maandag 28 januari 2013

Van den pot gerukt


Ik heb veel riante huizen mogen zien en ook in de familie zijn er die met recht heel mooi en groot wonen. Mijn ding is het niet echt, omdat ik zo heel groot vaak een beetje ongezellig vind overkomen. Wat opvalt, is dat in nagenoeg al die grote huizen, enorme keukens, slaapvertrekken en woonvertrekken aanwezig zijn, maar zodra “je mot” sta je op twee vierkante meter te klooien omdat je je gat nauwelijks op, laat staan van de pot kunt krijgen, zonder je kop tegen de muur te stoten, met je neusgat in de we borstel terecht te komen, of erger. Waarom hebben riante huizen vaak van die kleine enge toiletten?

 
Als wij het geestelijke leven (met respect) vergelijken met een woning dan zien wij in de keuken de plek waar ons geestelijk voedsel wordt bereidt. Onze lofzang tot de Heer, ons leven dat een als een reukwerk voor God mag zijn.

 De eetkamer verwordt dan tot de samenkomst en onze stille tijd van Bijbellezen waarin de innerlijke mens verzadigd wordt met het vette van Gods spijzen.

 In de slaapkamer (God geeft het de Zijne in de slaap) een plek vol rust en halleluja, genot en (misschien) voortplanting. Ik zie er het vertrouwen op Gods genade in en de wetenschap gewenst te zijn (hoeveel kinderen moeten die wetenschap missen in onze dagen vol scheidingen?).

 Zo kunnen wij nog lang voortborduren op de indeling en de ruimten binnen ons huis, maar het toilet lucht misschien wel het meeste op, hoewel het met veel onwelriekendheid en angstaanjagende geluiden gepaard kan gaan. Je moet voor het echte werk heus even gaan zitten en er valt iets met een plof van je af.

Daarna moet er geveegd worden en sluiten wij de boel af met het reinigen van handen.

 In dit alles zien wij het opbiechten van zonden, het belijden van verkeerde gedachten en andere zaken die ons redelijke dwars kunnen zitten.

Zonder dit (belijden van schuld) komt er niets van God tot ons en toch hoor je het zo weinig binnen het moderne christendom. Net als dat pietepeuterige wc’tje in een kasteel van een huis, is er heel, heel weinig ruimte gereserveerd voor het misschien wel allerbelangrijkste. Je kunt er eigenlijk ook niet bij blijven staan en zelfs zitten is wellicht nog te veel van het goede. De grootste belijdenissen deed ik op mijn knieën.

Pas daarna voel je je pas echt verlicht en rein van handen en wat belangrijker, van geest. Je geestelijke wandel is weer vol vreugde en de innerlijke mens voelt als herboren.
De "aandrang" tot lofprijs vernieuwd en de "nijpender" wordende "behoefte" die in gebed wordt "uitgedrukt" verblijdt uw ziel.
Wij "drukken" daarin de "grote hoop" uit dat wij van dag tot dag vernieuwing mogen vinden in al de "verdrukkingen" en benauwdheden".

 
Misschien toch eens een kleine verbouwing toepassen in ons  geestelijk huis?

5 opmerkingen:

  1. Haha, een enigszins hilarische vergelijking Peter, maar waarheid als een koe! Verhoudingsgewijs gaat ons belijden mank met wat we met teveel trots tonen. De buitenkant, maar nu nog de binnenkant..

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Oh Peter dit is echt een geweldig stuk de vergelijking is zo hilarisch maar is een waarheid als een koe. Super gaaf gedaan man

    BeantwoordenVerwijderen
  3. dat ik alles drek mocht achten...en tja dat mag niet te opvallend groot zijn natuurlijk;)

    BeantwoordenVerwijderen
  4. En niet te vergeten de "grote hoop"...

    BeantwoordenVerwijderen

Opmerking: alleen leden van deze blog kunnen een reactie plaatsen.