maandag 2 april 2012

De symboliek van de toga en het hervormde mutsje


Ik houd ervan zaken uit te pluizen en na te zien, zonder in zinloos geharrewar te vervallen. De bijbel roept ons op om de dingen die tot ons komen in Gods naam te controleren. Dat heb ik tegen op de vroegere (weet niet hoe het nu is) houding van de katholieken die in het geheel geen bijbel mochten bezitten en dus ook geen enkel zicht hadden of wat er geleerd was wel klopte met de heilige schrift.
Onderzoek alles, behoud het goede:  zegt de bijbel. Laten wij de toga eens onder de loep nemen! Samen met een ouderling uit een andere gemeente waar wij afgelopen zaterdag op visite waren en meeaten op een bankje met een goede sigaar erbij. Hij kwam met het volgende: De zwarte toga is een beeld van de bedekking. Daaronder zit de dominee verborgen onder het kleed. (mooier zou zijn een rode toga, dacht ik). Op het ogenblik dat de dominee de kerk binnenkomt behoort hij het mutsje/hoedje (lees de hoofdbedekking) op te hebben (gebeurt zelden meer maar hoort wel). Daarmee geeft hij aan niet te mogen spreken (nog). Zijn hoofd is bedekt (net als bij de vrouwen wel gebruikelijk is). Pas als de oudste van dienst hem een handje geeft (dit is dus veel meer dan een gebruik dat zeggen wil: God zegen) als blijk van hem het zeggenschap te geven, mag het mutsje af. Dan mag hij preken. Na de preek (dienst) zien we de dominee de preekstoel afkomen en neemt de ouderling van dienst het spreekgezag terug en bevestigd met de handdruk zijn volkomen eens zijn, met wat er die morgen verkondigt is als zijnde Gods woord. Dan behoort de dominee het hoofddeksel weer op te zetten als blijk van zijn opgeheven spreekgezag.

Niet dat we deze dingen in de bijbel terug zullen vinden, het is alles symboliek, maar in de 10 jaar dat wij Hervormd kerken hebben we het pas twee maal meegemaakt dat men zich ook aan deze symboliek hielt. Ik wil maar zeggen dat als je verlangt dat de vrouwen een hoedje dragen in de kerk, je zelf ook het voorbeeld moet geven dacht ik. Ik sta open voor aanvulling en verbeteringen daar waar ik hier dingen schrijf die misschien toch anders zijn…

3 opmerkingen:

  1. Hoi Peter.

    De stelling van prof. dr. W. J. op ’t Hof is: ‘het dragen van een toga door predikanten is een teken van hoogmoed’.

    Tja, dat heb je de afgelopen zondag ook weer meegemaakt denk ik en nog wel van je predikant waar je zondags kerkt. Lees de stelling van op ’t Hof hier: http://www.puntuit.nl/nieuws/binnenland/de_toga_als_plechtig_uniform_1_558939

    Ik was zondag niet in de kerk maar heb de preek terug geluisterd via internet en maar mijn mening heeft Ds. G. Lugthart gedaan wat in dat stukje van op ’t Hof staat namelijk: ‘zijn eigen mening op de kansel gebracht’ en dat is onjuist c.q. hoogmoed overeenkomstig de toga.

    Groeten Jan.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Oke nieuw leesvoer is voor ons (want daar mogen wij ons toch alle twee wel onder scharen) oude rotten in de discussie en het gezonde gesprek op gelijke hoogte. Ik zal mij er zeker in verdiepen wat de toga zoals meer te verbergen heeft en wat meer, de mens eronder.
      Bedankt voor de link, ik ga er vanavond na de kerkdienst eens in bijten. Dat hadden wij in de Pinksterhoek dus niet Jan. Ik bedoel een toga. Moet mij van het hart dat de slobbertrui en oude vale spijkerbroek mij ook weer te veel van het "goede" waren. Hoogmoed komt voor de val. Laten we samen weder opstaan en verder gaan. Ook de predikant want fouten maken wij allen. Ik hoop dat dit ingezien kan worden door de oudstenraad voorganger en anders is het vertrouwen naar nul gedaald en ik heb het niet op het vriespunt omdat het zo dicht bij het woord: mispunt ligt....

      Verwijderen
  2. Heel leuk om te lezen Jan. Bedankt voor de link hier een klein stukje van wat er zoal geschreven is. Men mag zelf bepalen wat men er van vindt: In de dagen waarin de kerkhervorming zich voltrok, waren de ambtsdragers broeders onder de broeders. Zij verlangden er niet naar op te vallen door een afwijkende wijze van kleden. „Gelijke monniken, gelijke kappen", is een passende typering voor het principe dat toen opgeld deed. Pas in de zeventiende eeuw kwam er onderscheid tussen ambtsdragers en niet-ambtsdragers. De predikanten gingen zich steeds meer kleden op de wijze van de deftige burgerij. Soms moesten classes en kerkenraden vermanend optreden.

    In de negentiende eeuw kwam de toga met bef in zwang. Het gebruik ervan is ontleend aan de universiteit, schrijft W. A. Hage in "De protestantse eredienst", „waar men de mens met zijn kortzichtigheid en hebbelijkheden laat schuil gaan onder de mantel van de onbevooroordeelde wetenschap. Dit past ook uitstekend in de kerk, waar de voorganger geen eigen meningen hoort te brengen, maar alleen Gods Woord, gelouterd door een wetenschappelijke bestudering en geschraagd door een persoonlijk overtuigd zijn."

    BeantwoordenVerwijderen

Opmerking: alleen leden van deze blog kunnen een reactie plaatsen.