zaterdag 10 maart 2012

Mijn belevenissen in het AZU (deel 4)


Toen tijdens het bezoekuur de vrouw van meneer Welgraven binnenkwam zag ik direct dat ze van reformatorische komaf was en ik verbaasde me over het aantal kerkmensen op deze afdeling. Ik was er wel mee in mijn schik. Soort zoekt soort niet waar?
De jongeman met zijn bijbel op de gang kwam ook de zaal oplopen en bleek tegenover mij aan de raamzijde te liggen. Hij stelde zich voor als Ton en maakte op mij een beetje stille indruk maar misschien vergis ik me. Met zijn kleine brilletje en korte krulletjes heeft hij wel iets weg van een jongen die eertijds bij me op de lagere school zat en niet te vertrouwen was. Ik weet het, zoiets heet nu een vooroordeel hebben, en ik zette de gedachte zo goed het ging dus netjes in de bezemkast.

16.00 uur

Er komt een broeder (Kees) met zeer harige armen, de zaal oplopen met een papier in zijn hand en loopt naar het bed van meneer Defilee. Hij krijgt morgen een onderzoek en mag na acht uur vanavond niets meer eten of drinken. De oude baas knikt en de flap haar, die hij over zijn kalende bol heeft gekamd zakt voor zijn ogen als hij trompetterend zijn neus snuit. Een knap staaltje trompetteren wat zowel in de hoge als in de lage tonen zijn mannetje staat. Er lijkt geen einde aan te komen, zelfs Welgraven kijkt op uit het boek waarin hij leest en kijkt  alsof hij wil zeggen:”Kappen nu!”

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Opmerking: alleen leden van deze blog kunnen een reactie plaatsen.