafond en dan met een touw naar de vliering.” Nu zucht ik en vraag waar ik een papegaai vandaan moet halen?” “Van marktplaats, roept hij en knalt de hoorn op de haak…

Pa (zaterdag)


In de gang al komen pa’s rookwalmen mij tegemoet. Hij zit amechtig op zijn hoge lederen stoel en kijkt mij aan als moenen met
het boze oog. “Waar blijft mijn opstastoel?” “Ik leg eerst uw stuk leverworst in de koelkast pa.” “Ik betaal je niets omdat ik weet dat je dat liever niet hebt. Je hebt dat over voor je vader die altijd goed voor je is geweest,’ fantaseert pa hardop verder.
“Ik snap er niets van, je zussen konden in één dag twee opstastoelen vinden op dat ding, hoe heet dat ook weer, oh ja een computer.” “Waarom doe jij er zo lang over ik zit de hele week al te wachten tot je met de stoel komt.”
“Ja pa maar u wilde geen opstastoel toen Carla en Jolanda er mee kwamen.” “Ik wilde wel maar hij was gestoffeerd en ik wil een leren.” De tweede waar ze mee kwamen was van leer en die wilde u ook niet!” “De kleur was lelijk,” brult pa verontwaardigt.
“Weet u wat u nou doet?” “Bel uw dochters op en vraag zelf maar of ze er weer intrappen!” “Ik bel niemand, ze kunnen barsten. Ik heb niets verkeerd gedaan, een schande om niet naar je zieke vader om te kijken. En aan jou heb ik ook geen zak.” Als ik na een uurtje het voor gezien houd loop ik de thuiszorg voor de deur tegen het lijf. Pa had zojuist nog met luide stem verkondigd dat het een rotwijf was die hij het liefst zou verzuipen op het schijthuis. Hij zei het nog krasser maar dat kan ik hier niet neerschrijven.
“Zo kom je weer eens bij je vader,”zegt ze met een ondertoon van verwijt in haar stembanden. Ik zeg:”Neen dat zegt u verkeerd, ik mag weer komen, ik ben weggestuurd door hem. Ik weet dat hij enkel lelijke dingen over mij en de andere kinderen rondstrooit maar besef wel dat hij over u nog veel lelijkers beweert en u het liefst zou verzuipen in de plee.”
Ze kijkt mij vol ongeloof aan en glipt de naar nicotine walmende gang binnen…


vrijdag 3 mei 2013

Bedauw mij met Uw Geest


Nou ja, zomaar een stukje tekst uit een lied. De Geest Gods, niets lijkt lastiger voor christenen.
Want, wat is dat nou precies en hoe zit dat met de Geest Gods moeten we die dan ook al aanroepen en aanbidden?
Hoorde laatst een voorganger eerst tot de Geest spreken, zich toen tot de Here Jezus richten en daarna tot God de Vader. Ik begrijp het wel, drie-eenheid is lastig te verstaan. Laten we aan water denken dat als vloeibaar, als damp en als ijs kan voorkomen. Maar het is in de grond hetzelfde, enkel zijn het drie verschijningsvormen.
Van de Geest sprak Jezus zelf dat Hij nimmer van zichzelf zou opgeven enkel op Jezus wijzen. En Jezus wijst op zijn beurt naar de Vader, zo is het toch weer zegge één God. De Jehova’s getuigen verslikken zich geheel in de drie-eenheid en maken Jezus daarom liever tot geschapen schepsel (een engel) in plaats van de Schepper alles dingen. Het blijft lastig en toch is het eigenlijk kinderlijk eenvoudig. Jij bent tenslotte ook een drie-eenheid. Of had je dat nog niet ontdekt?