woensdag 3 oktober 2012

Doedelzakspeler


Pa ligt op bed en ik ga naar binnen met de huissleutel. Het ruikt naar oude mensen boven, een geur die mij meeneemt naar de Cornelische Ketelstraat waar opa en oma van mijn moeders kant woonden.
Hij ligt in de foetushouding en heeft weinig weg van de scheldende negatieve man, die hij al die jaren was. Zijn op stokjes gelijkende benen steken van onder het dekbed en zijn weinige haren zitten verward als een dot engelenhaar in een reeds afgetuigde kerstboom.
Hij ontwaakt en laat een ongegeneerde knetterwind die alles hult in een damp van verderf. Ik maak dat ik beneden kom en wacht af of hij volgen zal. Rond dit tijdstip zijn er kijkers in ons huis en het leek mij beter om de makelaar met deze mensen even de ruimte te geven. Paula is op haar werk en de regen huilt langs pa’s ramen. Hij sloft binnen achter zijn rollator maar is zijn broek vergeten aan te trekken waardoor hij mij doet denken aan doedelzakspelers. Hij ploft neer op zijn leren zetel en schenkt een citroenjenever in. “Kijk jij nou eens wat de zeikers van de thuiszorg nou toch allemaal in dat grote boek zitten op te schrijven,” vraagt hij. Ik lees:”Meneer de Mooij wilde geen eten, hij had al een potje mosselen op in het zuur. Meneer wil niet gewassen worden. Meneer klaagt over het ziekenhuisbed. Meneer heeft drie doorlegplekken. Meneer is helder. Meneer is niet helder. Meneer rookt veel. Meneer drinkt veel. Meneer is winderig. Een redelijke weeggave van pa’s dagen….

1 opmerking:

  1. thuiszorger zijn pakt denk ik voor die mensen ook wel eens anders uit dan dat ze in het begin dachten.

    BeantwoordenVerwijderen

Opmerking: alleen leden van deze blog kunnen een reactie plaatsen.