vrijdag 16 maart 2012

Mijn belevenissen in het AZU (deel 6)


Defilé ligt weer te winden in bed en ik bedenk opeens dat hij de hele dag door praat en als hij niet praat, ligt hij te winden. Hij moet hoe dan ook geluid voortbrengen het geeft niet uit welke opening! Ik ben niet bepaald gelukkig met de gedachte dat hij dit ’s nacht ook gaat liggen doen. Eén ding, hij ligt gelukkig een eind van me af. Arme Ton, daar ligt hij vlak naast precies op de wind! Maar die rookt zoveel dat hij dit beetje methaan wellicht niet eens opmerkt.
Ik besluit een dagboek te beginnen over de dingen die me de komende drie weken in het AZU overkomen zullen. Als mijn vriend Wim die avond op bezoek komt (bezoekuren kennen ze hier in het ziekenhuis niet want vanaf de middag tot de avond komen en gaan er mensen) biets ik van hem een pen en van de verpleging wat papier. Wim heeft om de een of andere reden een pot zure haring voor me mee genomen. Oké ik houd niet van fruit, maar om nou met een pot rolmopsen aan te komen! De dode vissen drijven vredig achter het glas als Wim weer weg is en ik besluit de pot op te bergen in het kastje. Later op de avond ga ik douchen en hijs ik me uit de burgerkleren om mijn oude t shirt en blauwe badjas aan te trekken om een beetje te acclimatiseren. Een zwak soort thuisgevoel overvalt me als ik mijn enorme legerkisten uitdoe en op mijn sloffen door de gangen loop.

Geen opmerkingen: