donderdag 31 mei 2012

Blijven bidden of…


Er zijn zaken waar je je hele leven (bijna) al voor bidt zonder enig merkbaar effect. Goed, er zijn christelijke boeken waar de schrijver over het ene wonder na het andere valt, maar ik ben daar de laatste jaren heel anders tegenaan gaan kijken. Even terug naar ons persoonlijk gebed waarvan ik gemakshalve even aanneem dat we daar een (noem het) vaste gewoonte van gemaakt hebben; helpt het nou? Ik voor mijzelf moet zeggen dat de meeste zaken waar ik voor bid, geen enkel verandering lijken te ondergaan. Ziekte, mensen die mij ter harte gaan maar van geen God willen weten, laat staan het offer van de Here Jezus. Ze leven na 25 jaar gebed, gewoon door op hetzelfde niveau van geestelijke armoede. De ziekte vreet nog altijd door en de pijn neemt niet echt af en wordt zelfs erger.  Het geeft wel eens te denken hoe wij de woorden:”Bidt en je zal ontvangen,” nu toch moeten interpreteren?  Veel mensen zeggen:”ja maar je moet naar Gods wil bidden, dan ontvang je.” Een redelijke gedachte, maar dat is het nu juist, hoe weten wij Gods wil? Alsof je dat gewoon even ergens kan horen en lezen als het om dergelijke zaken gaat. Anderen zeggen:”Je moet geloven dat je het al hebt, dan gebeurt het.” Klinkt ook bijbels maar er zit een zelfredzaam kantje aan deze stelling. Terwijl geloof een geschenk van God is, zegt deze gedachte dat wij het geloof zelf moeten opblazen tot vormen waarop gebedsverhoring plaatsvindt.
Gebedsverhoring, hoe staan wij hierin….?

dinsdag 29 mei 2012

Een christelijke hond


Ik besef dat bepaalde volkeren ons gelovigen in de Heer Jezus zo wensen te betitelen en dat moet dan maar want het bevestigt in ieder geval dat we bij Hem horen. Op Hem werd ook immers gescholden. Maar als ik het heb over een christelijke hond dan kijk ik naar onze teckel Barry die in zijn eentje een halve bijbel (smaak statenvertaling) inclusief kunstlederen kaft opvrat op een zondagmorgen. Nou wil in niemand het woord des Heren onthouden, maar dat ging mij toch aan het hart, vooral toen ik het zilverbeslag de volgende morgen terug vond in zijn uitwerpselen. Ik heb hem derhalve maar mijn leesbril opgezet zodat hij ten tijde van trek in het woord gewoon kan lezen. Wat mij brengt op humor in de kerk. Het gekke is dat er in de Evangelische en Pinksterhoek veel (in mijn beleving) minder moeilijk gedaan wordt over een lachsalvo. Bij ons in de Hervormde kerk zei een dominee onbedoeld iets grappigs waardoor er een lach door de gemeente ging. De beste man verslikte zich prompt in zijn glas water en keek alsof hij iets vreselijks gezegd had. Waarom is humor zo’n moeilijk verteerbaar begrip en zo dun bezaait op de christelijke akker? Menen we soms dat lachen niet van God komt maar een uitvinding des duivels is?

Die Ene...


De pijnlijke dagen zijn er weer. Dat is een gaan en komen wat door de arts die mij opereerde en op 14 jarige leeftijd de galblaas wegnam, aangekondigd was dat het zou gebeuren. Je galblaas kan je best missen zegt men. Dat is niet geheel waar. De Schepper heeft het niet voor  niets zo gemaakt! Bij mij resulteert het 37 jaar na de operatie in zware buikpijnen, vermoeidheid en algehele lusteloosheid.
In het lichaam van de Heer hebben wij ook allemaal een functie. Daarom kunnen wij als gemeente eigenlijk geen leden missen. Reden te meer, dat als de Heer je aan het hart gaat om zuinig te zijn op de leden onder elkaar. Elkaar bij te staan in goede en minder goede tijden.

Ik lag ooit naast een stervend mens in het AZU ziekenhuis. Het betrof een lange oude man van Reformatorische komaf. Dat zag ik aan zijn vrouw met knotje en statenbijbeltje. Ondanks dat hij elke morgen als ik wakker werd er weer magerder en slechter uitzag, ontlook er iets in zijn ogen. Eerst nog zwak maar naarmate de dagen voorbij gingen zag ik het steeds duidelijker. Zelfs het verplegend personeel viel het op. “U lijkt wel blij ondanks dat u zo ziek bent,” zeiden de zusters dan. “Jezus wacht op me en ik ben bijna aan het einde van de rit,”mompelende hij dan.
De laatste dagen kon zijn lichaam niet meer opstaan maar in zijn ogen was de hemel reeds verrezen. En schoten vonken vuur uit leek het wel. Hij keek wel in deze wereld, maar uit alles bleek dat hij ook de hemel reeds zag gloren. Moeten wij nooit vergeten hoor, ook niet als het leven vreselijk pijn doet. Jezus wacht op ons op het einde van de rit. Dan zal niets meer belangrijk zijn. Je werk, je kinderloosheid of juist niet. Het tobben over je vader, moeder, vrouw of geen vrouw, je buikpijn of ziekte. Alles zal wegvallen, enkel dat ene niet, die ene niet waar het eigenlijk om draait…

zondag 27 mei 2012

Met de billen bloot


In de Pinkstergemeente waar ik vroeger kwam deden ze veel liedjes met gebaren. Nou kennen jullie mij wel en weten dat ik daar niet van hou. Ik ben veel te stoer voor dat soort dingen, dat snap je toch wel hè? Ik bedoel maar, men kan toch niet van mij verwachten dat ik op de Harley Davidson naar de kerk kom en daar stoer vanaf kom en vervolgens binnen gekomen tijdens de zangdienst met mijn handen allerhande gekke kinderlijke gebaartjes ga zitten maken? Ik sta voor gek heus waar! Dus ik voel me dan doodongelukkig en dat wil de Heer toch ook weer niet. Alhoewel ik me afvraag of Hij met deze gebaren wel zou mee doen? Maar goed. Ik zat ooit naast een echtpaar, dat ik toch altijd voor vol had aangezien en die zaten me daar een partij met hun handen te wapperen alsof ze een zwerm vliegen achterna zaten. Dus ik zweten hé! Ik denk kap nou eens met dat achterlijke gedoe! Maar neen hoor. Ze bleven maar fonteintjes en watervalletjes en weet ik wat voor bewegingen maken met die handen tijdens dat maffe lied. Verschrikkelijk!Dat mensen dat durven hé? En dan nog doodleuk de gemeente inkijken alsof ze ervan genieten. Of doen ze dat ook?  Echt als ik zulks zou moeten doen zou ik me nimmer meer in de gemeente durven vertonen, echt niet. Ik hou niet van dansjes, handklapjes, gekke bewegingen etc.  Ik voel me niet serieus genomen. Op de kleuterschool deden wij dat ook en zelfs toen al had ik zin om mijn broek vol te kakken enkel om me af te zetten tegen het stomme gedoe. Misschien houden jullie er wel van? Dan hoop ik dat er een aparte afdeling in de hemel komt voor hen handjes willen klappen en dansjes maken. Iedereen blij!

zaterdag 26 mei 2012

Openheid van zaken


Omdat er nog altijd via de mail, via brieven, kaartjes of gewoon mondeling vragen tot ons komen betreffende ons vertrek uit de hervormde kerk in Gouderak, lijkt het mij wenselijk om een maal volkomen openheid van zaken te geven, zodat er niet meer in het donker behoeft te worden getast en er misschien praatjes ontstaan die op onwaarheden berusten.

Toen ik op mijn 26e uit een volkomen ongelovig gezin, met gescheiden ouders tot geloof kwam, ontstond al snel de behoefte om meer met het christelijk geloof te doen dan naar de kerk gaan alleen. Vanuit de bijbelsshop, waar ik contacten kreeg, kwam het verzoek columns te gaan schrijven die jaren gebruikt zijn om de Sammakrant op te leuken. Via de radio kwam al snel een aanbod om de christelijke columns ook daar te gebruiken en ik heb dan ook voor tien jaar op de zondagmorgen mee mogen werken aan Gospeltime radio.

Inmiddels kreeg de evangelische omroep het idee om mij te vragen in een zestal uitzendingen van Henk Binnendijk mee te werken. Na deze leuke ervaringen met Henk vroeg de EO mij aan het televisieprogramma “De Verandering” mee te werken en ook dat was voor mij als jongeman uit een volslagen ongelovig milieu, net wat ik nodig had om mij een (noem het) familie te vergaren waar ik weer een stukje warmte en liefde vond. Daarna mocht ik meewerken aan programma’s van Dirkjan Bijker en ook dat was heel fijn om te doen. Mijn vader zocht nog altijd de troost in de fles na de scheiding en vond mij maar een halve gare dat ik in God was gaan geloven en wilde (en wil nog altijd) geen contact. Mijn moeder hoorde ik jaren niets meer van en leefde ergens met een andere man.

Ik was alleen en had enkel mijn houvast in de liefde van Jezus Christus en Zijn gemeente. Het eerste boek met christelijke columns werd gedrukt en lag in de boekwinkels. Daarna volgden meer boeken: Een autobiografie, een boek over de hemel en als laatste een roman met sterk autobiografische trekken, maar in al het schrijven is steeds het getuigenis van de liefde van de Heer terug te vinden.

Ik schreef inmiddels ruim tien jaar mijn ervaringen (positief of negatief) betreffende het gezamenlijk christelijk geloof op een website (weblog) die rond de 100.000 hits (bezoekers) per jaar trok (trekt). Daar deelden wij (en delen wij) het geloof in onze Heer en Heiland. Het is voor mij heel waardevol om met mensen te praten over het geloof, de worstelingen die je als christen kunt hebben, de kerk en alles wat met geloof te maken heeft en ervaar de christelijke webloggers als de evangelisten van het www.

Op de bewuste zondag meende de kersverse jonge predikant van de Kerk in Gouderak  dat mijn schrijfsels slechts geharrewar waren (geharrewar is: geruzie, gekrakeel, geklets in de ruimte, onzinpraat etc).
Ik ben een man van over de vijftig jaar en deze jonge predikant had met gemak een zoon van mij kunnen zijn. Ik ben derhalve erg gekwetst door deze intimiderende uitlatingen, te meer omdat ze van het preekgestoelte in bijzijn van de ganse gemeente en onder de handdruk van de oudstenraad, (u weet wel dat handje voor en na de dienst waarin de oudste van dienst met een handdruk zijn instemming met wat verkondigt werd als zijnde Gods woord, bevestigt) mij in het gelaat geworpen zijn. Ik heb daarna contact gehad met verschillende oudsten die mij vertelden eigenlijk in het geheel niet achter deze gang van zaken te staan (gek dat je hem dan na de dienst toch dat bevestigende handje drukt, is het dan een gewoonte geworden zonder inhoud?) Men zou de nieuw beroepen dominee er op aan spreken, met de nadruk om deze nare kwestie op te lossen (iedereen zegt wel eens iets heel erg naars, maar vanaf de preekstoel is het ronduit FOUT met hoofdletters om je persoonlijke frustraties op iemand bot te vieren).

Maar hoe vaak men hem ook verzocht (heel wat keren) om zijn taak als predikant op zich te nemen, hij wilde niet. Niet mailen, niet schrijven, niet telefoneren en zeker niet langs komen om deze kwestie te bespreken.
De gehandicapte jongeman waar weinig van de leden de moeite voor neemt om er naast te zitten in de zondagmorgen dienst (een enkel uitzondering daargelaten, waarvoor complimenten aan Tineke en Bert) om hem een klein beetje hulp te geven, is nog het meeste de dupe van deze hele zaak. Wij hebben voor een bepaalde tijd de zegen ervaren om naast hem te zitten in de erediensten en ervoeren hem als een groot voorbeeld van taai geloof. Ondanks dat men dit ook aan de verse dominee heeft gezegd (dat wij voor hem van veel betekenis waren in de eredienst), had hij hier ook weinig (lees geen) boodschap aan en wilde geen contact zoeken.

Waarom hij tot dergelijke degenererende uitspraken heeft moeten komen, is ons vooralsnog niet duidelijk. Heeft het hem geïrriteerd dat er mensen zijn die een eigen mening hebben?
Heeft het hem gestoken dat er dagelijks meer mensen op het weblog komen, dan zondags onder zijn gehoor in de kerk zitten?
Wij weten het niet!

Wat we wel weten is dat we ruim vier weken hebben gehoopt, gebeden en gewacht tot hij de stap zou maken om de schade die hij berokkende met nare uitspaken in Gods naam (in de preek verwerkt) zou helpen wegnemen. We wachten (inmiddels acht weken) nog altijd.

Het is daarom dat wij ons hebben laten uitschrijven in de Hervormde gemeente in Gouderak. Het vertrouwen is totaal verwoest.
Inmiddels kerken wij in de Hervormde gemeente in Gouda, waar we met een oudste deze hele kwestie besproken hebben. Wij zijn aldaar van harte welkom en natuurlijk mag, ja moet ik doorgaan met schrijven, wat men aldaar wel op waarde weet te schatten en het niet als geharrewar afdoet in Gods naam om iemand te kwetsen die de gemeente en haar warme zo nodig heeft.

Al met al is er heel erg veel schade gebracht in onze ziel, het is de pijn van het missen van de gemeente waar je jaren kerkte en het gemis van de contacten. Het is de pijn van de oneerlijkheid van verdreven te worden uit de gemeente door iemand die nog maar net aangesteld is en nu al zoveel schade veroorzaakt. Het is de pijn en de aantasting van je vertrouwen in wat de kerk eigenlijk behoort te zijn. Het is de schade in het vertrouwen in wat een dominee (voorganger) ten diepste behoord te zijn en wat belangrijker is, niet behoort te doen (mensen kwetsen vanaf de preekstoel met je eigen mening) en als hij het dat toch doet de ruggengraat moet hebben om contact te maken in plaats van zich in stilte te hullen.

Ik hoop dat ik met deze lange uiteenzetting van de kwestie, duidelijkheid heb geschapen in wat er nu precies ten grondslag ligt aan ons vertrek. Ik hoop ook dat dit mij als mens nooit meer zal overkomen, want het blijkt dat ik geen familie heb die mij vanuit de bloedband willen zien, steunen en waarderen, het blijkt ook dat de christelijke familie een op losse schroeven gezet contact kan worden als een nieuwe predikant zoveel stuk kan maken.

Rest mij hem toe te wensen nooit gescheiden ouders te zullen krijgen en nooit te maken te krijgen met mensen die zijn inzet in Gods koninkrijk als geharrewar, ruzie zoeken, verdeeldheid maken en geklets zullen betitelen omdat ik aanneem dat ook hij een heel klein stukje respect en liefde nodig heeft om mens te zijn naar Gods wil en te beseffen dat wij elkaar ten diepste zo hard nodig hebben. Als wij namelijk samen knielen voor de Man aan het kruis, zijn onze schouders even hoog en ik had dat zo gaarne samen gedaan om zaken op te lossen en elkaar in de ogen te zien en te beseffen, wij zijn allen zondaars, maar in Hem is alles op te lossen...

Peter


donderdag 24 mei 2012

Worden als de stervenden


De mazelen heersten in het ziekenhuis en dus kwam Keesje die nog geen mazelen gehad bleek te hebben, op de grote mannen afdeling terecht. Een speels ventje van een jaar of vier die nadat zijn koorts was gezakt op bed zat te spelen met een beertje. Een beetje misplaatst was hij wel, want aan de overzijde lag een oude stervende man. Volslagen dement en uitgemergeld, lag de oude te staren naar het plafond en sprak nimmer een woord. Zijn dagen waren geteld. Keesje zijn ouders bleken gescheiden en enkel zijn mama kwam drie maal daags op bezoek. Ik hoorde hem steeds naar papa vragen maar die kwam blijkbaar niet. Bij gebrek aan papa begon Keesje de lange jonge dokter die ook een snor had (net als papa) maar Papa te noemen. Tot hilariteit van de zusters die er om gniffelden. Elke morgen als Keesje de dokters voor hun ronde aan zagen komen stond hij met uitgespreide armpjes op zijn bed en riep naar de snor:”Hallo papa.” Elke morgen gebeurde er dan een wonder op zaal omdat in het stervende lichaam van de oude demente man dan drie woorden opwelden waarin zoveel liefde besloten was. “Dag mijn jochie,” sprak hij dan schor, om de rest van de dag weer te zwijgen. Het geluid van Keesjes stem deed uit dat zieke lichaam woorden van liefde opwellen.
Hoe zijn onze woorden eigenlijk? Hebben we er mee lief of veroordelen we die ander ermee? Durven wij die ander te bemoedigen en te troosten? Je hebt namelijk mensen waar je al jaren mee in de kerk zit en die kijken nog weg als je ze tegenkomt. Ze willen je niet spreken, ze willen je niet groeten, ze willen je zelfs niet zien. Ze zingen enkel al dan niet met opgeheven handen:"Ik heb je lief met de liefde van de Heer."
Ze geloven het zelf....

Worden als de kinderen


Kleine Simons korte beentjes staken uit zijn nog kortere broek toen hij ons met een bezoekje kwam vereren. Op de radio was net een dominee die hevig stond te oreren. “Hij zegt Jezus kwistus”, riep Simon ontzet, want bij hem thuis viert het katholicisme nog hoogtij.
“Weet jij wie Jezus Kwistus is?”  “Nou?” zei ik. “Die kun je op tafel zetten met de kerst.” "Aha," zei ik.
De dominee kwam goed op gang en Simon riep:”Nou zegt hij God, weet jij wie God is?” “Nou?”zei ik. “Dat is de Here Jezus. “Oh”, zei ik.
“En weet je wie de Here Jezus is?” vroeg hij. “Nou?’ vroeg ik. “Er zijn een hele boel onze lieveheersbeestjes maar dat zijn van die kleintjes met stipjes. In de wolken woont een heel grote, die kan het laten sneeuwen.” “Oh”, zei ik.
Grote dingen zijn op de keper beschouwd best simpel. 

woensdag 23 mei 2012

Supporters van Gods koninkrijk


Hoewel het veel te warm is om te webloggen en de tijd te verdoen achter de pc nu we eindelijk van de zon kunnen genieten, toch even dit.
Koning voetbal is weer in het land. Buren knopen oranje vlaggetjes aan onze regenpijp en kijken erbij met ogen die lijken te zeggen:”kom er niet aan.” Ze lopen met stomme oranje leeuwen op hun T shirts en hebben kisten vol oranjeboombier ingeslagen om de gehoopte overwinning met smaak weg te spoelen. Ik houd mijn hart al vast als de idioterie straks weer compleet is en er in de straat breedbeeld televisies worden buiten gezet, waar de meute amechtig onderuitgezakt voor gaat zitten kijken en blèren! Supporters, vinden ze zichzelf. Dat wil zoveel zeggen als:”zij vieren de misschien te komen overwinning, maar doen er eigenlijk geen bal voor.

Twee vragen wellen op. Zijn wij kinderen Gods of slechts supporter van Gods koninkrijk? De eerste groep verschilt met de tweede omdat deze christenen zelf in actie komen om mensen op de een of andere wijze met het evangelie in contact te brengen. De tweede zijn slechts kerkgangers. Ze gaan jaar in jaar uit naar de kerk omdat ze denken dat God er woont en op zondag uit Zijn bedstede van wolken komt om naar het orgel te luisteren.
De tweede vraag luidt:’Ben ik de enige die hoopt dat er in de hemel geen voetbal gespeeld wordt?" 

dinsdag 22 mei 2012

huilend zingen

Er zijn liederen die ik niet kan zingen. Niet omdat ik ze niet mooi vind of niet bijbelgetrouw, maar omdat ik dan stik in de woorden. Emoties razen door mijn keel bij het ten gehore brengen van de eerste regel. Jullie willen natuurlijk weten welke liederen het dan wel niet zijn, maar dat zeg ik niet. Wil wel vrijgeven dat er ook een opwekkingslied bij is en dus voor diegene die menen dat enkel de psalmen dichter tot God brengen, wel even in die orde… Misschien vind je me vreemd of zelf gek en dat zit dichter bij de waarheid dan je zou denken. Maar er is voor mij iets met bepaalde liederen, waarin ik zo dicht bij de Heer ben, dat ik enkel kan huilen. En ik huil nooit, want mannen huilen niet zo gemakkelijk. Je hebt het niet voor het zeggen wanneer er een zeker lied wordt gezongen in de gemeente en dus is het altijd weer een schok voor me als het zover is dat een van mijn tranenliederen gezongen wordt. Hebben jullie dat nu ook of ben ik alleen zo gevoelig voor zoiets…?

Ziekte is geen zegen van God (deel 1)


Dat was zomaar een uitspraak van broeder Johan Maasbach toen hij nog onder ons was. Een bijzondere man, ik mocht hem wel, hoewel er de meest rare verhalen in omloop waren over Johan en altijd ging het over geld. Of die op waarheid berusten weet ik niet. Wat ik wel weet is dat toen hij ter aarde besteld werd zijn zoon op de kist een collecteschaal plaatste en de woorden sprak:”We gaan nog één keer een collecte houden voor Pa en denk erom die “ouwe” wil het niet horen rinkelen.” (Papier geld dus voor de wat traag van begrip zijnde mens).

Terug naar de eerste zin over ziekte. Veel christenen menen dat God klaar staat om te genezen. Wat zeg ik: Hij staat te popelen maar wacht ergens op. Dat kan van alles zijn. Zonde, hoop, geloof, verwachting, moed, volharding, vrijmoedigheid, de lijst is ellenlang. Het komt er in ieder geval op neer dat de zieke iets moet doen. Het zit nooit op God vast! Altijd op de zieke. Gek dat mensen zoveel krampachtige gedachten koesteren over ziekte alsof een christen die ziek, is een soort net niet geslaagde broeder of zuster is.
Gezondheid lijkt het teken van het ware geloof. Nou ja, dat zegt men niet, maar ik lees het wel vaak tussen de regels door. Lijden, ziekte, verdriet, het is alles niet uit God, is de gedachte.

Vreemd dat prediker zegt dat huilen(verdriet) beter is dan lachen, omdat lachen niet zo veel uitwerkt. Lijden en verdriet daarentegen doen iets met de mens. Ik zal slechts twee dingen noemen die zieke mensen allemaal bezitten, als ze er mee naar God zijn gegaan, als ik dat mag doen: Ten eerste taai geloof. Ze waaien niet bij elke droge wind omver in het geestelijk leven. Ten tweede begrip voor de zwakken van lichaam. Ze dwepen niet met genezing en wonderen, maar bidden in stilte voor de lijdende.
Doen wij dat laatste ook? 

maandag 21 mei 2012

Sober leven


Een kreet die ik nogal eens uit de mond van christenen heb horen vallen. In alle gevallen een misplaatste noemer dacht ik, want iemand die auto rijdt, drie maal daags een heerlijke maaltijd kan nuttigen, voldoende kleding heeft, elk jaar op vakantie gaat, een douche om zich te wassen, een dak om onder te slapen, een warm bed om in weg te doezelen enfin de lijst is (tot onze schaamte misschien) best wel erg lang, kunnen we die mens wel sober noemen? Leven wij niet allen als de rijken der aarde? En toch komt die kreet nog steeds voorbij. “Wij leven sober,” sprak een vrouw tegen mij net voor ze in haar nieuwe Audi wegreed naar haar vrijstaande bungalow. Ze meende het nog ook, dacht ik…Toch kan soberheid iets uitdrukken van:”Gij geheel anders”. Neem de monniken, de kloosterlingen die samen alles delen. Ze hebben enkel een simpele ruimte om te slapen en te bidden voor zichzelf. Houden wij ons niet een heel klein beetje voor de gek als we het hebben over sober leven?
Sober leven, hoe zien wij dat en wat mogen wij ermee?

Marriage course, wat moeten wij ermee?


Bij ons in de gemeente zitten twee mensen die er altijd doodongelukkig uitzien en toch de indruk willen wekken blij te zijn met elkaar. Het zijn de (noem het) leiders van de zogenaamde marriage course. Een cursus voor mensen wier huwelijk het na al die jaren nog steeds slecht gaat.
De leiders der cursus geven mij altijd een gevoel van:”wij zijn ongelukkig in ons huwelijk en willen jullie ook zo lang mogelijk ongelukkig maken.” Zij doet erg modern, met kapsels die mij aan een redelijke poedel doen denken en hij is meer het typetje uit de serie uit mijn jeugd George en Mildred.  Het zal allemaal wel weer aan mij liggen, maar ik heb immer de indruk dat deze mensen naarstig opzoek zijn naar “slachtoffers” die ze kunnen “helpen”. Niet in de laatste plaats omdat ze zelf zo onzeker zijn in hun huwelijk. Er gaat een bepaald genot uit van de ellende van een ander, me dunkt. Maar lieve mensen, beseffen wij wel dat het huwelijk een grap is van de Heer, om ons duidelijk te maken hoe lastig wij zelf als bruid wel niet zijn? Waarom verwachten mensen dan nog altijd de hemel op aarde van elkander binnen een huwelijk? Ze kijken ons (Paula en mij) likkebaardend aan alsof ze willen zeggen:”Kom op lieve vrienden, jullie hebben vast een probleem.” Wij kijken dan terug alsof  we intens gelukkig zijn met elkaar en hopen dat ze ophoepelen.
marriage course, wat moeten wij ermee?

“Laat alles wat adem heeft de Here loven”


Sprak de voorganger. “Dus de mensen en alle dieren loven de Here,” voegde hij er nog aan toe. Er was een belangrijke groep die ik miste en wel de bomen. Misschien zelfs wel al het groen, want ook daarin is immers “levensadem”. De bijbel zegt dat zelfs de bomen in het veld zullen klappen voor Hem.  Na de dienst een gesprekje met een aardige mevrouw die mijn uitnodigde om op de kring te komen. Lief maar ik houd het niet uit op de kring. Sterker nog, ik heb het slecht naar mijn zin op de kring. Jaren en jaren bij verschillende kringen geweest, en heb het voor mijzelf als “weinig zinvol” ervaren. Ieder zijn meug niet! Wat mij wel te binnen schoot was de gedachte dat als ik echt hulp nodig had, christenen vaak niet thuis gaven en mensen die niet in God geloofden klaar stonden mij te helpen. Ik hoop en bid dat het slechts mijn ervaring is….

zondag 20 mei 2012

Jesus is my rock & roll


Toen ik nog maar kort christen was en uiting wilde geven aan mijn pasgeboren geloof, kocht ik een sticker met de woorden die Corry ten Boom ooit sprak betreffende haar kijk op rock and roll muziek. Ze zei:”Jesus is My rock and my name is on the roll. Een bijbelse waarheid omdat Jezus onze Rots is en de boekrol waarop onze namen staan in Zijn handen is. Een man bij ons in de straat las de tekst, maar aangezien hij nogal dronk, las hij iets wat er eigenlijk niet stond. Mede daarom kwam het dat hij tijdens een bbq feestje de hele avond met dikke tong:” Jesus is my rock & roll,” zat te blèren in de achtertuin, tot middenin de nacht. Het was voor mij de allereerste keer, dat ik te maken kreeg met spotternij op grond van mijn geloof in de Here Jezus. Bij elke:"Jesus is my rock & roll." schrok ik wakker omdat zijn lallende stem door mijn slaapkamer doorklonk. Omdat hij lid was van de motorbende de helsangels en er een aantal dergelijke figuranten met doodskoppen mee zaten te drinken en te lallen, was de strijd tussen licht en duister helemaal duidelijk.
Spotternij op grond van je geloof, herkenbaar of niet?

zaterdag 19 mei 2012

Waar is de botox?

Zwangere vrouwen vliegen naar Amerika om hun ongeboren kindje te laten onderzoeken of het wel aan de verwachtingen kan voldoen die pappa en mamma in gedachten hebben. Heeft het een lichamelijke afwijking, is het dan nog wel welkom? Het is een streven naar datgene wat de mens voor ogen heeft. In het kleine zien we het ook terug. Het gebit van de meeste kinderen vertoont een kleine schoonheidfout en hup, de beugel gaat erop. Een rimpel, waar is de botox? Gaan je borsten hangen, dan zijn de siliconen modellen wellicht een redelijke optie en doet pappies “staafmixer” het niet meer, dan zijn er wel blauwe pillen voor die het hijssysteem weer op niveau kunnen brengen, alhoewel er een risico is dat je hart het niet meer trekt. Oud en onvolmaakt is uit. Schoonheid, uiterlijk en bovenal jeugdig is in. De binnenkant is ondergeschikt aan de buitenkant. Modellen op bilboards lachen je toe met hun “photoshopsmile” en schudden hun geretoucheerde onedele delen. We leven in de tijd die in de bijbel gekenmerkt wordt door voorliefde voor jezelf en genot. God wordt vergeten of dood verklaart.  Tot in hoeverre doen wij eigenlijk mee met deze hele gang van zaken? Grijpen we ook naar allerhande kunst en vliegwerk om aan de tijdgeest te gehoorzamen of klinkt het:”gij geheel anders”, ook in dat deel van ons leven als kinderen Gods door…?

donderdag 17 mei 2012

“Ken je me niet meer?”


Voor mij stond als een heus vlaggenschip getooid compleet met reusachtig lichaam, lillende wangen en onwijs kort geknipt haar, een vrouw van middelbare leeftijd. Als een gek tastte ik de grijze cellen in mijn schedel af, maar hoe ik ook zocht, ik vond haar niet. “Alie, ben ik, van de Janligthartschool.” Ergens temidden van al dat vlees in haar gezicht zag ik plotseling een klein teer maar bovenal mooi meisje met heel lang blond haar, waar ik jaren verliefd op was. “Je bent weinig veranderd,” sprak ze tegen mij. “Jij ook,” loog ik. “Niet waar,” zei ze. “Dat zeg je om lief tegen mij te zijn. Ik ben een dik varken geworden en word misselijk van mijzelf als ik in de spiegel kijk.” Wat zeg je tegen een belijdenis als dit? Wat mij het meest verbaasde is dat ze haar mooie lange haren had laten afknippen, zeker zestig kilo aan gewicht gewonnen had, een grote rode bril op had gezet en aan het rammelen in haar mond de tanden en kiezen voor valse had om moeten ruilen en verbaast was toen ik haar niet op stel en sprong herkende.
Waarom knippen vrouwen hun haar eigenlijk zo kort? Ik houd van lang haar! Maar dat terzijde. Waar het mij om gaat is de vraag die boven borrelt:”Zullen wij elkaar herkennen in de hemel/hel?
De foto (zoek Petertje)

Waarom zitten de baarden en snorren in de christelijke ban?


Wat precies de oorsprong is van het afscheren van de gezichtsbeharing, is moeilijk te zeggen. Al in de tijd van het oude Egypte werd baard en snor afgeschoren en in de tijd van het oude Rome ging een geschoren man voor een jeugdige man door.
Vanuit de Joodse wortels is een baard op grond van de wet, onderdeel van het gehoorzamen van de wet. Waarom wij in de kerken wel elke zondag:’Gij zult niet stelen”,  te horen krijgen en niet:”gij zult uw baard niet afscheren”, is een redelijke vraag!
Sterker nog, ik meen dat op de zwaardere christelijke scholen, een baard en snor in de ban zitten. Dat de Here Jezus ook een baard droeg, is blijkbaar niet relevant genoeg. De tendens van: Haar is uit, gaat in onze dagen nog veel verder als de verkoop van bodyshavers een redelijke opmars heeft gemaakt. Kaal is de mode! Ook deze modegril stamt al uit de tijd van de oude Egyptenaren die reinheid en vitaliteit moesten uitdrukken. Daarnaast gaan er geluiden op dat het wegnemen van de lichaamsbeharing een streven is om ons verder los te maken van de behaarde aap waarvan wij af zouden stammen. Het wachten is op een handig apparaatje dat net als de zelfdenkende grasmaaimachine zo in je broekspijp gezet kan worden en de hele dag over je lichaam raast zonder te stoppen. Om kort te gaan wil ik een lans breken voor snorren en baarden. (bij de mannen wel te verstaan)

woensdag 16 mei 2012

En er was niemand die zei:”geef terug!"


De Profeet Jesaja spreekt over Gods verbazing betreffende een bepaalde kwestie die Zijn volk was aangedaan.(Jes 42)
Ze waren als mensen die opgeborgen waren in kerkerholen, geboeid zaten en in gevangenissen weggestopt. Wat God zo verbaasde was dat er geen mens riep:”Geeft terug.”

Raken deze woorden ten diepste ook niet een kern van ons christelijk falen? We komen veilig samen in gebouwtjes van steen die we vreemd genoeg kerken zijn gaan noemen zonder te beseffen dat de kerk de mensen zijn en niet de dode stenen. We zingen daar christelijke liedjes en luisteren naar stukjes uit de bijbel. Elke week, jaar in jaar uit tot we dood gaan en het laatste liedje en preekje is verstorven in het “kerkgebouwtje”.

Waarom falen wij zo in onze verantwoordelijkheid tegenover de vorst van de kerkerholen die mensen die onze naasten zijn heeft gebonden? Waarom treden wij zo weinig vrijmoedig in om voor hen te pleiten en te zeggen:”Geef terug!”  Ik heb met massa’s christenen gesproken die jaar in jaar uit naar hun kerkjes gingen en bijbelkringen, zonder ooit te beseffen dat God dit van hen vraagt. Dat het een opdracht is om voor alle mensen te bidden en in te treden, ja te pleiten voor God. Maar niet enkel pleiten voor God ook vrijmoedig de tegenstander in het gelaat werpen los te laten, af te laten hen die gevangen gezet zijn door de zonden.

Waarom doen wij dat zo weinig? Bedoel dat proclameren van Jezus overwinning en terug te eisen in gebed, datgene wat God toebehoort? Is het omdat ons zulk een stappen niet geleerd worden in de kerken? Is het omdat het te veel naar Pinksterbewegingen ruikt? Is het omdat wij behouden zijn en de rest ach, die zoeken het maar uit? Is het omdat....?

dinsdag 15 mei 2012

Idealistisch dagdromen


“Onze gemeente is ook dit jaar met tien procent gegroeid,” sprak de voorganger trots vanaf het podium. Hij voegde er nog aan toe:”de Heer heeft onze gemeente rijkelijk gezegend waarvoor wij onze dank verschuldigd zijn.
Ik ging staan tijdens die vergadering en vroeg:”kunt u mij vertellen hoeveel van die toegevoegde tien procent recentelijk tot bekering zijn gekomen?” De lange man keek mij verstoord aan en murmelde iets wat klonk als:”Wat doet dat er toe!”.
“Nou, u spreekt over gemeentegroei, maar als al die nieuwe mensen (evenals de voorgaande) uit andere gemeenten komen, is er geen sprake van gemeentegroei, maar van gemeenteverplaatsing.”
De voorganger keek naar mij als een van de valkparkieten die zijn met blijdschap gelegde ei met tegenzin weer naar binnen moet persen en zei:”Zo zie ik dat niet “broeder”, schapen zijn schapen en ze zijn hier in een veilige “stal”  gekomen en ik noem dat groei.”
Dit was het moment waarop ik begreep dat voorgangers ook maar mensen zijn. Ik ben dus zelf maar eens aan de slag gegaan en kwam tot de ontdekking dat 99.9% van al de leden voormalige leden waren van andere (noem het) kerken. 
Ik besef dat veel voorgangers en dominees het idee hebben onschendbaar te zijn en dat er zijn die het onverteerbaar vinden als leden na kunnen denken en een mening hebben die hun mooi gedoomde luchtballon stuk prikt. En toch zeg ik het: "Het was idealistisch en ijdel denken, wat de voorganger deed en had niets met de realiteit te maken. Hoe realistisch zijn onze gemeenteleiders en voorgangers eigenlijk?

maandag 14 mei 2012

Ballen gehakt en profetie


“Ik zie de muren van Jericho vallen,” riep de profeet uit de gemeente waar ik ooit kerkte. Hij had het over het mislukte huwelijk van een echtpaar, waar de man de vrouw verlaten had en met een andere “eva”  was gaan samenwonen. Zijn eerste vrouw leed onder deze situatie en de profeet gaf haar hoop dat haar man weer terug zou komen.

“Ik zie een boom die afgekapt word en ontdaan van al zijn bladeren, maar na een jaar loopt hij weer uit en wordt opnieuw groen en fris.” Zomaar een profetie die een vrouw die aan kanker leed kreeg op een zondagmorgen.

“Ik zie dat de pijn en het verdriet tot een einde zullen komen en dat je kind weer bij je terug zal komen en stoppen met zijn verslaving.”

“Ik zie ballen gehakt in een pan, een holbewoner in een grot, een fiets met harde banden, een schaal met fruit een….”

Ach de lijst met zogenaamde profetieën die ik te horen gekregen heb is veel te lang om op te schrijven. Wat mij de meeste zorgen baarde was dat niemand de “profeet” of “profeterende” erop aansprak als de profetie niet uitkwam! Hij had een vorm van onschendbaarheid.
Want de man kwam niet terug en “de muren van Jericho” bleven overeind.
De vrouw stierf toch na een aantal maanden aan haar vreselijke ziekte
De jongen bleef verslaafd en ook hij stierf.
Ik moet tot mijn schande zeggen dat de ruim tien jaar dat ik in de charismatische hoek gekerkt heb, er eigenlijk niet één profetie is geweest die zinnig was en uitkwam. Dit geeft te denken dacht ik….En toch bestaat deze gave nog wel degelijk, als we het woord van God lezen.
Profetie in onze tijd, wat moeten we ermee? Heb jij meegemaakt dat het uitkwam? Zo ja wat dan? Hoe zie jij de onschendbaarheid van een profeet of een mens die de profetie uitsprak?

Cremeren of begraven?


Ik meen dat verreweg de meeste christenen vinden dat een begrafenis de meest christelijke gang van zaken is. Men zegt dan dikwijls:”De Here Jezus werd ook begraven en dus moeten wij hierin Zijn voorbeeld maar volgen.” Dat de Here Jezus niet begraven werd maar in een rotsgraf te rusten gelegd, wordt blijkbaar vergeten! Goed, verbranden houdt in de bijbel eigenlijk altijd verband met straf. Dan was er geen plekje meer waar het lichaam van iemand te ruste werd gelegd. Zijn of haar sporen werden volkomen van de aarde uitgewist, zogezegd.

In de bijbel komen we begraven dikwijls tegen, ik wil enkel even Mozes noemen die door God zelf begraven werd op een voor mensen en duivelen onvindbare plek.
Wij leven in een tijd dat een begrafenis al snel rond de 20.000 euro kost. Daar komt nog bij dat de laatste rustplaats voor het lichaam al jaren in het geheel geen laatste rustplaats meer is (behalve als je Islamiet bent (hoezo discriminatie?), want na een aantal jaren wordt alles opgegraven en al dan niet in een massagraf herbegraven. Men promoot cremeren als goedkoper, schoner, milieuvriendelijker en minder luguber.
De hamvraag in deze is: Is begraven ook niet een langzame vorm van verbranding waarbij tenslotte ook alles tot as/stof vervalt en houden wij niet te veel vast aan het meer bijbelse begraven, zonder te beseffen dat zoals er in Nederland met de lichamen om wordt gegaan (opgraven/ herbegraven met velen bij elkaar etc) ook zeer onbijbels is?

zondag 13 mei 2012

De laatste strijd


De voorganger sprak zijn medeleven uit betreffende iemand die overleden was. Tja, vroeg of laat houdt het leven op aarde nu eenmaal op. Hij vertelde over de strijd die de persoon had gevoerd op zijn ziekbed. Niet zozeer tegen de ziekte als wel tegen zijn eigen onzekerheid. Heb het zelf ook wel meegemaakt dat ik in het aangrenzende bed naast een zeer oude man in het ziekenhuis sliep. Ook hij was stervende en ik hoorde hem vaak tegen zijn vrouw spreken over de strijd of hij wel een kind van de Heer was? Ik vond dat toen vreemd! Je weet toch dat je Gods kind bent of niet! Vond het toen zelfs niet getuigen van de goede moed en het vaststaande geloof in de Here. Maar naarmate ik ouder word en mijzelf beter en beter leer kennen, begrijp ik ook meer van deze strijd. Geloven dat je naar de hemel mag als je meent nog tal van jaren te kunnen leven op aarde, is toch iets anders dan weten dat je binnen een week zult sterven en dan werkelijk oog in oog zal staan met de Here Jezus. De twijfel die dan de kop opsteekt is er niet een van twijfelt aan de Here Jezus, maar meer een die voortkomt uit het kennen van jezelf. Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen? Ook die gedachten zijn ons niet vreemd, dacht ik. En zelfs toen kwam de Here de stervende tegemoet en sprak hij op de dag voor zijn sterven:"Ik heb nu de rust en de zekerheid die ik nog te kort kwam om de oversteek te maken."

De strijd op het sterfbed, hoe zie jij dit?

vrijdag 11 mei 2012

Op je spugen


“Ik kan wel op je spugen en wordt misselijk als ik aan je denk. Je bent gewoon een Jim Jones type met je achterlijke zogenaamde christelijke geloof en dan heb ik het nog niet eens over die stomme leugenachtige boekjes die je schrijft. Ik kots op je!”

Zomaar wat woorden die mijn oudste zus mij schreef via internet op een openbare  site, waar ik ook getuigenis afleg van het geloof in onze Here Jezus. Vroeger ging ze ook mee naar de kerk, maar die tijd ligt al weer twintig jaar achter ons. Ik heb wel eens het idee dat voormalige christenen het felst kunnen zijn als ze ontdekken dat jij nog altijd wel trouw ter kerke gaat en wat belangrijker is, de Here Jezus wil volgen. Verdrukking in je eigen familie, een bijbels voorspelde gebeurtenis, dus we moeten hier niet te vreemd van opzien en toch kwetst het je. Je bidt immers al die jaren elke dag ook voor hen. Niet omdat jij je een beter mens voelt, maar omdat je van binnen huilt omdat ze de Heer niet meer willen volgen. De oudste (zus) is meteen de felste ondanks dat ik haar zoon jaren onder mijn hoede nam en tot tweemaal toe uit de demonische wereld van drugs en rottigheid haalde.

Verdrukking in je eigen omgeving/familie, herkenbaar?

donderdag 10 mei 2012

Gewekt worden door God


Een vriend van mij was, zoals ze dat noemen, altijd “in de Heer”.  Het begon al bij het opstaan. God wekte hem elke dag in de morgen en dan  stak hij zijn handen in de lucht en begon God te loven en te prijzen. Hij nam stille tijd en genoot van deze momenten vol van Gods aanwezigheid. Hij vertelde me dan Gods liefde als een waterval over zich heen te voelen. Zeven jaar lang. Maar toen de zeven jaar ten einde waren versliep hij zich. God had hem niet gewekt. Zelfs het gevoel was verdwenen. God leek niet langer aanwezig.
Hij had geen zin om met opgeheven handen de dag te beginnen en strompelde zijn bed uit. Omdat hij het zo gewend was zonder moeite te doen, knielde hij toch neer en bad:”Heer zeven jaar lang heeft U mij elke dag van Uw liefde gegeven. Zeven jaar lang voelde ik Uw aanwezigheid en vond ik het zo fijn om met U contact te hebben en kostte het mij geen enkele moeite om U te zoeken, maar nu is er niets meer. Het lijkt wel of U verdwenen bent! Waarom Heer, waarom?"
Toen sprak de Heer tegen hem en zei:”Zeven jaar lang heb ik je gegeven van Mijn liefde en kracht. Zeven jaar lang kostte het je geen enkele moeite en zocht je Mijn aanwezigheid omdat je dat graag wilde. Nu vraag ik je:” ben je ook bereid te komen omdat Ik het fijn vind dat je Mij zoekt? Durf je Mij te zoeken in gebed ook al voel je misschien wat tegenzin en kost het je moeite? Kan je het opbrengen tot Mij te komen, ook al voel je je niet gezegend?"

De vraag luidt: waarom zoeken wij de Here? Enkel voor onszelf of ook omdat Hij dat fijn vindt?

De zweet en gordeldoeken van Paulus


Misschien ben ik niet de enige die zich wel eens hardop afvraagt hoe wij het stukje uit   handelingen 19:12  moeten lezen en interpreteren. Het komt mij nogal katholiek over om waarde te hechten aan deze zaken en toch staat het in de bijbel en werkte het ten goede. En God deed buitengewone krachten door de handen van Paulus, zodat ook zweetdoeken of gordeldoeken van zijn lichaam aan de zieken gebracht werden en hun kwalen van hen weken en de boze geesten uitvoeren
Waarde toekennen aan dergelijke zaken komen wij tenslotte veel tegen in de katholieke geloofsbeleving, maar na de reformatie is weinig meer van overgebleven. Bij ons op de zaak werkte in het magazijn een jongen die katholiek zegde te zijn maar stevig vloekte wanneer hem dat zo uitkwam. Ik vroeg hem waarom hij dat deed maar hij meende dat dit gerust kon als “christen”... Toen ik ooit eens uit de lappenzak, een oude lange onderbroek haalde en deze ophing met de tekst: Dit is de originele onderbroek van PeertjeDonders, werd de jongeman zelf donders en vond het heiligschennis. Ik ben nu eenmaal “gezegend” met een ruime dosis humor. Peertje Donders stuurde volgens de overleveringen ook stukjes van zijn mantel naar zieke mensen die al dan niet genazen. Ik weet niet goed wat hiervan te denken, en werp het dus maar ter discussie in de arena van het weblog. Wat moeten we hiermee en als het bijbels is, waarom sturen wij dan onze sokken niet eens rond. Er zijn al mensen die zich hebben aangeboden, maar ik heb zo mijn twijfels en vrees ernstige gevallen van bezwijken, maar niet in de Geest...

woensdag 9 mei 2012

Intiem soaken


Een vriend van mij belde mij op of ik een avondje kwam soaken. Meende dat hij weer startproblemen had met die oude rottige Volvo van hem en of ik hem kwam helpen met choken. Kwam al snel tot de ontdekking dat het een vergissing was. Het betrof een christelijk iets, zei hij. Vager kon het niet, maar ik ben wel in voor iets vaags en zodoende lig ik nu in een groep mooie en minder mooie vrouwen op een zacht matje op de grond. De stemming is er een die het midden houdt tussen kamperen en “uit je tentje kruipengevoel”, “gezellig met z’n allen in de ballenbakgevoel” en zelfs een van intimiteit, wat met al die dames om je heen, niet zo eenvoudig van je af te schudden is. De bedoeling is dat je je op God concentreert en vol zuigt (soakt) met Gods liefde. Ik kwam helaas niet verder dan de aandrang steeds te moeten onderdrukken een mooie blonde dame met lang haar een kus te willen geven op een niet nader te benoemen plek, maar dat vind God vast niet goed en mijn vrouw nog veel minder, dus ik bleef liggen en voelde me een ei zonder luchtkamer…

Soaken, wat moeten we ermee?

dinsdag 8 mei 2012

Henri Nouwen


Nouwen is een Nederlandse rooms-katholieke priester. Hij studeerde psychologie en theologie aan de Universiteit van Nijmegen. Van 1966 tot 1985 was hij hoogleraar pastorale theologie aan achtereenvolgens de universiteiten Notre Dame, Yale en Harvard. In 1985 werd hij pastor van een leefgemeenschap voor geestelijk gehandicapte mensen. In 1996 is hij overleden.
De vraag die mij overvalt als ik Nouwens boeken lees is: Hebben we hier nu met een christen te maken of met een valse pseudo-christelijke spiritualiteit?
Nouwen stelt de daila lama (boeddhist) ten voorbeeld aan zijn christelijke lezer. Nouwen beveelt aan om een eenvoudig gebed te nemen - een zin of een woord - en dat langzaam te herhalen. Keer op keer, hetzelfde woord of hetzelfde korte zinnetje. dit ruikt wel erg naar de ontledigingstechniek uit de mystieke wereld (mantra’s).
Volgens hem kunnen we door te bidden met iconen "Gods luister aanschouwen". Hij stelt dat iconen poorten zijn naar het goddelijke. ( lees zijn boek In het Huis van de Heer - bidden met iconen, p.8).
In veel van zijn schrijven missen we het directe wijzen op de Here Jezus als Verlosser. Het bijbelse evangelie mis ik in zijn schrijven. Nouwen zelf beweert in zijn autobiografie geen rust te hebben voor zijn ziel. Dat is nu waar ik zo onwijs blij mee ben toen ik ontdekte dat de Here Jezus in mij kwam wonen en van binnenuit zielenrust schonk.
Hebben we hier nu met een christen te maken die wijst op de Here Jezus of zit er toch een adder (lees een slang) onder het gras?

maandag 7 mei 2012

Alleen in de groep


Weet niet of je dit herkent: je zit op verjaardagsvisite en iedereen kletst met iedereen en heeft het gezellig maar jij hangt er een beetje bij voor je gevoel als het vijfde wiel aan een wagen. Of je bent met een groepje op vakantie en iedereen trekt met iedereen op, maar jij lijkt wel niet in dezelfde maat te kunnen lopen als die anderen en voelt je buitengesloten.
Of je zit op de kring waar iedereen veel lol met elkaar heeft maar jij hebt het idee te zijn toeschouwen te zijn in plaats van deelnemer.

Er kunnen onwijs veel variaties zijn, van wat ik hierboven probeer weer te geven. Waar het eigenlijk vaak op aan komt is of anderen hun hart voor ons willen openen. Ik ben eens met een groep mannen een week op vakantie geweest en had eigenlijk met niet één echt contact. Onze interesses strookten niet, ons werk lag mijlenver uit elkaar, de muziek waar we van hielden kwam ook al niet overeen. Men sprak druk met elkaar en deelde van alles en niemand nam de moeite om te investeren in iemand die niet in hun straatje paste. Zelfs binnen de kerk komt dat voor. Je bent ergens nieuw en niemand spreekt je aan. Hele families klitten samen, maar hebben geen oog voor jou. Eigenlijk vind ik iedereen die niet de moeite neemt om nieuwe mensen welkom te heten een zeer dubieus voorbeeld van hoe een christen behoort te zijn. Als je zelfs "dat" niet kan/wil doen(welkom heten, op het gemak stellen, vriendelijk zijn) wat heb je dan geleerd al die jaren in de kerk?
Herkenbaar of praat ik onzin?

Een glassnijder wordt geboren

Wie de “geboorte” van een libel heeft gezien, kan niet meer twijfelen over een leven na dit leven.

Een mooier bewijs is er dacht ik niet, dat na het heengaan daar waar eerst geen leven was, toch mogelijk blijkt te zijn. 

De achterblijvers zagen hem verdwijnen uit de dimensie vanwaar hij een jaar of langer leefde. Hij had het toch goed op de bodem van de sloot en heerste er als roofzuchtig kevertje. 

Maar plotseling klom ook hij langs een rietstengel naar omhoog en verdween uit het zicht. De waterspiegel was de grens van tot waar ze kijken konden en velen meenden dat na die onneembare barrière het leven ophielt te bestaan.

Enkel hetgeen wat overbleef, de huls dreef vaak op het water als een bewijs dat het nu toch echt over was. 

Maar wie van al die larven kon ooit vermoeden dat het “echte” leven dan pas zou beginnen? 

De vleugels wijd uitgespreid en de zon die haar in het volle licht van het leven plaatsen. 

Zou het dan toch waar zijn? Heeft het leven dan toch een doel, een reden waarom wij hier op aarde zijn?

Of menen wij dat de enige reden van ons bestaan gevonden wordt in die enkele jaren die als een zuchtje wind voorbij gaan om dan voor altijd te gaan liggen?
Wie oren heeft om te horen die hoort en wie ogen heeft om te kijken die zal zien. Maar geen mens is zo doof als hij die niet wil horen

zondag 6 mei 2012

De Boer


Vanmorgen “lekker”  naar de Boer geweest. (ook te beluisteren via de site van hun kerk) Nee ik bedoel niet dat we ons hebben vervoegd tot een op de trekker rond blazende agrariër, maar dominee de Boer. Voor ons een van de allerfijnste predikanten. Je hebt bij hem altijd het gevoel of hij niet alleen tot de gemeente spreekt, maar ook tot jou persoonlijk! Daarbij is hij een goed redenaar. Dus we waren in de Pauluskerk te gast deze morgen. Leuk is altijd dat je overal bekenden medegelovigen tegenkomt, waarmee je even na afloop een gesprekje hebt, al dan niet met een bakje koffie en het gevoel dat je samen iets deelt, wat aan ongelovigen niet uit te leggen is. Achter in de zaal zat een stel bejaarden die ook altijd bepaalde dominees achterna lopen. Al preekt zo’n man twintig kilometer verderop, ze volgen hem overal. Shoppers, noemen ze zichzelf met een veelzeggende ondeugende glimlach. Het leven is te kort om naar slechte predikanten te luisteren, zegt hij altijd. In de zwaardere kringen schijnt het veel voor te komen dat gemeenteleden bepaalde predikanten overal volgen. Best een beetje raar, dacht ik. Of misschien toch niet! Hoe zie jij dit?

zaterdag 5 mei 2012

Hoe meten wij geestelijkheid?


In de Pinkstergemeente waar ik uitkom, meende men geestelijkheid te kunnen meten door het al dan niet in tongen te kunnen spreken. Kon je dat niet, dan wilde men met je bidden en moest je gewoon maar zeggen wat er zoal uit je mond wilde komen aan vreemde volzinnen. De voorganger liep dan rond en riep de hele tijd:”alssiebassie rammietassie.” Of:’schakkataktier, sjakketakketaar.” Ik heb het er toch nog jaren uitgehouden, wat maar aangeeft dat je bij mij heel ver kan gaan! Had wel steeds het idee dat men geestelijkheid in een zeker vakje probeerde te stoppen, het vakje van het spreken in tongen of dat wat ervoor kon doorgaan.

In de gevestigde orde is er een soort van cursus (men noemt dat catechisatie) en als je dat nou maar doet, kan je op een gegeven ogenblik belijdenis afleggen van het geloof, wat er ongeveer op neerkomt dat je de leerstellingen van de kerk onderschrijft. Hier geen voorganger die :”alssiebassie rammietassie.” Roept, maar toch heb ik het idee dat ook hier een vette poging wordt ondernomen om geestelijkheid in een soort vakje te proppen. Het vakje van de kennis. Ik besef dat ik een soort karikatuur maak van zaken, maar toch…

Ziet God geestelijkheid nu ook zo? Is er een norm, een cursus, een gave, waar je aan moet voldoen om erbij te horen? Is de oude vrouw met de stille geest minder geestelijk dan de voorganger die hardop in tongen spreekt op het podium? Hoe meet jij geestelijkheid bij jezelf en bij die ander?
Laat ik het spits afbijten. Ik proef of iemand een kind van God is. Dat gaat heel snel zodra we met elkaar over de Here Jezus spreken, herken ik direct de Meester in hen. Ik zie het in hun ogen, ik merk het in hun houding, ik hoor het aan de klank van hun woorden en als de tijd er voor is, zie ik het in hun daden. Ik heb daar geen tongentaal of bijbelstudie bij nodig.

vrijdag 4 mei 2012

Roken voor de kerk


Vroeger was het heel normaal dat mensen sigaren kochten waar een klein gedeelte van in gelden de kerk ten goede kwam. Roken voor de kerk, noemde men dat. Elke consistorie stond blauw van de rook, bij een ouderlingenoverleg. De dominee zelf nam een haal  van zijn oud kampen sigaar en liet hem dan uitgaan terwijl hij op de preekstoel klom. Na de dienst stak hij hem weer aan en rookte verder. Nu worden mensen die roken en christen zijn met argusogen aangezien. Onze kijk op wat christenen kunnen en mogen is veranderlijk. Meende men vroeger op de sabbatsdag (de zondag die eigenlijk niet de sabbat mag heten) te voet kilometers af te moeten leggen om ter kerke te gaan, nu zit iedereen met zijn poezelige gat in een auto om naar de samenkomst te gaan. Fietste je vroeger op zondag, dan ging je naar de hel, simpel zat! Zelf gemaakte wetten van mensen, wat hebben we er eigenlijk veel! Ze dienen enkel om de zogenaamde eigenwaarde op te krikken maar voor God zijn ze waardeloos. Tegen welk door mensen gemaakt wetje, loop of liep jij veel op binnen of buiten de kerken?
Een hoedje, een zwart pak, nette kleding, vlechten wel of niet? Niet op straat mogen spelen op de zondag? Verplicht in tongen spreken of hardop moeten bidden?

donderdag 3 mei 2012

Ouderlingen bezoekje z(onder melk)

Om acht uur in de avond ging de voordeur bel en daar stond een oudste uit de Hervormde gemeente van Gouda (op tijd en volgens afspraak!). Hij trad binnen en wat zo leuk was is dat deze nu ongeveer 65 jaar oude man, ooit onze melkman was. Hij begon rond 1970 zijn melk langs de deur te venten en Petertje was toen nog maar een klein knulletje. De kinderen hingen aan zijn melkkar en reden dan een stukje mee door de straten. Achter zijn rug noemde wij hem: de man met de glimlach, want hij had altijd een lach op het gezicht. De eerste jaren verkocht hij melk die hij uit een RvS vat tapte. Later kwamen de zakken melk die je in een kannetje moest zetten en de punt er dan afknipte om te schenken. Toen de flessen en pas veel later de kartonnen pakken melk en vla, waardoor de echte zuivere smaak van zuivel voor altijd verloren ging. Meneer Verkaik is zijn naam. Als kind keken we tegen hem op en hadden het idee dat hij vreselijk oud was, die melkboer van ons, ook al was hij nog maar in de twintig jaar. In de ogen van een kind is ieder volwassen mens oud en bijna fossiel. Nu zat deze vriendelijke man in onze huiskamer en bad met ons. Hij deelde met ons vast “voedsel” en schonk geen melk meer. Hij regelde de inschrijving en de uitschrijving uit de oude gemeente. We voelden ons voor het eerst sinds weken weer welkom in een kerk, het bezoeken waard en gewaardeerd als gemeenteleden. Bedankt Melkman, uw houding zegt ons zoveel meer dan menige preek die enkel uit woorden bestaat, maar als het om daden gaat, zich in stilzwijgen en wegblijven hult... 

woensdag 2 mei 2012

“Oh wat doet u dat goed”


Dat was de kreet die ik uit de mond van het nog maar net droog achter de oren zijnde verzorgstertje hoorde komen in het verpleeghuis waar mijn moeder nu al weer tien jaar woont.
Eerst niets dan lof voor deze groep mensen, die zovaak vergruisd worden met verhalen dat bejaarden slecht verzorgd worden etc. In ieder geval niet mijn ervaring hoor, niets dan lof.
Maar even terug naar die kreet van “Oh wat doet u dat goed”. Meende eerst dat de verzorgster/verpleegster het tegen een kleuter had, maar dat “u” viel dan uit de toon. Een kleuter noem je tenslotte geen u. Er bleek, toen ik om het hoekje gluurde, op de grote zaal een tiental ouderen aanwezig die op stoelen zaten en amechtig een reusachtige bal in het rond schopten voor de nodige beweging. Toen klapte het blonde verpleegstertje zelfs in haar handen en riep:”Wat kan u dat geweldig goed.” Bejaarde benen trapten de softe bal van een meter doorsnede onverschillig van zich af en er hing een sfeer van: we zouden overal liever willen zijn, in de kroeg, in de regen, in de hel, maar niet hier met de rotbal!. Ik vraag mij altijd af waarom veel mensen ouderen die volkomen normaal bij hun verstand zijn, als kinderen aanspreken? Ik weet zeker dat ik dat, eenmaal op die leeftijd gekomen, zou pareren met:”houd je mond trut en ga je oren afdrogen." Of iets van dien strekking.  Hoe sta jij tegenover het kleineren van ouderen?